Verzekeren voor arbeidsongeschiktheid?

Verzekeren voor arbeidsongeschiktheid, hoeveel kost dat als zzp'er? En wat zijn de mogelijkheden in Nederland? Naast een verzekering kun je ook meedoen aan een Broodfonds, zelf sparen of de vrijwillige ziektewet in.

Als zelfstandige ben je namelijk aangewezen op jezelf als je ziek of arbeidsongeschikt raakt. Je hebt geen werkgever die je loon doorbetaalt bij ziekte. Ook is er geen socialeverzekeringsuitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Daarom is het verstandig om vooruit te kijken en te bedenken hoe je zo’n periode zonder inkomen doorkomt. Dit is geen vanzelfsprekendheid, blijkt uit cijfers van het CBS: slechts een op de vijf zzp'ers had in 2015 namelijk een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Sindsdien is dat zelfs gedaald.

Per 2025: wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers

Gaandeweg is zich zowel in de politiek als bij sociale partners en de meeste zelfstandigenorganisaties een voorkeur ontstaan voor een verplichte, betaalbare en toegankelijke verzekering. De Stichting van de Arbeid presenteerde in maart 2020 een voorstel voor een publiek uitgevoerde arbeidsongeschiktheidsverzekering. De eigen risicoperiode is standaard 1 jaar. Nadenken over hoe je de eigen risicoperiode doorkomt als je ziek of arbeidsongeschikt wordt, moet dus sowieso!

Lees meer over de belangrijkste punten in het voorstel.

Verschillende vangnetten voor ziekte of arbeidsongeschiktheid

Er zijn meerdere manieren om je te verzekeren tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid. Je hebt grofweg de keus uit:

Vrijwillige ziektewet en/of WIA-verzekering

Wie als zelfstandige begint vanuit een baan of uitkering kan er voor kiezen om een vrijwillige ziektewetverzekering af te sluiten voor de eerste periode van ziekte (maximaal 2 jaar). Daarnaast kun je de werknemersverzekering WIA op vrijwillige basis voortzetten als de arbeidsongeschiktheid langer duurt. Premies zijn aftrekbaar voor de belasting.

 De ziektewetuitkering is 70% van het dagloon dat je kiest (maximaal € 219 per dag). De premie is ruim 8% van dat dagloon per werkdag, zie het overzicht van actuele premiepercentages van het UWV.

De WIA-uitkering is bedoeld voor langdurige of definitieve arbeidsongeschiktheid. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid (en het gekozen dagloon). De premie ligt rond de 7,5% van het dagloon per werkdag.

Voorwaarden:

• je moet een overeenkomst met je opdrachtgever(s) kunnen overleggen;
• je moet het afgelopen jaar verplicht verzekerd zijn geweest;
• je moet je binnen 13 weken na afloop van de verplichte verzekering, via uitkering of werk, aanmelden bij het UWV.


Er is géén keuring of leeftijdsafhankelijke premie. Aanstaande zelfstandigen die wat ouder zijn, gezondheidsrisico’s of een ziekteverleden hebben, doen er daarom verstandig aan de kosten en baten van de vrijwillige verzekering te vergelijken met de producten van verzekeraars.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering

Verzekeringsmaatschappijen bieden ziekte- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen aan in alle soorten en maten. Je kunt zelf, bij het aangaan van de verzekering, een eigenrisicoperiode kiezen, ook wel wachttijd genoemd. Deze is vaak minimaal 2 weken en maximaal 2 jaar. Pas als je na deze periode nog arbeidsongeschikt bent, krijg je een uitkering. Je kiest zelf welk inkomen je wilt laten verzekeren. Vaak wordt hiervan maximaal 80% uitgekeerd.

Bij uitkering is de mate van arbeidsongeschiktheid maatgevend. Het percentage dat je arbeidsongeschikt bent, is het percentage dat uitgekeerd wordt van het verzekerde bedrag. Daarnaast kan er sprake zijn van een drempel: dat je bijvoorbeeld pas vanaf 25% arbeidsongeschiktheid een uitkering krijgt. De verzekeringsarts bepaalt dit percentage na een medische keuring.

Verzekeraars die lid zijn van het Verbond van Verzekeraars bieden een vangnetverzekering aan voor startende ondernemers die vanwege hun gezondheid niet in aanmerking komen voor een reguliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. Je moet deze verzekering dan wel binnen 15 maanden na de start van je onderneming aanvragen.

