Albert Heijn

Inlegvel bij de cao voor het personeel van Loqistics van Albert Heiin bv 2014- 2015

Albert Heijn, FNV en CNV Vakmensen hebben afgesproken de cao voor het personeel van Logistics van Albert Heijn bv, looptijd 15 oktober 2014 t/m 14 oktober 2015, voort te zetten. Daartoe zijn de volgende afspraken gemaakt, die opgenomen zijn in dit inlegvel:

1.Looptijd

De voortgezette cao heeft een looptijd van 15 oktober 2015 tot en met 14 april 2017.

2.Loonaanpassingen

De salarissen, vloeren en toeslagen zullen als volgt worden verhoogd:

-met ingang van 2 november 2015 (1e dag periode 12-2015) met 1,75%.

-met ingang van 12 september 2016 (1e dag periode 10-2016) met 0,75%.

In Bijlage 1 van dit inlegvel zijn de bijbehorende salaristabellen opgenomen. In bijlage 2 van dit inlegvel zijn de vloeren en toeslagen opgenomen.

3.Agenda en proces vernieuwing cao Logistics Albert Heijn BV

Partijen hebben in het kader van de beoogde vernieuwing van de cao de volgende onderwerpen

afgesproken:

Samen op weg naar het DC van Morgen, op weg naar de meest gezonde en geliefde DC’s:

A.Update en leesbaarheid cao

Omdat het belangrijk is dat de cao in lijn is met de huidige praktijk (operatie geen zeecontainers bijv./wetgeving enz.). Geen discussie over inhoudelijke thema’s.

B.Beloning en roosters

Omdat er behoefte is aan een begrijpelijkere relatie tussen beloning en inroostering en aan mogelijke keuzevrijheid in de roosters.

C.Duurzame inzetbaarheid

Omdat het belangrijk is dat medewerkers gezond/verantwoord aan het werk zijn en blijven, zich kunnen blijven ontwikkelen en zo hun pensioen kunnen halen.

D.Werkgelegenheid en kwaliteit van het werk

Omdat het belangrijk is dat er een bezetting is die past bij de organisatie en de medewerkers, en de medewerkers meer zekerheid ervaren over hun baan.

E.Flexibele schil

Omdat het belangrijk is dat in de behoefte aan flexibiliteit bij piek en ziek wordt voorzien en er opvang is van verminderde inzetbaarheid van medewerkers door ontziemaatregelen.

Proces

Stap 1 (november 2015 - januari 2016):

Met behulp van ervaren procesbegeleiders formuleren AH en vakbonden gezamenlijk de opdracht incl. randvoorwaarden en kaders. Het delen van ervaringen van andere vernieuwingstrajecten kan daarbij behulpzaam zijn.

Aan de hand van de opdrachtformulering bepalen we de 1) structuur (stuurgroep met werkgroepen), 2) de deelnemers en 3) de werkvormen en/of rapportageformats.

Stap 2 (januari - november 2016):

Werkgroepen werken aan analyse, conclusies en voorstellen met tussentijdse rapportages over voortgang. De Stuurgroep minimaal een keer in de twee maanden. De Stuurgroep bespreekt voortgang en samenhang. Periodiek gezamenlijke terugkoppeling.

Stap 3 (januari - maart 2017):

Overleg AH en vakbonden over voorstellen vanuit de werkgroepen. Doel is deze om te zetten naar mogelijke afspraken voor in de cao.

Aldus overeengekomen te Geldermalsen op 11 november 2015, en ondertekend op 4 maart 2016.

Partij ter ene zijde Partijen ter andere zijde

Bijlagel: Salaristabellen behorende bij Bijlage II van de CAO Loqistics 2014-2015

Salaristabel I Distributie-organisatie met inga ng 2 november 2015 IN EUR Bestemd voor medewerkers die op of na 19 juni 2000 in dienst zijn getreden.

Bestemd voor medewerkers die voor 19 juni 2000 in dienstzijn getreden en voor wie met ingang van 27 maart 2000 of later met inachtneming van de inhoud van bijlage VI deze salaristabel van toepassing is verklaard.

Schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A

 

B

 

C

 

D

 

E

 

F

 

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

 

<;i9/o

 

 

8,61

1377,60

8,77

1403.20

8,91

1425,60

9,10

1456,00

 

 

 

19/1

 

 

8,83

1412,80

9,00

1440,00

9,17

1467,20

9,37

1499,20

 

 

 

20

 

 

9,37

1499,20

9,53

1524,80

9,68

1548,80

9,87

1579,20

 

 

 

21

 

 

10,11

1617,60

10,29

1646,40

10,45

1672,00

10.65

1704,00

 

 

 

22

 

 

10,89

1742,40

11,08

1772,80

11,26

1801,60

11,47

1835,20

 

 

 

23

 

 

11,85

1896,00

12,11

1937,60

12,23

1956,80

12.27

1963,20

12,68

2028,80

maximum

 

 

 

 

 

 

 

 

basisuursalaris

 

 

12,86

2057,60

13.15

2104,00

13,53

2164,80

14,19

2270,40

15,58

2492,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tredepercentage

 

 

zi

 

2,1

 

2,3

 

3.1

 

2.7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trede per

2-nov-15

 

 

0,27

 

0,28

 

0,31

 

0,44

0,00

0,42

 

per uur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schaal

G

 

H

 

1

 

J

 

K

 

L

 

 

 

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

Leeftijd |

23

12,98

2076,80

13,57

2171,20

14,41

2305,60

15,25

2440,00

16,52

2643,20

18,21

2913,60

maximum

 

 

basisuursalaris

17,13 I 2740,80

18.86 I 3017,60

20,72

3315,20

22,78

3644,80

25,04

4006.40

27,51

4401,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tredepercentage

3,0

 

3,4

 

3,7

 

4.1

 

4.2

 

4,1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trede per

2-nov-15

0,51

 

0,65

 

078

 

0,95

 

1,07

 

1,14

 

 

Salaristabel I Distributie-organisatie met ingang 12 september 2016 IN EUR

Bestemd voor medewerkers die op of na 19 juni 2000 in dienstzijn getreden.

Bestemd voor medewerkers die voor19juni 2000 in dienstzijn getreden en voorwie metingang van 27 maart 2000 of latermet inachtneming van de inhoud van bijlage VI deze salaristabel van toepassing is verklaard.

Schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A

 

B

 

C

 

D

 

E

 

F

 

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

 

<19/0

 

 

8,68

1388.80

8,84

1414,40

8,98

1436,80

9.16

1465,60

 

 

 

19/1

 

 

8,90

1424,00

9,07

1451,20

9,24

1478,40

9,44

1510,40

 

 

 

20

 

 

9,44

1510,40

9,60

1536,00

9,75

1560,00

9,94

1590,40

 

 

 

21

 

 

10,19

1630.40

10,37

1659,20

10,53

1684,80

10,73

1716,80

 

 

 

22

 

 

10,98

1756,80

11,17

1787,20

11,35

1816.00

11,56

1849,60

 

 

 

23

 

 

11.95

1912,00

12,21

1953,60

12,33

1972,80

12,37

1979,20

12,78

2044,60

maximum

 

 

 

 

 

 

 

 

basisuursalaris

 

 

12,95

2072,00

13,25

2120,00

13,63

2180,80

14,30

2288.00

15,70

2512,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tredepercentage

 

 

2,1

 

2.1

 

2,3

 

3.1

 

2,7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trede per

12-sep-16

 

 

0.27

 

028

 

0,31

 

0,44

0.00

0,42

 

per uur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schaal

G

 

H

 

|

 

J

 

K

 

L

 

 

 

per uur

periode

per uur

periode ;

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode |

Leeftijd j

23

13,08

2092,80

13,67

2107,20

14,52

2323,20

15,37

2459,20

16,65

2664,00

18,34

2934,40

maximum

 

 

basisuursalaris

17,26 ] 2761,60

19,00 I 3040,00

20,88 | 3340.80

22,95 | 3672,00

25,23

4036,80

27,71 | 4433,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tredepercentage

3,0

 

3,4

 

3,7

 

4.1

 

4.2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trede per

12-sep-16

0.51

 

0,66

 

0,79

 

0,95

 

1,07

 

1.15

 

per uur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vaste medewerker

Uitzendkracht

Leeftijd

uurloon

Periode afger.

adv pi

uurloon pi

Periode pl

adv d

uurloon d

Periode d

<19

6,08

972,80

0,67

6,75

1080,00

0,53

6,61

1057,60

20

6,94

1110,40

0,76

7,70

1232,00

0,61

7,55

1208,00

21

7,97

1275,20

0,89

8,86

1417,60

0,71

8,68

1388,80

22

9,11

1457,60

1,01

10,12

1619,20

0,81

9,92

1587,20

23

10,45

1672,00

1,15

11,60

1856,00

0,92

11,37

1819,20

PL = Ploegendienst D = dagdienst

 

Salaristabel Instroomschaal A Logistics van Albert Heijn bv m.i.v. 12 september 2016

 

 

Vaste medewerker

Uitzendkracht

Leeftijd

uurloon

Periode afger.

adv pl

uurloon pl

Periode pl

adv d

uurloon d

Periode d

<19

6,29

1006,94

0,70

6,99

1118,28

0,56

6,85

1096,01

20

7,18

1148,14

0,79

7,97

1275,10

0,63

7,81

1249,71

21

8,24

1318,15

0,91

9,15

1463,90

0,73

8,97

1434,75

22

9,40

1504,14

1,04

10,44

1670,47

0,83

10,23

1637,20

23

10,76

1721,65

1,19

11,95

1912,02

0,95

11,71

1873,95

PL = Ploegendienst D = dagdienst

 

Bijlage 2: Vloeren en toeslagen

De afgesproken verhogingen werken als volgt door in vloeren en toeslagen:

Artikel 18.2

Voor werknemers van 23 jaar en ouder met een volledig dienstverband geldt per procentverhoging zoals genoemd in lid 1 van dit artikel een minimum per jaar van €262,16 per 2 november 2015 en €264,13 per 12 september 2016

Artikel 19.3.b

De geconsigneerde werknemer ontvangt de volgende bruto toeslagen per uur:

-voor consignatieuren gelegen tussen maandag 0.00 uur en vrijdag 24.00 uur:

€ 1,07 per 2 november 2015

-voor consignatieuren gelegen tussen zaterdag 0.00 uur en 24.00 uur:

€ 1,87 per 2 november 2015

€ 1,88 per 12 september 2016

-voor consignatieuren gelegen tussen zondag 0.00 uur en 24.00 uur € 2,13 per 2 november 2015

€2,15 per 12 september 2016

Artikel 23 lid 3

Voor werknemers van 23 jaar en ouder geldt een minimum vakantietoeslag van bruto € 2016,13 per 2 november 2015 en € 2031,26 per 12 september 2016 als zij het gehele kweekjaar voor vakantietoeslag een volledig dienstverband hebben gehad.

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST

VOOR HET PERSONEEL

VAN LOGISTICS VAN ALBERT HEIJN BV

15 oktober 2014 t/m 14 oktober 2015

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST LOGISTICS VAN ALBERT HEIJN BV

De Besloten Vennootschap Albert Heijn bv

hierna te noemen werkgever,

partij ter ene zijde

FNV Bondgenoten CNV Dienstenbond

hierna te noemen werknemersorganisaties, partijen ter andere zijde

zijn de volgende collectieve arbeidsovereenkomst aangegaan

1. Werkingssfeer en definities

Artikel 1 Werkingssfeer

Deze overeenkomst geldt voor alle werknemers die werkzaam zijn bij Logistics van Albert Heijn bv en een van de functies verrichten die vermeld zijn in bijlage I van deze CAO.

