Moederschapsbescherming

Gezondheid en veiligheid

Het werk van een zwangere werknemer en van een moeder tot zes maanden na de geboorte moet zo worden georganiseerd dat met haar bijzondere behoeften rekening wordt gehouden. De werkgever moet aan deze verplichting voldoen binnen redelijke termijn nadat hem een daartoe strekkend verzoek heeft bereikt. De werkgever mag een schriftelijke verklaring eisen van arts of vroedvrouw ter bevestiging van de zwangerschap. Na de geboorte heeft de moeder recht op een stabiel en regelmatig arbeidspatroon met pauzes.

Een zwangere werknemer of een jonge moeder hoeft tot zes maanden na de geboorte geen nachtdienst te doen, tenzij de werkgever kan aantonen dat de gevraagde uitzondering in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd. Aan overuren is in deze periode een maximum gesteld van 10 uur per week, de maximale werktijd op 50 uur per week gemiddeld in een periode van 4 weken en 45 uur per week gemiddeld voor een aaneengesloten periode van 16 weken. De werkgever is verplicht doktersbezoek van de werknemer toe te staan tijdens werktijd in deze periode. Aan zwangeren en zogende moeders moeten speciale, afsluitbare rustplekken worden geboden. Zogende moeders mogen tot een kwart van een reguliere werktijd borstvoeding geven of kolven. De zwangere heeft het recht om het werk een of meerdere keren te onderbreken voor extra rust. Deze extra pauzes mogen de normale werkperiode met niet meer dan 1/8 deel bekorten en gelden als werktijd.  

Voor zwangeren en zogende moeders moet de werkplek zo ingericht worden dat er geen gevaar is voor hun gezondheid en veiligheid of voor hun zwangerschap en de borstvoeding. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is om deze risico's uit te sluiten, moeten werkritme en werkplek tijdelijk worden aangepast.  Zijn ook zulke aanpassingen redelijkerwijs niet mogelijk dan moet tijdelijk ander werk worden geboden dat de risico’s uitsluit. Is ook dat niet mogelijk, dan kan de zwangere of zogende moeder tijdelijk van werken worden vrijgesteld met behoud van loon.


Bronnen: §4:5 & 4:7 van de Arbeidstijdenwet; §1:41 & 1:42 van het Arbeidsomstandighedenbesluit van 15 januari 1997

Ontslagbescherming

Een werkgever mag een werknemer met zwangerschaps- en bevallingsverlof gedurende deze periode, en tot zes weken erna, niet ontslaan. Deze periode wordt verlengd als de zwangere of jonge moeder een medische complicatie heeft bij de zwangerschap of bevalling en daardoor langer verlof geniet. Een arbeidsovereenkomst kan niet worden beëindigd wegens zwangerschap of bevalling of afwezigheid wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof.

 

Bronnen: §667:8, 670:2 & 7 van Boek 7, Titel 10 Arbeidsovereenkomsten van het Burgerlijk Wetboek

Terugkeer zelfde baan

De werknemer heeft het recht op terugkeer in haar functie na het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dit is de implicatie van het verbod op ontslag. Enig onderscheid op grond van zwangerschap, geboorte of moederschap wordt beschouwd als directe discriminatie, verboden bij wet.

 

Bronnen: §646:5, 667:8, 670:2 & 7 van Boek 7, Titel 10 Arbeidsovereenkomsten van het Burgerlijk Wetboek

 

loading...

Je rechten en arbeidsvoorwaarden


loonwijzer.nl