Wat kost dat?

Je kunt zelf een verzekeringsmaatschappij uitkiezen, maar als je lid bent van een belangenorganisatie kun je ook kiezen uit collectief afgesloten arrangementen, die iets goedkoper kunnen zijn. Gemiddeld is de premie zo’n 7% van het ondernemersinkomen. Reken op minimaal € 140 per maand, plus afsluitkosten. 

Het ligt voor de hand dat hoe meer risico je zelf loopt, hoe lager de premie is. Bedraagt je eigenrisicoperiode bijvoorbeeld twee jaar, dan is de premie veel minder dan wanneer je al na een maand een uitkering zou krijgen. Ook speelt mee vanaf welke mate van arbeidsongeschiktheid de verzekeraar gaat uitkeren. Is dat percentage hoger dan gebruikelijk, dan betaal je minder premie. Jongeren betalen bovendien minder dan ouderen en mensen die altijd gezond zijn geweest veel minder dan mensen met een medisch verleden. Wie een beroep heeft dat door de verzekeraar als risicovol wordt beoordeeld, betaalt ook meer.

Een andere belangrijk keuze is het arbeidsongeschiktheidscriterium. Je kunt kiezen uit drie opties:

Beroepsarbeidsongeschiktheid. Hierbij wordt enkel gekeken of je nog in staat bent je eigen beroep uit te oefenen. Is dat niet het geval, dan krijg je een uitkering, ook al zou je wel andere werkzaamheden kunnen verrichten. Bij sommige verzekeringen wordt desondanks als eis gesteld dat je wel passend werk moet aanvaarden. Omdat je bij dit criterium het snelst arbeidsongeschikt kan worden verklaard, ligt de premie hier het hoogst.
Passende arbeid. Aan de hand van je opleiding, ervaring en vaardigheden, wordt gekeken welke passende arbeid je kunt verrichten. Als je in staat bent om te werken in zo’n soortgelijke functie, dan ben je volgens de verzekering niet (volledig) arbeidsongeschikt. Een verzekering volgens dit criterium is minder duur dan bij beroepsarbeidsongeschiktheid.
Gangbare arbeid. De verzekering kijkt of je kunt werken of niet, onafhankelijk van je eerdere functie. Kun je bijvoorbeeld nog telefoneren of post bezorgen, dan ben je niet arbeidsongeschikt. Je kunt immers ander, algemeen geaccepteerd werk doen. De premie is bij dit type arbeidsongeschiktheid het laagst.

De premies en de uitkeringen verschillen per verzekeraar. Het is dus verstandig verschillende offertes te vergelijken voordat je een verzekering afsluit. Betaalde premies zijn aftrekbaar voor de belasting. De kosten en de voorwaarden zijn dus punten van overweging, in relatie tot je inkomen. Betrek daar ook bij hoe lang je het gebrek aan inkomen kunt financieren zonder dat sprake is van ziekte of arbeidsongeschiktheid. En wat voor vaste lasten er privé en qua werk doorlopen als je ziek of arbeidsongeschikt bent. Sommige verzekeraars bieden aanvullende modules voor de doorlopende werkkosten.

Broodfonds

Broodfondsen zijn een particulier initiatief. Er zijn dan ook geen vaste regels, maar de meeste zijn varianten op het volgende stramien. Het opzetten van een Broodfonds gebeurt met zzp’ers uit je netwerk. Iedereen in de groep zet geld opzij op een aparte eigen rekening om schenkingen te kunnen doen als iemand van de groep arbeidsongeschikt raakt. Zo’n groep, ook wel schenkkring, bestaat uit minimaal 20 en maximaal 50 zzp’ers. Bij minder deelnemers komt er te weinig geld in de buffer terecht, bij meer deelnemers wordt de groep te groot om iedereen te kennen. Nieuwe deelnemers komen dan ook meestal via via binnen.

Afhankelijk van de afspraken in het fonds en de buffers, krijg je per maand tussen de € 1000 en € 2000 netto via het Broodfonds als je arbeidsongeschikt raakt. De duur is vaak beperkt tot maximaal 1 of 2 jaar. Een combinatie met een arbeidsongeschiktheidsverzekering die daarna gaat uitkeren, is dan ook een reële mogelijkheid.