Voor ingeleend personeel is uitsluitend sub c. van artikel 3 lid 1 en artikel 20 van toepassing.

Deze CAO is niet van toepassing op werknemers die zijn gedetacheerd bij Logistics van Albert Heijn bv, en vallen onder een andere CAO of arbeidsvoorwaardenregeling bij Albert Heijn bv.

N.B. Stagiair(e)s vallen derhalve niet onder de werkingssfeer van deze overeenkomst.

De werkgever mag geen arbeidsvoorwaarden overeenkomen, die in strijd zijn met de bepalingen van deze overeenkomst, tenzij er sprake is van afwijking in voor de werknemer gunstige zin.

Artikel 2 Definities

In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:

Concern

Koninklijke Ahold nv en haar Nederlandse dochtervennootschappen.

Werkgever

De besloten vennootschap Albert Heijn bv.

Werknemer

Iedere natuurlijke persoon met een arbeidsovereenkomst met Albert Heijn bv.

Los Personeel

Ieder die wegens tijdelijke drukte of andere redenen op oproep incidenteel werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst.

Dienstverband

De relatie werkgever-werknemer die ontstaat na het afsluiten van een arbeidsovereenkomst.

Volledig dienstverband

Een dienstverband aangegaan voor de normale arbeidsduur.

Onvolledig dienstverband

Een dienstverband aangegaan voor minder dan de normale arbeidsduur.

Ondernemingsraad

De voor het betrokken bedrijfsonderdeel ingestelde ondernemingsraad.

Werktijdregelingen

Regelingen betreffende arbeids- en rusttijden, inzake ploegendiensten, werkroosters, roostervrije uren of -dagen, overwerk, variabele werktijden, maar niet een regeling van de arbeidsduur.

Werkrooster

Het voor de werknemer, op basis van een werktijdregeling, vastgestelde rooster van werk- en rusttijden.

Consignatie

Het buiten werktijd door middel van een semafoon oproepbaar en beschikbaar zijn voor het verrichten van plotseling ontstaan overwerk.

Continudienst

Een werktijdregeling waarin is vastgelegd, dat de arbeid door ploegen in verschillende werkroosters zal worden verricht gedurende 7 dagen per week bij een bedrijfstijd van 24 uur per etmaal.

Normale arbeidsduur

Het normaal, op grond van deze CAO, te werken aantal uren per week/periode in een fulltime werkrooster.

Normale werkdag

De ingevolge het vastgestelde werkrooster door de werknemer op een kalenderdag (inclusief over¬lopende uren) te werken aantal uren en tijden.

Verschoven werktijd

De uren welke incidenteel afwijken van de voor de werknemer met een volledig dienstverband normaal geplande uren binnen het werkrooster, doch blijven binnen de voor de werknemer geldende arbeidsduur. De afwijkende uren worden op basis van een voorafgaande afspraak vastgesteld.

Basisuursalaris

Het uursalaris waarop een werknemer aanspraak kan maken, rekening houdende met de salarisklasse- indeling van de functie, eventuele inconveniënten behorende bij de functie, de leeftijd en de ervaring van de werknemer.

Maximum basisuursalaris

Het hoogst bereikbare basisuursalaris in een salarisschaal zoals opgenomen in de salaristabellen van deze CAO.

Basissalaris

Het basisuursalaris vermenigvuldigd met 160.

Periodesalaris

Het voor de werknemer geldende basisuursalaris, vermenigvuldigd met het aantal te betalen uren, niet zijnde overuren.

Toelichting:

Overwerkvergoeding, toeslag voor afwijkende uren, vakantietoeslag en andere variabele salaris-bestanddelen behoren derhalve niet tot het begrip periodesalaris.

Trede

De jaarlijkse verhoging van het basisuursalaris van de werknemer waarvan de functie is ingedeeld in een van de salarisschalen van salaristabel I en die wordt toegekend indien de leeftijdsschaal is door¬lopen.

De trede is een percentage van het maximum basisuursalaris van de salarisschaal. (Kalenderjaar)periode

Het dertiende deel van een kalenderjaar. De perioden van een jaar zijn genummerd van 1 t/m 13. In periode één van elk jaar is het grootste deel van januari begrepen en eventueel de laatste dagen van december van het voorafgaande kalenderjaar.

Feestdagen

Al dan niet op zondag vallende algemeen erkende Christelijke feestdagen te weten: eerste en tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag, eerste en tweede Kerstdag, alsmede nieuwjaarsdag, 5 mei in de lustrumjaren en de dag waarop de verjaardag van Z.K.H. de Koning officieel wordt gevierd.

Feest

Eerste en tweede Paasdag tezamen, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag tezamen, eerste en tweede Kerstdag tezamen, nieuwjaarsdag, 5 mei en de dag waarop de verjaardag van H.M. de Koning officieel wordt gevierd.

Ploegentoeslag

De toeslag behorende bij een werktijdregeling waarin uren vóór 07.00 en/of na 18.00 uur, dan wel uren op zaterdag en/of zondag zijn opgenomen als te werken uren.

Weekenddienst

Onder weekenddienst wordt verstaan een dienst in de nacht van vrijdag op zaterdag, een dienst op zaterdag of een dienst in de nacht van zondag op maandag.

Hoogseizoen

Het tijdvak van de in de zomer vallende schoolvakanties in de betreffende regio.

Met ingang van de eerste dag van periode 01-2015 zijn de volgende definities van kracht:

Persoonlijke Toeslag Nachtdienst (PTN)

Het deel van de ploegentoeslag conform artikel 13, van een werkrooster met

nachtdienst , dat bij die nachtdienst behoort , en dat de werknemer van 50 jaar of ouder behoudt op

grond van artikel 14.

De PTN telt mee voor pensioenopbouw, vakantietoeslag en wordt verhoogd met een algemene salarisaanpassing.

De hoogte van de PTN wordt mede bepaald door het aantal jaren dat onafgebroken in de nachtdienst is gewerkt:

Jaar

% per nachtdienst-jaar

Factor voor berekening PTN

2002

10%

100%

2003

9%

90%

2004

8%

80%

2005

7%

80%

 Als in of na 2005 op 50 jarige leeftijd méér dan 10 jaar in de nachtdienst is gewerkt, stijgt de factor voor berekening van de PTN met 7% per extra jaar tot een maximum van 80%.

Persoonlijke Toeslag Avonddienst (PTA)

Het deel van de ploegentoeslag conform artikel 13 van een werkrooster met avonddienst, dat bij die avonddienst behoort, en dat de werknemer van 58 jaar of ouder behoudt op grond van artikel 14.

De PTA telt mee voor pensioenopbouw, vakantietoeslag en wordt verhoogd met een algemene salarisaanpassing.

2. Dienstverband en los personeel

Artikel 3 Dienstverband en los personeel

1.Met de werknemer kan door de werkgever een van de navolgende dienstverbanden worden aangegaan:

a.Een dienstverband voor onbepaalde tijd.

Het dienstverband geldt voor een niet van te voren vastgestelde tijd en zal minimaal voor vier uur per week worden aangegaan.

b.Een dienstverband voor bepaalde tijd.

Het dienstverband geldt voor een van te voren vastgestelde tijd.

Men kan slechts gedurende ten hoogste twee jaar aaneengesloten werkzaam zijn krachtens arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

c.Nadere bepalingen over het aanbieden van een dienstverband voor bepaalde tijd of onbe¬paalde tijd aan uitzendkrachten zijn opgenomen in bijlage IV.

2.a. Bij opkomst tot het verrichten van arbeid onder een dienstverband genoemd lid 1 zullen de

werkzaamheden tenminste 3 uur aaneengesloten duren.

b.Indien onder een dienstverband genoemd onder lid 1 onder a. structureel meer uren arbeid verricht wordt dan de uren waarvoor het dienstverband is aangegaan, dan zal het dienstver¬band voor wat betreft de te werken uren worden aangepast.

c.Het aantal te werken uren in een dienstverband waarin een minimum en een maximum aantal te werken uren is overeengekomen zal worden aangepast tot het laagste niveau waarop gedurende een periode van een half jaar structureel meer is gewerkt.

3.Werknemers met een onvolledig dienstverband krijgen voorrang bij de uitbreiding van contracturen, onder de voorwaarde dat de extra contracturen als gevolg van de uitbreiding gewerkt worden op door werkgever wenselijk geachte tijdstippen.

Wijziging van het werkrooster na deze uitbreiding van het aantal contracturen zal op gebruikelijke wijze plaats vinden.

4.Werkgever zal los personeel slechts werkzaamheden aanbieden, die tenminste 4 uur aaneen¬gesloten duren. De betrokkene heeft de mogelijkheid de aangeboden werkzaamheden niet te accepteren.

3. Aanstelling en einde dienstverband

Artikel 4 Aanstelling

1.Werkgever zal iedere aanstelling van een werknemer aan deze bevestigen in een aanstel- lingsbrief in tweevoud, waarin wordt vermeld:

a.de datum van indiensttreding en de duur van de proeftijd, indien deze wordt overeengekomen;

b.de aard van het dienstverband met de overeengekomen arbeidsduur;

c.de functie waarin hij wordt aangesteld;

d.de salarisgroep waarin hij is ingedeeld;

e.het aan de functie verbonden periodesalaris;

f.het van toepassing zijn van deze CAO;

g.het van toepassing zijn van een handboek personeel;

h.eventuele bijzondere voorwaarden. De werknemer dient de kopie van de aanstellingsbrief voor akkoord getekend aan de werkgever te retourneren.

2.Als overplaatsing van werknemer noodzakelijk is, streeft werkgever ernaar zoveel mogelijk een functie van vergelijkbare taakinhoud en vergelijkbaar functieniveau aan te bieden. Indien mogelijk worden verscheidene geschikte functies voorgesteld.

3.De werkgever zet zich in voor een beleid, gericht op gelijke kansen op arbeid en gelijke kansen in de arbeidsorganisatie voor gelijkwaardige werknemers, ongeacht leeftijd, sekse, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, levens- of geloofsovertuiging, huidskleur, ras of etnische afkomst, nationaliteit en politieke keuze; één en ander op zodanige wijze toegepast dat er geen strijdigheid ontstaat met de objectieve vereisten van de functie.

4.De werkgever zal aan de werknemer een exemplaar van deze collectieve arbeidsovereen-komst verstrekken.

Artikel 5 Einde dienstverband

1.Het dienstverband eindigt met onmiddellijke ingang:

a.door het overlijden van de werknemer;

b.door het aanbreken van de AOW-gerechtige leeftijd van de werknemer;

c.door ontslag op staande voet op grond van een dringende reden tot ontslag voor de werkgever of de werknemer zoals bedoeld in artikel 7:677, 7:678 of 7:679 van het B.W.;

d.bij afloop van het werk van los personeel.

2.Tenzij de wet op grond van de duur van het dienstverband een langere opzegtermijn voorschrijft, bedraagt de opzegtermijn voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen werkgever en werknemer voor beiden een gehele betalingsperiode van vier weken.

Indien in de wet wordt gesproken van een opzegtermijn van een maand of meer maanden dient voor de toepassing van dit lid in plaats van maand of maanden, periode van vier weken

c.q. perioden van vier weken gelezen te worden.

3.De opzegging kan alleen geschieden tegen de laatste dag van de vierde kalenderweek, van elke betalingsperiode van vier weken. In overleg tussen werknemer en werkgever kan hiervan worden afgeweken.

4.Indien werkgever voornemens is tot ontslag over te gaan van een kaderlid van een werk-nemersorganisatie die als zodanig bij de werkgever bekend is, zal dit voornemen eerst worden gemeld aan de werknemersorganisatie.

