Loonwijzer kritisch op minimumtarief zzp'ers en zelfstandigenverklaring (09-12-2019)

Met het invoeren van een minimumtarief voor zelfstandigen en een zelfstandigenverklaring wil kabinet-Rutte III schijnzelfstandigheid tegengaan en de arbeidsrelatie tussen zzp'ers en opdrachtgevers verduidelijken. Stichting Loonwijzer is uitermate kritisch over dit wetsvoorstel en heeft dit duidelijk gemaakt in een reactie op de internetconsultatie.

Een belangrijke reden voor de kritische reactie is dat het wetsvoorstel juist meer onduidelijkheid lijkt te scheppen voor zzp’ers en opdrachtgevers dan nu het geval is. Zonder grondige aanpassingen aan het wetsvoorstel zal het voor Loonwijzer dan ook erg moeilijk zijn om zzp’ers en opdrachtgevers adequaat voor te lichten. Bovendien draagt de ingewikkelde wetgeving op negatieve wijze bij aan de zelfredzaamheid van deze groepen.

Minimumtarief

Dat het minimumtarief van 16 euro per uur veel te laag is, heeft meerdere redenen. Ten eerste komt dit doordat het minimumtarief niet gerelateerd aan het wettelijk minimumloon, maar aan het sociaal minimum voor een alleenstaande. Bovendien wordt het recht op doorbetaalde vakantie in de algemene toelichting helemaal niet genoemd, terwijl dat ook tot basisbescherming dient te behoren. Ook zijn sociale risico’s niet voldoende afgedekt.

Bovendien wordt in de algemene toelichting geconstateerd dat tarieven van minder dan 20 euro per uur vaak worden bepaald door de opdrachtgever, niet door de zzp’er. Door het minimumtarief op of boven deze grens van 20 euro per uur te leggen, kan mogelijk het gebrek aan onderhandelingsruimte van deze groep laagbetaalde zzp’ers worden aangepakt. In het verlengde hiervan constateren wij dan ook dat het invoeren van een minimumtarief van 16 euro per uur, als alternatief voor een verplichte arbeidsovereenkomst voor laagbetaalde zzp’ers, niet voldoende is om excessen aan de onderkant van de markt aan te pakken.

Zelfstandigenverklaring en positie zelfstandige

Loonwijzer constateert daarnaast dat het wetsvoorstel de huidige situatie van werknemers enerzijds en zzp’ers anderzijds juist ingewikkelder maakt. Dit komt voor een aanzienlijk deel door het toevoegen van een nieuwe categorie werkende: de ‘werkende in geval van een opt-out-overeenkomst’, die minimaal 75 euro per uur verdient en maximaal een jaar mag werken voor een opdrachtgever.

Wij zijn van mening dat het beter definiëren van de zzp’er een betere manier is om duidelijkheid te creëren en hier ook op toe te zien, met bijvoorbeeld een rol voor de Inspectie SZW. Wat ons betreft verdient een model zoals in Californië serieuze overweging. Dit sluit ook aan bij de rest van de regelgeving in Nederland, zoals de in vaste jurisprudentie vastgelegde uitgangspunten voor dienstbetrekking. Grof gezegd gaat het in dit model om de volgende cumulatieve factoren:

De zelfstandige…

  1. heeft regelvrijheid ten aanzien van de uitvoering en de planning van het werk;
  2. doet ‘niet-regulier’ werk en doet dus níet hetzelfde werk dat werknemers in loondienst bij dezelfde organisatie doen of hebben gedaan;
  3. heeft een eigen bedrijf en voert dezelfde soort werkzaamheden ook uit voor andere opdrachtgevers/klanten.

Het hanteren én handhaven van bovenstaande zou schijnzelfstandigheid en schijnopdrachtgeverschap bemoeilijken, zoals ook uit andere landen blijkt. Wij onderkennen ook dat deze definitie niet alle excessen aanpakt; daarom zou het duidelijk definiëren van de zelfstandige een onderdeel van de oplossing moeten zijn.

Wat vind jij van het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring?

loading...
 

Loading...