Wat kost dat?

Op een eigen Broodfondsrekening stort je een maandelijks een bedrag, meestal tussen de € 45 en € 90. Alle leden van het fonds doen dit. Tezamen vormt dit de buffer die gebruikt wordt om uitkeringen te doen. Als de buffer groot genoeg is, kunnen maandelijkse betalingen tijdelijk opgeschort worden. Daarnaast betaal je aan de overkoepelende Broodfonds-vereniging aan het begin eenmalig een bedrag van bijvoorbeeld € 275 euro en vervolgens een contributie van bijvoorbeeld € 10 per maand.

Het geld dat je op je Broodfondsrekening stort, blijft van jezelf, ook als je besluit uit het Broodfonds te stappen. Daar staat tegenover dat wat je opzij zet op de Broodfondsrekening niet aftrekbaar is voor de belasting. Volgens de Belastingdienst hoort je Broodfondsrekening tot je vermogen, net als wanneer je zelf spaart.

Zelf sparen

Je kunt uiteraard ook zelf sparen om een periode van ziekte te overbruggen, of je spaartegoed daarvoor achter de hand houden. De nadelen hiervan zijn dat dit spaartegoed niet aftrekbaar is voor de belasting en dat je vermogensbelasting moet betalen als je meer dan ruim € 30.000 euro op je rekening hebt staan. Daar staat tegenover dat je deze buffer ook voor ‘gewone’ leegloop kunt gebruiken, of om een investering te realiseren zonder duur krediet bij de bank aan te vragen. Het combineren van sparen met een arbeidsongeschiktheidsverzekering of met een Broodfonds is natuurlijk ook een optie.

Partner of bijstand

Als je niets hebt verzekerd, niet meedoet met een Broodfonds en je spaargeld op is, dan rest bij algehele arbeidsongeschiktheid het inkomen van je partner of, als je geen partner met inkomen hebt, de bijstand. 55-plussers die minstens 10 jaar een bedrijf hebben maar onvoldoende inkomen ontvangen, kunnen incidenteel 10.157 euro aan bedrijfskapitaal lenen of als gift krijgen, afhankelijk van het eigen vermogen. Ook kunnen zij een aanvullende uitkering krijgen (tot bijstandsniveau).

Wat te doen?

Niemand kan beter bepalen of het verstandig is om je te verzekeren tegen ziekte, arbeidsongeschiktheid of je aan te sluiten bij een Broodfonds dan jijzelf. Jijzelf kent het best jouw mogelijkheden en reserves en je risico’s. Jij weet of je de vaak aanzienlijke premie maandelijks kunt ophoesten in goede en in slechte tijden. Zorg er wel voor dat je je goed informeert en organiseer je tegenspraak. Vraag rond bij collega’s, vrienden en eventueel je partner.

Actueel: contouren verzekeringsplicht arbeidsongeschiktheid zzp'ers

'Keuze voor zekerheid' is de titel van het advies van de Stichting van de Arbeid over een publiek uitgevoerde arbeidsongeschiktheidsverzekering, opgesteld in maart 2020. Het advies aan het kabinet behelst in hoofdlijnen:

  • De invoering van een verplichte, publiek uitgevoerde arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen zonder personeel en meewerkende gezinsleden tot de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • De eigen risicoperiode is standaard 1 jaar, maar kan korter (6 maanden) of langer (2 jaar) worden, wat leidt tot een hogere respectievelijk lagere premie;
  • De uitkering bedraagt 70% van het laatstverdiende inkomen tot aan de grens van bruto ca. € 30.000 (maximaal 100% van het wettelijk minimumloon);
  • De door de Belangdienst te innen premie bedraagt zo'n 8% van het inkomen en is fiscaal aftrekbaar;
  • Het UWV verzorgt de uitkering, de claimbeoordeling en de re-integratie;
  • Wie al een verzekering voor arbeidsongeschiktheid heeft, mag die houden (de eerbiedigende werking);
  • Gelijkwaardige en aanvullende verzekeringen in de private markt zijn mogelijk.

Kabinet-Rutte II had om het advies gevraagd. Het moet nog een standpunt innemen en wetgeving in gang zetten. Invoering wordt beoogd vanaf 2025.

Meer informatie

Meer over de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen bij Rijksoverheid.nl.

loading...
 
 

 
Loading...