4.Arbeidsduur en daarmee samenhangende toeslagen

Artikel 6 Arbeidsduur en werktijden

6.1Normale arbeidsduur

1.Voor de werknemer met een volledig dienstverband bedraagt de normale arbeidsduur ten hoogste 9 uur per dag en gemiddeld per week, berekend over 4 weken, ten hoogste 40 uur.

6.2Werkrooster

1.Werkroosters worden met inachtneming van de wettelijke bepalingen in overleg met de onder¬nemingsraad vastgelegd in werktijdregelingen. Afwijking van deze werkroosters is mogelijk, indien het werk dit dringend noodzakelijk maakt.

2.Roosters zullen minimaal een maand voor de ingangsdatum bekend worden gemaakt.

3.Bij het opstellen van het werkrooster geldt als uitgangspunt dat tussen zaterdag 23.00 uur en zondag 20.00 uur niet volgens rooster arbeid wordt verricht.

4.Er zal naar gestreefd worden een weekeinde te laten bestaan uit tenminste 48 uur aaneenge-sloten vrije tijd.

5.Per week kunnen maximaal vijf werkdagen worden ingeroosterd.

6.3Nachtdiensten

1.a. Werknemers die tot en met 1 juli 2001 in dienst zijn gekomen kunnen niet verplicht

worden een rooster te accepteren waarin meer dan 25% van de werktijd in de nacht is ingeroosterd.

b.Werknemers die na 1 juli 2001 in dienst zijn gekomen kunnen niet verplicht worden een rooster te accepteren waarin meer dan 33,3% van de werktijd in de nacht is ingeroosterd.

2.De nachtdienst kan niet langer duren dan 7.5 uur feitelijke werktijd.

3.Op verzoek van de werknemer en indien dit organisatorisch mogelijk is, mag de feitelijke werk¬tijd in de nachtdienst 8 uur bedragen.

4.a. Overwerk voorafgaand of aansluitend aan de nachtdienst is niet toegestaan.

b.Rondom feestdagen is overwerk tot maximaal één uur voorafgaand aan de nachtdienst op vrijwillige basis toegestaan, en wel in de twee nachten vóór de feestdag en één nacht na de feestdag.

5.Per 13 weken kunnen maximaal 39 nachtdiensten worden gewerkt, waarvan 4 op basis van overwerk en vrijwilligheid. Van deze 4 nachtdiensten mogen er maximaal 2 een zesde nacht zijn in een reeks aaneengesloten nachtdiensten.

6.4Werken op zaterdag en in een andere weekenddienst

1.a. Een werknemer die voor 19 juli 1999 in dienst was, kan niet verplicht worden een rooster te accepteren waarin meer dan 1 keer in de zes weken werktijd op zaterdag is ingeroosterd. De dienst in de nacht van vrijdag op zaterdag telt hierin niet mee.

b.Een werknemer die na 19 juli 1999 in dienst treedt kan niet verplicht worden een rooster te accepteren waarin meer dan 1 keer in de vier weken werktijd op zaterdag is ingeroosterd. De dienst in de nacht van vrijdag op zaterdag telt hierin niet mee.

c.Een werknemer die na 19 juni 2000 in dienst is getreden kan niet verplicht worden een rooster te accepteren waarin meer dan 1 keer in de drie weken werktijd op zaterdag is ingeroosterd. De dienst in de nacht van vrijdag op zaterdag telt hierin niet mee.

2.a. Een werknemer kan niet verplicht worden een rooster te accepteren waarin naast het werken op zaterdag meer dan 1 keer in de drie weken een andere weekenddienst is ingeroosterd.

b.De weekenddiensten in de nachten van zondag op maandag en vrijdag op zaterdag zullen afwisselend in het werkrooster worden ingeroosterd.

c.Tenzij het werkrooster dit niet mogelijk maakt wordt 1 keer in de drie weken een andere weekenddienst dan de zaterdag ingeroosterd.

3.Een werknemer kan op basis van vrijwilligheid een hogere frequentie afspreken voor het werken op zaterdag en het werken in een andere weekenddienst zoals vermeld in respectievelijk lid 1 en lid 2 van dit artikel.

4.a. De afspraak over de frequentie van het werken op zaterdag en de frequentie van het werken in

een andere weekenddienst wordt schriftelijk vastgelegd. Deze afspraak geldt voor bepaalde of onbepaalde tijd.

b.Wijziging van de afspraak zoals genoemd onder sub a. is gedurende de looptijd daarvan mogelijk met in achtneming van een opzegtermijn van vier perioden.

5.a. Op basis van vrijwilligheid kan een werknemer op zaterdag na 18.00 uur werken.

b.Een afspraak om op zaterdag na 18.00 uur te werken geldt voor onbepaalde tijd.

c.Indien een werknemer op enig moment niet meer wil werken op zaterdag na 18.00 uur, moet de werkgever een maand van te voren daarvan in kennis worden gesteld.

d.Indien een werknemer gebruik maakt van de mogelijkheid onder lid c. zal dit niet leiden tot een vermindering van het aantal overeengekomen contracturen.

e.Indien lid c. van toepassing is, wordt de regeling zoals opgenomen in artikel 15 niet toegepast.

6.Een werknemer met een volledig dienstverband, die incidenteel op zaterdag moet werken zonder dat de normaal geldende wekelijkse arbeidsduur wordt overschreden, ontvangt een toeslag van 35% op het basisuursalaris over de op zaterdag gewerkte uren. De werkgever kan deze toeslag in tijd of geld geven.

Artikel 7 Nevenwerkzaamheden

1.Voor het verrichten van nevenwerkzaamheden, zowel betaald als onbetaald die geheel of gedeeltelijk in arbeidstijd moeten worden verricht, is schriftelijke toestemming van werkgever vereist.

In principe zullen vergoedingen voor in arbeidstijd verrichte nevenwerkzaamheden aan de werkgever moeten worden afgedragen.

2.Het is een werknemer met een volledig dienstverband verboden buiten de normale arbeidsduur betaalde arbeid voor derden te verrichten. Zie ook artikel 29 lid 7a.

3.Ten aanzien van alle nevenwerkzaamheden die verband houden met het werk - ongeacht of deze in of buiten arbeidstijd worden verricht (als het schrijven van artikelen, het houden van lezingen) - geldt als regel dat geval voor geval wordt gemeld aan de directe chef.

Indien betrokkene voor dit soort activiteiten gevraagd wordt, bijvoorbeeld uit hoofde van zijn functie bij werkgever, dient de betrokken werknemer zich terdege bewust te zijn, dat in dat verband gedane uitspraken geïnterpreteerd kunnen worden als standpunten van werkgever.

4.De werkgever zal geen personen tewerkstellen die reeds in dienstbetrekking bij een of meer werkgevers een volledige dagtaak vervullen.

Artikel 8 Overwerk en betaling

1.De werkgever zal het doen verrichten van overwerk zoveel mogelijk beperken. Onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit artikel zal werkgever overwerk zoveel als mogelijk is spreiden over de werknemers, en zoveel mogelijk op basis van vrijwilligheid doen verrichten.

2.a. 1. Indien naar het oordeel van de werkgever overwerk noodzakelijk is, is een werknemer,

uitgezonderd de genoemde in artikel 3 lid 4, verplicht tot het verrichten van overwerk, indien dit naar redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.

2.Hierbij geldt dat een werknemer niet verplicht kan worden om in periode 9, periode 13 en in perioden waarin meer dan twee feesten vallen meer dan 12 uur over te werken. In

de overige perioden van het jaar geldt een maximale verplichting van 8 uur.

b.Werknemers van 50 jaar en ouder hoeven slechts op basis van vrijwilligheid aangeboden over¬werk te verrichten.

3.Het voor de werknemer met een volledig dienstverband volgens werkrooster vastgestelde aantal te werken uren per dag c.q. per week bepaalt of er al dan niet sprake is van overwerk.

4.Indien in het werkrooster is opgenomen dat per dag 7,5 uur wordt gewerkt en 0,5 uur arbeids-duurverkorting wordt opgenomen, wordt bij overwerk over de gewerkte uren na de genoemde 7,5 uur de toepasselijke overwerktoeslag toegekend. De niet opgenomen 0,5 uur ADV wordt uitbetaald of kan op een ander moment worden opgenomen.

5.Voor een werknemer met een onvolledig dienstverband is er sprake van overwerk indien en voor zover een aantal uren wordt gewerkt dat bij een werknemer met een volledig dienstver¬band als overwerk wordt beschouwd.

6.Overwerk wordt beloond met het basisuursalaris, vermeerderd met de volgende toeslagen:

a.Overwerk per dienst tussen maandag 00.00 uur en vrijdag 24.00 uur:

- 40% voor alle uren m.i.v. periode 02-2009.

b.Overwerk op zaterdag tussen 00.00 uur en 24.00 uur:

-75% voor alle uren.

Hierbij maakt het niet uit op welk tijdstip de dienst is begonnen.

c.Overwerk op zondag, niet zijnde een feestdag, tussen 00.00 uur en 24.00 uur:

-100% voor alle uren.

Hierbij maakt het niet uit op welk tijdstip de dienst is begonnen.

d.Overwerk op een feestdag tussen 00.00 en 24.00 uur:

-100% voor alle uren.

Hierbij maakt het niet uit op welk tijdstip de dienst is begonnen.

e.Op verzoek van de werknemer kan het verrichten van overuren gecompenseerd worden

in vrije tijd. Bij het bepalen van de duur van de te compenseren tijd wordt rekening gehouden met de in dit lid genoemde toeslagpercentages.

Het opnemen van het op deze wijze gekweekte recht op doorbetaalde vrije tijd geschiedt in overleg met de chef. De opname dient te geschieden in dezelfde of de eerstvolgende periode, anders vindt uitbetaling plaats. Gedurende de maanden juli t/m september en december is opname in principe niet mogelijk.

Bij het vaststellen van de opname in dezelfde of eerstvolgende periode wordt hiermeerekening gehouden.

7.Indien in de "nachtdienst" van een week een zesde nacht wordt gewerkt, geldt voor des-betreffende uren een toeslag van 100%.

8.De overwerktoeslag wordt berekend over het basisuursalaris.

Artikel 9 Arbeid en beloning op feestdagen

1.Op feestdagen en in de lustrumjaren op 5 mei (bevrijdingsdag) wordt, met uitzondering van de werknemers die in continudienst werken, geen arbeid verricht, tenzij bijzondere omstandig¬heden zulks noodzakelijk maken en de desbetreffende wettelijke bepalingen zich daartegen niet verzetten.

2.a. Op feestdagen worden de uren die volgens het normale werkrooster gewerkt hadden

moeten worden, doorbetaald tegen het basisuursalaris.

Dit geldt ook voor de uren in de nachtdienst, voorafgaand aan de feestdag.

Een feestdag wordt ongeacht het werkrooster voor 8 uur gerekend voor een werk¬nemer met een volledig dienstverband.

b. Indien op feestdagen arbeid moet worden verricht, dan wordt, naast het bepaalde

onder a., een vergoeding gegeven van het basisuursalaris vermeerderd met een toeslag van 100% van het basisuursalaris. Dit geldt niet voor werknemers die in continudienst werken.

c.Indien er tevens sprake is van overwerk conform artikel 8 zal naast de toeslag als genoemd in lid b, tevens de toeslag zoals opgenomen in artikel 8 worden toegekend.

3.a. Indien volgens werkrooster arbeid moet worden verricht in de nacht aansluitend op een feestdag

dan zullen alle uren na 00.00 uur extra worden gehonoreerd met een toeslag van 100% van het basisuursalaris.

b. Indien er tevens sprake is van overwerk conform artikel 8 zal naast de toeslag als genoemd in lid a, tevens de toeslag zoals opgenomen in artikel 8 worden toegekend.

4.Werknemers die in continudienst werken en volgens het werkrooster moeten werken op een feestdag, ontvangen naast het basisuursalaris, vermeerderd met de geldende ploegentoeslag, per gewerkt uur een basisuursalaris, alsmede een compensatie in tijd gelijk aan het aantal gewerkte uren.

Indien het grootste deel van een dienst samenvalt met een van bovenbedoelde dagen is op degehele dienst de compensatie in tijd van toepassing.

5.Indien een volgens werkrooster geplande wisselende vrije dag van een werknemer samenvalt met een niet op zondag of zaterdag vallende feestdag, dan wordt deze dag gecompenseerd door een vrije werkdag op een andere datum.

6.Werknemers in ploegendienst werkzaam, kunnen aanspraak maken op minimaal hetzelfde aantal doorbetaalde arbeidsuren zoals bepaald in lid 2a als werknemers die uitsluitend in dagdienst arbeid verrichten. Indien de werkroosters daar niet in voorzien, zal het verschil worden gecompenseerd door evenveel vrije tijd op een ander tijdstip of een uitbetaling in geld naar rato.

Artikel 10 Verschoven werktijd

1.Dit artikel geldt niet voor werknemers die een ploegentoeslag ontvangen.

2.Gewerkte uren in verschoven werktijd worden niet als overwerkuren beschouwd.

3.Voor arbeid tijdens verschoven werktijd zal voor ieder uur of deel van een uur dat gewerkt wordt:

-vóór 07.00 uur 's ochtends;

-na 18.00 uur 's avonds;

-het basisuursalaris worden verhoogd met een toeslag van 25%.

4.De toeslag is niet verschuldigd indien de verschuiving van de werktijd wordt vastgesteld op uitdrukkelijk verzoek van de werknemer.

Artikel 11 Werken op zondag

Werknemers die op grond van hun geloofsovertuiging principiële bezwaren hebben tegen het werken op zondag, zullen hiertoe niet worden verplicht.

Artikel 12 Werken op 24 en 31 december

1.Albert Heijn zal ernaar streven het werken op 24 december en 31 december na 18.00 uur zoveel als mogelijk is te voorkomen.

2.Indien op 24 en 31 december na 18.00 uur arbeid wordt verricht, ontvangt de werknemer naast het basisuursalaris een toeslag van 100% van het basisuursalaris.

Artikel 13 Ploegentoeslag

1.De ploegentoeslag voor werknemers met een volledig dienstverband wordt als volgt berekend:

a.De werktijdregeling vormt het vertrekpunt voor de berekening. Hierbij geldt dat de opname van arbeidsduurverkortingsuren conform artikel 25 lid 3b gelijkmatig over het werkrooster wordt gespreid.

b.Aan elk te werken uur van een werktijdregeling wordt een inconveniëntenpercentage toegekend, zoals vastgelegd in de inconveniëntenmatrix in bijlage VIII van de CAO.

Indien in de nachtdienst 7,5 uur wordt gewerkt door opname van een half uur arbeidsduur-verkorting, wordt bij de toekenning van de inconveniëntenpercentages uitgegaan van acht te werken, dus ingeroosterde uren per nacht.

Met ingang van de eerste dag van periode 01-2015 luidt lid 1 sub b als volgt:

b.Aan elk te werken uur van een werktijdregeling wordt een inconveniëntenpercentage toegekend, zoals vastgelegd in de inconveniëntenmatrix in bijlage VIII van de CAO.

Indien in een hele avonddienst of nachtdienst 7,5 uur wordt gewerkt door opname van een half uur arbeidsduurverkorting, wordt bij de toekenning van de inconveniëntenpercentages uitgegaan van acht te werken, dus ingeroosterde uren. Het half uur arbeidsduurverkorting wordt bij een avonddienst aan het einde van deze dienst en bij een nachtdienst aan het begin van deze dienst ingeroosterd. Gedurende een dagdienst wordt het half uur arbeidsduurverkorting in het tijdvak zonder inconveniëntenpercentages ingeroosterd.

c.Indien de totale dinerpauzetijd van alle werknemers aanvangt en eindigt vóór 18.00 uur wordt bij de toekenning van de inconveniëntenpercentages aan de te werken uren in de individuele werkroosters daarmee rekening gehouden.

d.Indien de totale dinerpauzetijd van de site aanvangt vóór 18.00 uur en eindigt na 18.00 uur zal bij de toekenning van de inconveniëntenpercentages aan de te werken uren in de individuele werkroosters dezelfde verhouding worden toegepast als de ligging van de pauzetijd vóór 18.00 uur en na 18.00 uur.

e.De som van de volgens sub b, c en d toegekende inconveniëntenpercentages wordt gedeeld door het aantal ingeroosterde uren. Het aldus berekende percentage is de ploegentoeslag.

Met ingang van de eerste dag van periode 01-15 luidt lid 1 sub e als volgt:

e.De som van de volgens sub b,c en d toegekende inconveniëntenpercentages wordt gedeeld door het aantal contracturen van de werknemer per periode van vier weken. Het aldus

f.Artikel 13 lid 1 geldt niet voor werknemers die werkzaam zijn in continudienst.

2. a.Indien één keer per zes weken op zaterdag tussen 07.00 en 18.00 uur wordt gewerkt, wordt

voor elk gewerkt uur naast het basisuursalaris een toeslag van 35% van het basisuursalaris toegekend conform de inconveniëntenmatrix zoals opgenomen in bijlage VIII.

b.Indien vaker dan één keer in de zes weken op zaterdag tussen 07.00 en 18.00 uur wordt gewerkt, wordt voor elk gewerkt uur waarvoor de inconveniëntenmatrix 35% toekent,

een toeslag toegekend conform Staffel 1 zoals opgenomen in bijlage X, Uitvoeringsregeling toekenning toeslagpercentage artikel 13 lid 2.

c.Met de werknemer wordt een afspraak gemaakt over het aantal keren dat per kalenderjaar

op zaterdag gewerkt zal worden. Deze afspraak wordt in een rooster vastgelegd. Bij het aantal afgesproken zaterdagen hoort een toeslag conform sub b van dit lid. Deze toeslag wordt meegenomen in de berekening van de ploegentoeslag per periode.

d.Indien de werknemer meer of minder zaterdagen dan het afgesproken aantal heeft gewerkt is de Uitvoeringsregeling toekenning toeslagpercentage artikel 13 lid 2 zoals opgenomen in bijlage X, van toepassing.

3.Indien een werknemer structureel volgens rooster op meer dan één dag per week werkzaam is, is lid 1 van dit artikel van toepassing.

4.De conform lid 1 en 3 berekende ploegentoeslag wordt over de uitbetaalde uren gegeven.

5.a. De werknemer die volgens rooster één maal per week werkzaam is in een avonddienst,

ontvangt voor elk in die dienst tussen 18.00 en 24.00 uur gewerkt uur naast het basisuursalaris een toeslag van 15% van het basisuursalaris.

b.De werknemer die volgens rooster één maal per week werkzaam is in een nachtdienst, ontvangt voor elke in die dienst tussen 22.00 en 07.00 gewerkt uur naast het basisuursalaris een toeslag van 30% van het basisuursalaris.

c.De toeslag zoals bedoeld in sub a. en b. van dit lid wordt met ingang van periode 2-2009 ook toegekend indien de werknemer niet werkt vanwege een vrije dag, ziekte enz.

d.De werknemer die uitsluitend op zaterdag overdag werkzaam is, ontvangt geen ploegen¬toeslag.

e.Indien de werknemer naast de in lid 5a, 5b of 5c genoemde dienst incidenteel arbeid moet verrichten op andere dagen, wordt voor elk te werken uur op deze andere dagen een toeslag toegekend die gelijk is aan het inconveniëntenpercentage, zoals vastgelegd in de inconveniëntenmatrix, met dien verstande dat de zaterdagtoeslag wordt beperkt tot 35%.

f.De werknemer die uitsluitend op zaterdag werkzaam is ontvangt voor ieder gewerkt uur op zaterdag na 18.00 uur naast het basisuursalaris een toeslag van 35% van het basis- uursalaris.

6.Een werknemer met een volledig dienstverband die arbeid in continudienst verricht, ontvangt boven het voor hem vastgestelde basisuursalaris een ploegentoeslag van 30%.

7.Een werknemer met een ploegentoeslag die overwerkt, ontvangt per gewerkt overuur naast het basisuursalaris de overwerkvergoeding vermeld in artikel 8, en de voor hem geldende ploegen- toeslag per gewerkt uur.

8.De ploegentoeslag wordt gegeven over het basisuursalaris.

9.a. Op verzoek van de werknemer kan de uit te betalen ploegentoeslag geheel of gedeeltelijk

in vrije tijd worden opgenomen, mits de bedrijfsvoering dit toelaat.

b.Aan de uren, zoals bedoeld in lid 9a, is in de inconveniëntenmatrix een inconveniënten-percentage toegekend. Per in tijd opgenomen uur zal de uit te betalen ploegentoeslag worden verminderd met het uurloon en het percentage van het uurloon, dat gelijk is aan het bij dat uur behorende inconveniëntiepercentage.

c.Een afspraak als bedoeld in sub a van dit lid, leidt niet tot wijziging in de met betrokkenen afgesproken aantal contracturen.

Artikel 14 Geen verplichting meer tot arbeid in ploegendienst of nachtdienst

1.a. Voor werknemers van 58 jaar of ouder bestaat er geen verplichting meer om in ploegen¬

dienst te werken.

b. Het onder sub a. bepaalde zal voor de betrokken werknemers geen financiële conse¬quenties hebben.

2.a. Voor werknemers die uiterlijk in 2001 50 jaar of ouder worden bestaat er geen verplich¬

ting meer om in de nachtdienst te werken.

b.Het onder sub a. bepaalde zal voor de betrokken werknemers geen financiële consequenties hebben m.b.t. de ploegentoeslag verbonden aan het werken in ploegendienst.

3.a. Werknemers die in 2002 en daarna 50 jaar worden en afzien van het werken in de

nachtdienst, behouden (een gedeelte van) de ploegentoeslag, verbonden aan het werken in de nachtdienst.

De hoogte wordt bepaald door het aantal jaren dat onafgebroken in de nachtdienst is gewerkt :

Jaar

% per nachtdienst-jaar

Factor voor berekening PTN

2002

10%

100%

2003

9%

90%

2004

8%

80%

2005

7%

80%

 b.Indien in 2005 op vijftigjarige leeftijd méér dan 10 jaar in de nachtdienst is gewerkt, stijgt het maximum gedeelte ploegentoeslag dat behouden blijft met 7% per extra jaar tot een maximum van 80%.

c.Voor werknemers die in enig jaar 50 jaar worden, maar op een later moment afzien van het werken in de nachtdienst, blijven de percentages gelden zoals die van toepassing waren in het jaar dat betrokkenen 50 jaar werden. De gewerkte jaren na 50 jaar tellen mee bij de bepaling van welk gedeelte van de ploegentoeslag behouden blijft.

4.Lid 1 tot en met 3 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing indien werknemers zoals bedoeld in dit artikel na het bereiken van de leeftijd van 58 respectievelijk 50 jaar overgaan naar een ander werkrooster, ongeacht of de werkgever dan wel de werknemer het initiatief daartoe heeft genomen.

5.Met ingang van 15 oktober 2009 geldt dat indien medewerkers van 50 jaar en ouder afzien van het werken in de nachtdienst zij in avonddiensten worden ingeroosterd, waarbij het oude rooster leidend is. Dat betekent dat medewerkers in het nieuwe rooster niet verplicht worden tot méér avonddiensten dan in het oude rooster. Daarbij geldt wel dat Albert Heijn de medewerker kan verplichten ten minste één keer per 9 weken avonddiensten te draaien.

Met ingang van de eerste dag van periode 01-2015 luidt artikel 14 als volgt:

1.a. Voor een werknemer van 58 jaar of ouder bestaat er geen verplichting meer om in de avond-

en/of nachtdienst te werken.

b.Als een werknemer de werking van lid 1a inroept en stopt met werken in de avonddienst, krijgt hij een PTA toegekend.

Als de werknemer gelijktijdig een beroep doet op de werking van artikel 14 lid 3a omdat hij op hetzelfde moment stopt met het werken in de nachtdienst, wordt tevens een PTN toegekend.

Bij de toekenning van de PTN op de leeftijd van 58 jaar, is de PTN gelijk aan het gedeelte van de ploegentoeslag conform artikel 13, behorende bij de nachtdienst die hij voorafgaand aan dit moment werkte.

Als de werknemer op een eerder moment dan op de leeftijd van 58 jaar al een beroep heeft gedaan op artikel 14 lid 3 a behoudt hij de PTN die hij met dat beroep heeft verkregen.

c.De werknemer blijft op basis van de voor hem verplichte zaterdagfrequentie conform artikel 6.4 werken op zaterdag. Het werken op zaterdag in de avond wordt vervangen door het werken op zaterdag overdag. Het deel van de ploegentoeslag dat toegekend wordt voor het werken op zaterdag overdag wordt onder toepassing van Bijlage X uitbetaald als ploegentoeslag.

d.De PTA die is toegekend op grond van lid 1 sub b kan mogelijk geheel vervallen als de werk¬nemer op een later moment naar een nieuw werkrooster overgaat met avonddiensten. De PTA wordt op dat moment herberekend op basis van het verschil tussen het aantal avonddiensten in het werkrooster op basis waarvan de PTA is vastgesteld en het aantal avonddiensten in het nieuwe werkrooster.

Artikel 14 lid 3b sub 4 is van toepassing indien tevens nachtdiensten in het nieuwe werkrooster zijn opgenomen.

e.Artikel 24 lid 2a blijft onverkort van toepassing.

2.a. Voor de werknemer die uiterlijk in 2001 50 jaar of ouder werd bestaat er geen verplichting meer

om in de nachtdienst te werken.

b.Als een werknemer de werking van artikel 14 lid 2 sub a inroept en niet meer in de nachtdienst werkt, behoudt hij de ploegentoeslag conform artikel 13 verbonden aan het werkrooster met nachtdiensten, vóór dat hij overgaat naar een werkrooster zonder nachtdiensten, onder toe-passing van artikel 14 lid 2 sub c.

c. De toeslag verbonden aan de verplichte zaterdagfrequentie conform artikel 6.4 onder toepassing van Bijlage X wordt uitbetaald als ploegentoeslag.

3.a. De werknemer die in 2002 of daarna 50 jaar wordt en afziet van het werken in de nachtdienst, krijgt een PTN.

b.De PTN wordt als volgt berekend:

1.Op basis van de ploegentoeslag behorende bij het werkrooster met nachtdienst waarin de werknemer laatstelijk werkzaam was vóór dat hij overgaat naar een werkrooster zonder nachtdienst, wordt bepaald welk deel van de ploegentoeslag behoort bij de nachtdienst in dat werkrooster.

2.Dit deel wordt vermenigvuldigd met maximaal de factor 80% overeenkomstig de staffel zoals opgenomen in de definitie van PTN in artikel 2 en zonodig onder toepassing van artikel 14 lid 3 sub c. De uitkomst van deze vermenigvuldiging is de PTN. In Bijlage XII is een voorbeeld berekening opgenomen.

3.Naast de ploegentoeslag behorende bij het nieuwe werkrooster, ontvangt de medewerker tevens de PTN.

4.De PTN kan mogelijk geheel vervallen als de werknemer op een later moment naar een nieuw werkrooster overgaat met nachtdiensten. De PTN wordt op dat moment herberekend op basis van het verschil in aantal nachtdiensten tussen het werkrooster op basis waarvan de PTN is berekend, en het aantal nachtdiensten nieuwe werkrooster.

Als de werknemer wederom stopt met het werken in de nachtdienst dan wordt op basis van de ploegentoeslag van het werkrooster met nachtdienst waarin de werknemer werkzaam is op het moment vóór dat hij overgaat naar een werkrooster zonder nachtdienst, een PTN berekend en toegekend.

c.Voor een werknemer die na zijn 50ste jaar stopt met werken in de nachtdienst, blijft het percentage gelden zoals dat van toepassing was in het jaar dat hij 50 jaar werd conform de tabel zoals opgenomen in de definitie van de PTN De gewerkte jaren in de nachtdienst na 50 jaar tellen mee bij de berekening van de PTN.

4.Lid 1 tot en met 3 van dit artikel zijn eveneens van overeenkomstige toepassing als werknemers zoals bedoeld in dit artikel na het bereiken van de leeftijd van 58 respectievelijk 50 jaar overgaan naar een ander werkrooster zonder avond en/of nachtdiensten als de werkgever het initiatief daartoe heeft genomen.

5.Met ingang van 15 oktober 2009 geldt dat als werknemers van 50 jaar en ouder afzien van het

werken in de nachtdienst, zij in avonddiensten worden ingeroosterd, waarbij het oude werkrooster leidend is. Dat betekent dat werknemers in het nieuwe werkrooster niet verplicht worden tot méér avonddiensten dan in het oude werkrooster. Daarbij geldt wel dat Albert Heijn de medewerker kan verplichten ten minste één keer per 9 weken avonddiensten te draaien.

Artikel 15 Verlaging van de ploegentoeslag

1.a. Een werknemer die gedurende een periode werkzaam is geweest volgens een werktijd-regeling waaraan een ploegentoeslag is verbonden, kan door bedrijfsomstandigheden of vanwege zwaarwichtige privé-redenen overgaan naar een andere werktijd-regeling.

b.Indien aan die andere werktijdregeling een lagere of geen ploegentoeslag is verbonden, wordt de nieuwe lagere ploegentoeslag aangevuld met een percentage van het verschil tussen de oude en de nieuwe ploegentoeslag gedurende de tijd zoals opgenomen in lid c t/m h.

c.Na minder dan 3 maanden een (hogere) toeslag te hebben ontvangen:

-geen aanvulling.

d.Na 3 maanden of langer doch korter dan 1 jaar een (hogere) toeslag te hebben ontvangen:

-8 weken 100% van het verschil

-4 weken 80% van het verschil.

e.Na 1 jaar of langer doch korter dan 3 jaar een (hogere) toeslag te hebben ontvangen:

-12 weken 100% van het verschil

-8 weken 80% van het verschil

-4 weken 60% van het verschil

-4 weken 40% van het verschil

-4 weken 20% van het verschil.

Na 3 jaar of langer doch korter dan 5 jaar een (hogere) toeslag te hebben ontvangen:

-16 weken 100% van het verschil

-12 weken 80% van het verschil

-8 weken 60% van het verschil

-4 weken 40% van het verschil

-4 weken 20% van het verschil.

g.Na 5 jaar of langer een (hogere) toeslag te hebben ontvangen:

-20 weken 100% van het verschil

-16 weken 80% van het verschil

-16 weken 60% van het verschil

-12 weken 40% van het verschil

-8 weken 20% van het verschil

h.50 jaar en ouder en 5 jaar of langer een (hogere) toeslag te hebben ontvangen:

-40 weken 100% van het verschil

-32 weken 80% van het verschil

-16 weken 60% van het verschil

-12 weken 40% van het verschil

-8 weken 20% van het verschil.

2.Indien een werknemer vanwege een medische indicatie in een ander werkrooster gaat werken zal gedurende een jaar de ploegentoeslag die behoorde bij zijn oude werkrooster worden doorbetaald. Na dat jaar wordt de ploegentoeslag afgebouwd tot het niveau dat behoort bij het nieuwe werkrooster.

3.Indien een werknemer, werkzaam gedurende tenminste tien jaar volgens een werktijdregeling waaraan een ploegentoeslag is verbonden, door bedrijfsomstandigheden overgaat naar een werktijdregeling waaraan een lagere of geen ploegentoeslag is verbonden, wordt de afbouw van de oude ploegentoeslag beperkt tot de helft van het gemiddelde van de ploegentoeslag over de afgelopen tien jaar.

5.Salarissen, toeslagen en beloning ingeleend personeel

Artikel 16 Salarisgroepen

Iedere werknemer is in een functiegroep ingedeeld overeenkomstig de door hem uitgeoefende functie. Bij elke functiegroep behoort een salarisgroep.

Met ingang van 27 maart 2000 is de indeling van de functie in een functiegroep gebaseerd op de functiewaarderingsmethode ORBA, zoals vermeld in bijlage I. Bij deze indeling behoort de inschaling van de functie en beloning conform salaristabel I.

De wijze van invoering van de resultaten van deze functiewaarderingsmethode en inschaling van de functie en beloning conform salaristabel I is opgenomen in bijlage II.

Artikel 17 Salarissen

1.a. In bijlage II is salaristabel I opgenomen die geldt voor:

-de werknemers die op of na 19 juni 2000 in dienst zijn gekomen;

-de werknemers die voor 19 juni 2000 in dienst zijn getreden en voor wie met ingang van 27 maart 2000 of later met in achtneming van de inhoud van bijlage VI deze salaristabel van toepassing is geworden.

N.B. Salaristabel II t/m IV voor medewerkers die eerder in dienst zijn getreden en salaristabel V voor de medewerkers op wie tot 27 maart 2000 de CAO Support & Services van Albert Heijn van toepassing is geweest, zijn opgenomen in het Handboek Personeel Logistics.

b. Bij indiensttreding worden medewerkers, waaronder hier inbegrepen uitzendkrachten en door derden bij werkgever gedetacheerd personeel, in de functie van basismagazijnmedewerker en vergelijkbare productie gerelateerde functies, beloond conform salarisschaal A.

Medewerkers, waaronder hier inbegrepen uitzendkrachten en door derden bij werkgever gedetacheerd personeel die andere functies vervullen, worden beloond conform de bij deze functies behorende salarisschaal.

De werkgever draagt er zorg voor dat uitzendkrachten en door derden bij werkgever gedeta¬cheerd personeel die op een introductie- of voorlichtingsbijeenkomst werkzaamheden verrichten, al dan niet in het kader van inwerken, een beloning ontvangen voor de dan gewerkte uren.

2.Overeenkomstig de voor de functie van de werknemer geldende indeling in een functiegroep, en rekening houdend met leeftijd, functiejaren, eventuele inconveniëntenklasse en dienst- verbandtoeslag, zal het in bijlage II vermelde basisuursalaris worden betaald.

3.a. De werknemer die is ingedeeld in een salarisschaal van salaristabel I ontvangt het

basisuursalaris behorende bij zijn leeftijd, eventueel verhoogd met één of meer tredes.

b.Aan de werknemer die de leeftijd van 19 jaar heeft bereikt en tenminste één jaar in dienst is wordt een extra verhoging, genaamd functiejaar, toegekend.

De toekenning geschiedt per de eerste dag van de eerste periode van enig jaar, voor de eerste keer in 2009.

c.De werknemer die 23 jaar is ontvangt met ingang van de eerstvolgende vierde kalenderjaarperiode na zijn verjaardag een gedeeltelijke trede.

De hoogte van deze trede wordt berekend naar rato van het verstreken deel van een jaar sinds de verjaardag.

d.De werknemer die in dienst treedt en op dat moment 23 jaar of ouder is, ontvangt met ingang van de eerstvolgende vierde kalenderjaarperiode na zijn indiensttreding een gedeeltelijke trede.

De hoogte van deze trede wordt berekend naar rato van het verstreken deel van een jaar sinds de indiensttreding.

e.Het basisuursalaris van de werknemer die de leeftijdschalen en de overgang als bedoeld in sub

b.is gepasseerd, wordt met ingang van de vierde periode van elk kalenderjaar met één trede verhoogd tot het maximum van de salarisschaal is bereikt met inachtneming van sub b. en c. De laatste toe te kennen trede kan kleiner zijn dan een volledige trede.

f.Indien de werknemer een hoger ingeschaalde functie gaat vervullen, wordt zijn basisuur-salaris verhoogd met de helft van de trede van de nieuwe salarisschaal, tenzij de werk-nemer in die situatie 23 jaar of jonger is. Dan wordt het basisuursalaris dat hoort bij zijn leeftijd toegekend.

4.Uitbetaling van de salarissen vindt plaats eenmaal per 4 weken.

Artikel 18 Algemene salarisaanpassing

1.De basissalarissen, de basisuursalarissen, de periodesalarissen, de vloeren en toeslagen worden verhoogd:

-per 3 november 2014 met 0,75%

-per 18 mei 2015 met 1%

2.Voor werknemers van 23 jaar en ouder met een volledig dienstverband geldt per procent verhoging zoals genoemd in sub a. van lid 1 van dit artikel, een minimum per jaar van € 253,20 per 30 december 2013, € 255,10 per 3 november 2014 en € 257,65 per 18 mei 2015.

3.Voor werknemers jonger dan 23 jaar met een volledig dienstverband, geldt de minimum verhoging zodanig, dat voor elk leeftijdsjaar jonger dan 23 jaar een aftrek van 7,5% wordt toegepast. Bij een onvolledig dienstverband is de minimum verhoging naar evenredigheid van de mate van onvolledigheid lager.

4.Bij de berekening van de aanpassing van de salaristabellen wordt uitgegaan van het bijgehouden niet afgeronde periodeloon. Daaruit wordt het uurloon berekend en naar boven afgerond op hele centen. Met het aldus vastgestelde uurloon wordt het periodeloon berekend.

Artikel 19 Toeslagen en vergoedingen

19.1Vervangingstoeslag

1.a. Albert Heijn streeft ernaar te voorkomen dat een werknemer in een hoger ingeschaalde functie vervangt.

b.Indien de werknemer toch in een hoger ingeschaalde functie vervangt moet deze

vervanging zijn overeengekomen en vastgelegd. Gedurende de tijd van de vervanging heeft de werknemer met inachtneming van sub d, recht op een vervangingstoeslag.

c.Bij vervanging ontvangt de werknemer per 30 december 2013 een toeslag van € 6,50 per dienst ongeacht de duur van de vervanging in deze dienst.

d.Er bestaat geen recht op een vervangingstoeslag:

-indien de werknemer een persoonlijke toeslag ontvangt vanwege een hoger betaalde functie uit het verleden, die hoger of gelijk is aan de vervangingstoeslag.

Indien de persoonlijke toeslag teruggerekend per dienst lager is € 6,50 wordt het verschil als vervangingstoeslag toegekend;

-indien de werknemer vervangt in het kader van zijn opleiding om praktijkervaring op te doen.

e.Het bedrag van de vervangingstoeslag zoals bedoeld in sub c. wordt aangepast met de algemene salarisaanpassingen zoals afgesproken in de CAO. Zodra door de achtereenvolgende aanpassingen de toeslag met tenminste een halve euro is toegenomen, wordt de toeslag met een halve euro verhoogd.

19.2Koudetoeslag

a . Aan werknemers die werkzaamheden verrichten in mechanisch gekoelde ruimten die een temperatuur hebben van minder dan 7°C, wordt voor elk vol uur een bruto toeslag betaald van € 0,25 per 31 december 2012 en € 0,26 per 29 december 2014.

b.De toeslag wordt als een vast bedrag per periode uitgekeerd indien de werknemer in de uitoefening van zijn functie gedurende een vast aantal uren per periode in de gekoelde ruimten werkzaamheden verricht.

c.De toeslag wordt als een variabel bedrag per periode uitgekeerd indien de werknemer incidenteel, bijvoorbeeld door vervanging, in gekoelde ruimtes werkzaamheden verricht.

19.3Consignatie

a. Een werknemer kan consignatie worden aangezegd. De consignatiedienst zal volgens een rooster, zoveel als mogelijk, over de daarvoor in aanmerking komende werknemers gespreid worden, teneinde de persoonlijke belasting en het inkomenseffect beperkt te houden. De reisduur van de verblijfplaats van de geconsigneerde werknemer naar het distributiecentrum dient zo kort mogelijk, en in principe niet langer dan 30 minuten te zijn.

Indien de geconsigneerde werknemer is opgeroepen teneinde werkzaamheden te

verrichten, dient na afloop van dat werk de wettelijke minimale rustduur in acht te worden genomen.

b.De geconsigneerde werknemer ontvangt de volgende bruto toeslagen per uur:

-voor consignatieuren gelegen tussen maandag 0.00 uur en vrijdag 24.00 uur:

€ 1,03 per 30 december 2013

€ 1,04 per 3 november 2014

€ 1,05 per 18 mei 2015.

-voor consignatieuren gelegen tussen zaterdag 0.00 uur en 24.00 uur:

€ 1,80 per 30 december 2013

€ 1,82 per 3 november 2014 € 1,83 per 18 mei 2015.

-voor consignatieuren gelegen tussen zondag 0.00 uur en 24.00 uur:

€ 2,06 per 30 december 2013

€ 2,08 per 3 november 2014 € 2,10 per 18 mei 2015.

c.Indien de geconsigneerde werknemer is opgeroepen, zal naast de tijd gedurende welke arbeid is verricht, de reistijd beloond worden als overwerk artikel 8 lid 5 respectievelijk artikel 9 lid 3.

Artikel 20 Beloning ingeleend personeel

Uitzendkrachten worden beloond volgens Bijlage II.

6.Vakantierechten, arbeidsduurverkorting en roostervrije seniorendagen

Artikel 21 Vakantierechten

1.Het vakantiekweekjaar loopt van de eerste dag van de eerste betalingsperiode van enig jaar tot en met de laatste dag van de 13e betalingsperiode van dat jaar.

2.a. Werknemers met een volledig dienstverband hebben op jaarbasis recht op 208 vakantie-

uren met behoud van salaris.

Vakantierechten worden gekweekt op basis van het aantal uitbetaalde uren niet zijnde overwerkuren, tot een maximum van 208 uren.

b.Voor de periodes aan het begin en het einde van het dienstverband geldt eveneens dat

vakantierechten worden toegekend op basis van het aantal betaalde uren, niet zijnde overuren, in die perioden.

c.Vakantie wordt alleen over het aantal te werken uren volgens het werkrooster genoten.

d.Opname van vakantie vindt plaats in uren. Bij opname van een hele dag (respectievelijk hele dagen) vakantie wordt het vakantierecht verminderd met het aantal werkelijk te werken uren volgens het werkrooster van de desbetreffende dag (respectievelijk dagen).

Eventueel ingeplande arbeidsduurverkortingsuren blijven daarbij buiten beschouwing.

3.Vakantie-uren moeten worden opgenomen in het kalenderjaar dat aanvangt tijdens het vakantiekweekjaar, en dienen in overleg met werkgever te worden vastgesteld. Hierbij zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de wensen van de werknemer.

4.Vakantie-uren dienen in het opnamejaar bedoeld in lid 3 van dit artikel, te worden opgenomen, behoudens in geval van ziekte of indien er individueel afwijkende afspraken zijn gemaakt.

5.a. Het minimum aantal dagen waarop jaarlijks aaneengesloten vakantie-uren dienen te

worden opgenomen bedraagt 10, behalve indien de werknemer in de loop van het vakantiekweekjaar in dienst is getreden en daardoor onvoldoende vakantierecht kweekt.

b. Indien de werknemer dat wenst kan hij 15 dagen aaneengesloten vakantie opnemen, uiteraard mits hij zoveel vakantie heeft gekweekt.

6.De werknemer kan in overleg met de werkgever een keer per twee jaar zes weken aaneen-gesloten vakantie opnemen. Hiervoor kunnen mede de gespaarde uren zoals bedoeld in artikel 28 worden opgenomen.

Indien van deze zes weken vier weken of meer tijdens het hoogseizoen worden opgenomen, mogen in het voorafgaande of opvolgende kalenderjaar maximaal twee weken vakantie in het hoogseizoen liggen.

7.a. Indien volgens rooster op vrijdagnacht of zaterdag wordt gewerkt, en de medewerker

op de opvolgende maandag een vrije dag wenst op te nemen, zal dit in principe worden toegestaan.

b. Indien op zaterdag wordt gewerkt is in de week waarin die zaterdag valt voor het uit-roosteren geen enkele andere dag bij voorbaat uitgesloten. Uitroostering zal onder meer op basis van de geïnventariseerde wensen, en in overleg met de betrokken mede¬werkers plaatsvinden.

8.Gedurende de weken zoals bedoeld in lid 10 van artikel 25 wordt een verzoek tot opname van vakantiedagen individueel beoordeeld. De opname zal worden toegestaan, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Dit zal aan betrokkene worden toegelicht.

9.Werknemers in continudienst mogen per vakantiekweekjaar slechts twee snipperdagen laten samenvallen met zaterdag, zondag of een algemeen erkende Christelijke feestdag.

Artikel 22 Extra vakantierechten

1.Werknemers, die in een kalenderjaar tenminste 25 jaar in dienst zijn, hebben jaarlijks recht op 24 uren extra vakantie.

2.a. Werknemers, die in een kalenderjaar een leeftijd hebben volgens onderstaande tabel,

kunnen de navolgende extra vakantie-uren per jaar opnemen, boven de in artikel 21 vermelde uren:

 

45 tot en met 49 jaar

24 uren

50 tot en met 54 jaar

36 uren

55 tot en met 59 jaar

40 uren

60 jaar

56 uren

61 jaar

72 uren

62 jaar

88 uren

63 jaar

104 uren

64 jaar

120 uren

 

De extra vakantie-uren, zoals bedoeld onder lid 1 van dit artikel verhogen de in deze tabel aangegeven rechten niet.

b. Lid 2a. geldt niet voor werknemers op wie artikel 29 (Roostervrije Seniorendagen) van toepassing is.

3.Opname van de extra vakantie-uren geschiedt in overleg met de werkgever conform het gestelde in artikel 21 lid 2d.

4.Werknemers met een onvolledig dienstverband verkrijgen de extra vakantie-uren naar verhouding.

Artikel 23 Vakantietoeslag

1.Het vakantietoeslagkweekjaar is gelegen tussen:

6e t/m 5e periode van ieder jaar voor werknemers, die na 17 mei 1976 in dienst zijn getreden; 8e t/m 7e periode van ieder jaar voor werknemers, die vóór 17 mei 1976 in dienst zijn getreden.

Werknemers ontvangen 8% vakantietoeslag.

De vakantietoeslag wordt berekend op basis van de aan een werknemer in het vakantie- toeslagkweekjaar uitbetaalde uren, niet zijnde overuren, tegen het basisuursalaris op het moment van uitbetalen, vermeerderd met maximaal 13 maal de op de werknemer op het moment van uitbetalen van toepassing zijnde vaste toeslagen per periode.

b. Werknemers genoemd in artikel 3 onder lid 4 kweken 8% vakantietoeslag over de aan hen uit te betalen gewerkte uren, niet zijnde overuren.

3.Voor werknemers van 23 jaar en ouder geldt een minimum vakantietoeslag van bruto

€ 1947,24 per 30 december 2013, € 1961,84 per 3 november 2014 en € 1981,46 per 18 mei 2015 als zij het gehele kweekjaar voor vakantietoeslag een volledig dienstverband hebben gehad.

4.Zij die niet het gehele vakantietoeslagkweekjaar in dienst zijn geweest, of een onvolledig dienstverband hebben, ontvangen de minimum vakantietoeslag naar verhouding van de duur van het dienstverband ten opzichte van het vakantietoeslagkweekjaar.

5.De minimum vakantietoeslag geldt niet voor werknemers genoemd in artikel 3 onder lid 4.

6.a. In de 5e betalingsperiode van elk jaar wordt de vakantietoeslag uitbetaald.

b. Werknemers genoemd in artikel 3 onder lid 4 ontvangen de gekweekte vakantietoeslagrechten tegelijk met de uitbetaling van de door hen gewerkte uren.

7.Bij beëindiging van het dienstverband wordt voor elke gehele of gedeeltelijke betalingsperiode van 4 weken waarin is gewerkt en waarvoor nog geen vakantietoeslag werd uitbetaald, deze alsnog uitgekeerd.

Artikel 24 Arbeidsduurverkorting

1.a. Een werknemer met een volledig dienstverband heeft recht op 184 uur arbeidsduurverkor¬

ting per kalenderjaar, met inachtneming van lid 2.

b. Een werknemer met een volledig dienstverband, die 45 jaar of ouder is en voor wie artikel 29 van toepassing is, heeft recht op 115 uur arbeidsduurverkorting per kalenderjaar, met inachtneming van lid 2.

2.a. Een werknemer met een volledig dienstverband heeft recht op extra uren arbeidsduurver-

korting (ADV) per kalenderjaar op basis van de ploegentoeslag verbonden aan het werkrooster waarin de werknemer daadwerkelijk werkzaam is.

b. Deze extra uren worden als volgt vastgesteld:

Indien de ploegentoeslag bedraagt:

< 

1%:

3uur

> 

1of <2%

6uur

> 

2of <3%:

9uur

> 

3of <4%:

12uur

> 

4of <5%:

15uur

> 

5of < 6%D

18uur

> 

6of <7%:

21uur

> 

7of <8 %:

24uur

> 

8of <9%:

27uur

> 

9of <10%:

30uur

> 

10of <11%:

33uur

> 

11of <12%:

37uur

> 

12of <13%:

40uur

> 

13of <14%:

43uur

14%en meer:

 

46 uur.

 b.Een werknemer in continudienst heeft recht op 52 uur extra arbeidsduurverkorting per kalenderjaar.

1.a. Een werknemer met een onvolledig dienstverband heeft recht op arbeidsduurverkortings-

uren conform lid 1 naar verhouding van de feitelijke arbeidsduur ten opzichte van de nor¬male arbeidsduur.

b. Een werknemer met een onvolledig dienstverband, werkzaam in een werkrooster waaraan een ploegentoeslag is verbonden, heeft recht op extra arbeidsduurverkortingsuren conform lid 2 naar verhouding van de feitelijke arbeidsduur ten opzichte van de normale arbeidsduur.

2.De werknemer die in de loop van een kalenderjaar in dienst treedt, kweekt, met inachtneming van het hierboven bepaalde, vanaf het moment van indiensttreding naar rato een recht op arbeidsduurverkorting.

3.Indien een werknemer na de eerste dag van de eerste periode van het kalenderjaar uit dienst treedt, geldt het in lid 4 bepaalde op overeenkomstige wijze.

4.Indien een werknemer in de loop van een kalenderjaar van een werktijdregeling waaraan geen ploegentoeslag is verbonden, overgaat naar een werktijdregeling waaraan een ploegentoeslag is verbonden of omgekeerd, dan kweekt betrokkene vanaf die datum, met inachtneming van het onder lid 1 en 2 gestelde, naar rato arbeidsduurverkortingsuren.

5.Een werknemer die deelneemt aan de deeltijd-VUT heeft naar rato van deelname aan die regeling verminderd recht op arbeidsduurverkortingsuren.

Artikel 25 Opname van arbeidsduurverkorting

1.Arbeidsduurverkorting wordt opgenomen in hele en halve roostervrije dagen of op een andere wijze, met in achtneming van het overigens in dit artikel bepaalde.

2.Het vaststellen van de wijze waarop de arbeidsduurverkorting, zoals bedoeld in lid 1 kan worden opgenomen, wordt overgelaten aan het overleg tussen de werkgever en ondernemingsraad. Daarbij kan niet worden afgeweken van het onder lid 3 gestelde.

3.a. Arbeidsduurverkorting zoals bedoeld in lid 2 moet worden opgenomen in één of meer

al dan niet aaneengesloten blokken van halve of hele dagen, overeenkomend met het op de desbetreffende halve of hele dagen te werken uren volgens werkrooster.

Op dit principe zijn de volgende uitzonderingen mogelijk:

1.indien de normale dagelijkse arbeidstijd van werknemer minder dan een halve dag bedraagt;

2.indien na eerdere opname minder dan een halve dag overblijft;

3.indien de opname per dag is ingeroosterd.

b. Bij de inroostering van arbeidsduurverkorting zal zoveel mogelijk spreiding plaatsvinden over dag-, nacht- en avonddiensten.

4.Met inachtneming van de uitkomst van het onder lid 2 bedoelde overleg, moet opname van arbeidsduurverkortingsuren geschieden in overleg tussen werkgever en werknemer.

5.De uren arbeidsduurverkorting, zoals bedoeld in lid 1 moeten worden opgenomen tussen de eerste dag van de eerste periode en de laatste dag van de dertiende periode.

Niet tijdig opgenomen arbeidsduurverkortingsuren, dat het maximum aantal te sparen arbeidsduurverkortingsuren zoals genoemd in artikel 28 lid 1a. te boven gaat, komen te vervallen.

6.Indien een arbeidsduurverkortingsdag (c.q. halve dag) zoals bedoeld in lid 1 in de vakantie mocht komen te vallen, dan worden naar evenredigheid minder vakantie uren op deopgebouwde vakantierechten in mindering gebracht.

7.Bij beëindiging van het dienstverband worden arbeidsduurverkortingsuren die niet voor de beëindiging opgenomen konden worden uitbetaald.

N.B. Uitdrukkelijk zij vermeld dat de arbeidsduurverkortingsuren ook in de opzegtermijn kunnen worden genoten.

8.Indien een werknemer méér arbeidsduurverkortingsuren heeft opgenomen dan rechtens de lengte van zijn dienstverband in dat jaar zijn ontstaan, dan moeten deze uren aan de werkgever worden terugbetaald.

9.Aan de werknemer met een dienstverband voor maximaal 12 uren per week, worden de arbeidsduurverkortingsuren uitbetaald, tenzij de werknemer er de voorkeur aan geeft de arbeidsduurverkortingsuren in tijd op te nemen.

10.a. Gedurende maximaal 12 weken per jaar kan de werknemer geen arbeidsduurverkor¬tingsuren opnemen.

b.De werkgever zal in overleg met de ondernemingsraad de weken aanwijzen, waarin in beginsel geen arbeidsduurverkorting kan worden opgenomen.

c.De werknemer die in de conform lid b. vastgestelde weken toch arbeidsduurverkortingsuren wil opnemen, kan hiertoe een verzoek indienen bij zijn directe chef.

d.Het verzoek moet uiterlijk twee weken voor de aanvang van een onder b. bedoelde week ingediend zijn.

e.De werkgever beslist binnen een week over inwilliging of afwijzing van het verzoek.

f.De werkgever kan het verzoek afwijzen op grond van de bedrijfsdrukte en de benodigde bezettingsgraad in de onder b. bedoelde weken.

Artikel 26 Arbeidsongeschiktheid en arbeidsduurverkorting

1. Bij arbeidsongeschiktheid op dagen respectievelijk weken waarin de wekelijkse arbeidsduur minder dan 40 bedraagt door dagelijkse ingeplande opname van arbeidsduurverkortingsuren, bestaat geen mogelijkheid de desbetreffende arbeidsduurverkortingsuren op een ander moment te compenseren.

1.Ten aanzien van de arbeidsduurverkortingsuren die in de vorm van halve of hele roostervrije dagen worden opgenomen is de duur van de arbeidsongeschiktheid bepalend voor het eventueel vervallen van de arbeidsduurverkortingsuren.

Per 4 weken aaneengesloten ziekte vervalt 1/13 deel van dit arbeidsduurverkortingsrecht.

2.Indien een werknemer ziek wordt (is) op de arbeidsduurverkortingsdag (c.q. halve dag) dan kan de arbeidsduurverkorting op een ander moment worden opgenomen, met inachtneming van

lid 1.

3.Een werknemer die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van de AAW/WAO, WIA en de ZW, heeft in verhouding tot het aantal uren dat betrokkene werkt recht op arbeidsduur-verkortingsuren. Indien de arbeidsongeschiktheid op enig moment gaat toe- of afnemen, dan gaat vanaf hetzelfde moment minder of meer recht op arbeidsduurverkortingsuren ontstaan. Mocht betrokkene volledig arbeidsongeschikt in de zin van de AAW/WAO of WIA worden, dan vervalt het recht op eventueel niet opgenomen arbeidsduurverkortingsuren.

Artikel 27 Werkgelegenheid en arbeidsduurverkorting

1.Werkgever zal de, als gevolg van invoering van arbeidsduurverkorting, vrijkomende uren zoveel als dat mogelijk is bezetten en bij voorkeur door werkloze jongeren. Vrijkomende uren zullen niet worden bezet door uitzendkrachten of als overwerk worden aangeboden.

2.De overeengekomen arbeidsduurverkorting op jaarbasis kan in overleg tussen partijen of teniet worden gedaan; of zodanig worden geprogrammeerd, dat de arbeidstijd per week wordt verkort.

Artikel 28 Sparen van vakantierechten en arbeidsduurverkortingsrechten

1.a. Een werknemer met een volledig dienstverband kan elk kalenderjaar jaarlijks 40 vakantie- uren, extra vakantie-uren zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 en 2, alsmede 40 arbeidsduur-verkortingsuren sparen.

Met ingang van 31 december 2012 luidt lid 1a als volgt:

1.a. Een werknemer met een volledig dienstverband kan elk kalenderjaar jaarlijks 48 vakantie- uren, extra vakantie-uren zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 en 2, alsmede 40 arbeidsduurver-kortingsuren sparen.

b. Voor een werknemer met een onvolledig dienstverband wordt het aantal te sparen uren zoals genoemd in sub a. vastgesteld naar rato van het aantal contracturen.

2.Indien een werknemer in de loop van een kalenderjaar in dienst treedt, kan betrokkene in dat betreffende jaar, met inachtneming van het hierboven bepaalde, vanaf het moment van indiensttreding, naar rato vakantie-uren en arbeidsduurverkortingsuren sparen.

3.Indien een werknemer na de eerste dag van de eerste periode van het kalenderjaar uit dienst treedt geldt het in lid 2 bepaalde op overeenkomstige wijze.

4.De gespaarde uren kunnen als betaald verlof worden opgenomen.

Voorbeelden hiervan zijn:

-ouderschapsverlof

-studieverlof

-lang durende vakantie

-calamiteitenverlof

-verkorting werktijd

-eerder stoppen met werken dan het VUT- of pensioneringsmoment.

5.In overleg tussen werknemer en werkgever zal de wijze en het moment van opname van het verlof worden vastgesteld. Hierbij zal een afweging van belangen plaatsvinden.

Artikel 29 Roostervrije Seniorendagen (RSD)

1.a. Werknemers met een volledig dienstverband, in de leeftijdscategorie 45 t/m 52 jaar,

die de functies vervullen zoals opgenomen in de takenmatrix magazijnmedewerker, medewerker accukamer en (all-round) service-monteur zullen gedurende 23 perioden van twee weken per jaar één dag, niet behoeven te werken.

b. Werknemers met een volledig dienstverband, in de leeftijdscategorie 53 jaar en ouder, die de functies vervullen zoals opgenomen in de takenmatrix magazijnmedewerker, medewerker accukamer en (all-round) servicemonteur zullen gedurende 46 weken per jaar één dag, niet behoeven te werken.

2.Werknemers die per 1 januari 2002 reeds deelnemen aan de RSD-regeling, maar niet een functie vervullen zoals genoemd in lid 1 zoals dat luidt per 1 januari 2002, behouden hun dan bestaande rechten. Daar komen geen nieuwe rechten meer bij.

3.a. Werknemers met een dienstverband van méér dan 128 contracturen per periode van vier

weken ontvangen RSD naar rato van hun aantal contracturen.

b. Werknemers die ziek zijn en weer gedeeltelijk werken (of op basis van arbeidstherapie werkzaam zijn),worden niet ingeroosterd op hun gebruikelijke RSD dag.

c.Werknemers die ziek zijn en weer gedeeltelijk werken ontvangen RSD naar rato van het aantal ingeroosterde uren.

c.Werknemers met een dienstverband van méér dan 128 contracturen per periode van vier weken die gedeeltelijk arbeids(on)geschikt zijn verklaard door het UWV overeenkomstig de WIA of de WAO en die voor méér dan 80% van hun oorspronkelijke contracturen zijn ingeroosterd, ontvangen RSD naar rato van het aantal ingeroosterde uren.

d.Onder ingeroosterde uren in sub c en d van dit artikel worden naast gewerkte uren tevens verstaan eventueel opgenomen ADV-uren, vakantie-uren en BCD-uren.

4.a. Over de inroostering van roostervrije seniorendagen wordt vooraf, per kalenderjaar over¬

legd met de Ondernemingsraad.

b.Inroostering geschiedt zoveel mogelijk in hele diensten en op een zodanige manier dat het fysieke belastingpatroon wordt doorbroken. Indien de roostervrije seniorendag in een nachtdienst valt, zal deze aan het einde of aan het begin van de nachtdienst week worden uitgeroosterd.

c.De individuele inroostering van roostervrije seniorendagen vindt plaats in overleg met de werknemer.

d.Bij het genieten van een roostervrije seniorendag in een werkrooster waarin per dag 7,5 uur wordt gewerkt en 0,5 uur arbeidsduurverkorting wordt opgenomen, wordt 7,5 uur RSD toegekend, en neemt de werknemer 0,5 uur arbeidsduurverkorting op.

5.Er bestaat geen recht op vervangend vrijaf, indien men de roostervrije seniorendag niet heeft

kunnen genieten wegens ziekte of buitengewoon verlof. Het rooster is hierbij bepalend.

6.Roostervrije seniorendagen komen nimmer in aanmerking voor uitbetaling in geld.

7.a. Het is verboden om op roostervrije seniorendagen elders in dienstverband of voor

eigen rekening betaalde werkzaamheden te verrichten.

b.Op roostervrije seniorendagen kan aan werknemers vallende onder de regeling geen overwerk worden opgedragen.

c.Tijdens opname van roostervrije seniorendagen zal voor werknemers vallende onder de regeling geen consignatiedienst worden ingeroosterd.

8.Een werknemer heeft recht op RSD ingaande periode 1 van het kalenderjaar waarin betrokkene 45 jaar wordt c.q. recht op extra RSD ingaande periode 1 van het kalenderjaar waarin betrokkene 53 jaar wordt.

9.Gezien de functie van RSD, namelijk bijdragen aan het verminderen van het aantal WAO-ers in de toekomst, alsmede vermindering van het ziekteverzuim, zullen de roostervrije senioren¬dagen bij alle werknemers worden ingeroosterd, zodra zij daarvoor in aanmerking komen.

10.De werkgever zal de productieve uren die ten gevolge van de regeling Roostervrije Senioren Dagen niet meer bezet worden, herbezetten.

7.Buitengewoon verlof, verlof aansluitend aan het bevallingsverlof, ouderschaps-verlof, verlof etnische feestdagen

Artikel 30 Buitengewoon verlof

1.In de volgende gevallen wordt verzuim, voor zover binnen het werkrooster noodzakelijk, doorbetaald, indien hiervan tijdig aan de werkgever mededeling is gedaan:

a.Ondertrouw en huwelijk:

-huwelijk van eigen kinderen, pleegkinderen, kleinkinderen, ouders, schoonouders, broers, zusters, zwagers of schoonzusters: 1 dag;

-eigen huwelijk met inbegrip van ondertrouw: 3 dagen;

-25- en 40-jarig huwelijksfeest van de werknemer: 1 dag;

-25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van ouders, schoonouders en (aangehuwde) grootouders: 1 dag.

Het buitengewoon verlof bij huwelijk en huwelijksjubileum is ook van toepassing indien in plaats van een huwelijk sprake is van geregistreerd partnerschap.

b.Bevalling:

- bij bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont: gedurende de bevalling.

N.B. De wet Arbeid en zorg bepaalt bovendien dat er gedurende een tijdvak van vier weken na de bevalling recht bestaat op 2 dagen doorbetaald zogenaamd kraamverlof.

c.Overlijden:

-overlijden van de echtgenote/echtgenoot, inwonende eigen, pleeg- of stiefkinderen: vanaf de dag van overlijden tot en met de dag van begrafenis of crematie;

-overlijden van aangehuwde kinderen en ouders: 3 dagen;

-overlijden van schoonouders indien de werknemer de begrafenis of crematie moet regelen: 3 dagen;

-begrafenis of crematie van grootouders, schoonouders, broers, zusters, zwagers, schoonzusters, kleinkinderen: 1 dag.

d.Ziekte:

-Ziekte waarbij levensgevaar aanwezig is van echtgenote/echtgenoot, eigen-, pleeg-, of stiefkinderen: een door de werkgever vast te stellen tijd.

e.Zakenjubilea:

-12,5-, 25-, 40-, en 50 jarig eigen zakenjubileum: 1 dag.

f.Overige:

-voor het doen van een door het bedrijf nuttig geacht examen of tentamen: 1 dag;

-voor het vervullen van een door de wet of overheid, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde verplichting: 2 dagen.

g.Extra buitengewoon verlof.

In geval van:

-ernstige ziekte thuis;

-bijzondere omstandigheden (overmacht);

-overlijden echtgeno(o)te;

-overlijden inwonende (pleeg-)kind(eren);

een per geval te regelen, door de werkgever vast te stellen, aantal vrije dagen.

h.Indien de medewerker en zijn leidinggevende van mening verschillen over de toepasselijkheid van lid 1 sub d of lid 1 sub g eerste platte streepje in de situatie waarin de medewerker verkeert, oordeelt de HR Business Partner AH Logistics over de toepasselijkheid.

2.Doktersbezoek.

Van de werknemer wordt verwacht dat hij, indien enigszins mogelijk, dokters-, tandartsbezoek en fysiotherapie buiten werktijd en dus voor eigen rekening regelt. Indien het toch binnen werktijd moet plaatsvinden, dient dit zoveel mogelijk aan het begin of aan het einde van de werkdag afgesproken te worden. Vorenstaande geldt in versterkte mate indien het vervolgafspraken betreft.

3.In de periode van 5 jaar, voorafgaande aan zijn pensionering, heeft de werknemer eenmaal recht op maximaal 5 dagen verlof, met behoud van loon, voor het bijwonen van een cursus ter voorbereiding op zijn pensionering.

4.Voor het verrichten van onbezoldigde activiteiten in vertegenwoordigende organen van algemeen belang heeft de werknemer recht op maximaal 3 dagen per jaar verlof, met behoud van loon, mits het werk dit toelaat.

5.Ten behoeve van buitenlandse werknemers wordt % uur per week doorbetaald verlof gegeven gedurende 1 jaar, mits deze tijd aangewend wordt voor het volgen van een cursus Nederlandse taal en betrokkene op 1 oktober 1979 in dienst was.

6.De werknemer die arbeid in ploegendienst of continudienst verricht en aanspraak kan maken op buitengewoon verlof, heeft bovendien recht op één extra vrije nacht, ingeval deze werknemer volgens de werktijdregeling nachtdienst heeft en de nacht na de buitengewoon verlofdag zou moeten werken.

7.Voor de toepassing van dit artikel wordt met het huwelijk gelijk gesteld een andere duurzame samenlevingsvorm van de werknemer die van tevoren schriftelijk aan werkgever kenbaar is gemaakt, of registratie conform de wet Geregistreerd Partnerschap.

Artikel 31 Verlof aansluitend aan het bevallingsverlof

In aansluiting op het bevallingsverlof kan 4 weken onbetaald verlof worden opgenomen. Dit dient

tenminste 10 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum aan de afdeling personeelszaken kenbaar te

zijn gemaakt.

Artikel 32 Ouderschapsverlof

1.De werknemer kan, inclusief het wettelijk recht op ouderschapsverlof, direct aansluitend aan het bevallingsverlof maximaal 52 maal de omvang van de arbeidsduur per week ouder-schapsverlof opnemen.

Dit verlof moet binnen een jaar worden opgenomen.

2.Indien en voor zover geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid van uitbreiding van ouderschapsverlof zoals bedoeld in lid 1, kan beroep worden gedaan op de wettelijke regeling ten aanzien van ouderschapsverlof.

3.De melding van de wens tot opname van het wettelijk verlof en de uitbreiding van het verlof zoals aangegeven in lid 1 van dit artikel moet vier maanden voor de ingangsdatum van het verlof plaatsvinden.

4.Gedurende het verlof bestaat geen recht op salaris en overige arbeidsvoorwaarden.

5.Over de verlofuren bouwt de werknemer geen ouderdoms- en nabestaandenpensioen op. Na afloop van het verlof zal de opbouw van het ouderdoms- en nabestaandenpensioen

onder aftrek van de verlofperiode worden voortgezet.

6.Voor gehuwde werknemers of samenwonenden die zich bij het pensioenfonds als zodanig hebben aangemeld en middels een schriftelijke bevestiging zijn geaccepteerd, wordt tijdens de periode van het ouderschapsverlof het op grond van de pensioenregeling verzekerde partner- en wezenpensioen voor zover dat betrekking heeft op de verlofuren, op risicobasis voortgezet. De kosten van de risicoverzekering komen voor rekening van de werkgever.

Artikel 33 Verlof en andere faciliteiten voor vakbondsactiviteiten

De werkgever stelt ten behoeve van het bedrijvenwerk van de vakbonden die partij zijn bij deze CAO buitengewoon verlof en een aantal andere faciliteiten ter beschikking zoals beschreven in bijlage IX bij deze CAO.

Artikel 34 Verlof etnische feestdagen

Werknemers, behorende tot etnische groeperingen, worden desgewenst in gelegenheid gesteld vakantiedagen, en als het saldo daarvan niet toereikend is, verlof voor eigen rekening op te nemen voor etnische feestdagen.

Artikel 35 Aanvulling uitkering bij zwangerschaps-, bevallings-, adoptie- en pleegzorgverlof en doorbetaling kortdurend zorgverlof

1. a. Indien de werknemer zwangerschaps-, bevallings-, adoptie- en pleegzorgverlof geniet zal de werkgever de geldelijke uitkering die de werknemer ontvangt van het Uitvoerings¬instituut Werknemersverzekeringen tijdens het verlof aanvullen tot 100% van het bruto loon indien de geldelijke uitkering lager is dan dat percentage.

De werknemer is verplicht de werkgever te machtigen de geldelijke uitkering van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen in ontvangst te nemen.

b. De werkgever zal bij doorbetaling van 70% van het loon bij kortdurend zorgverlof de hoogte van de doorbetaling niet maximeren op 70% van het maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.

8.Arbeidsongeschiktheid

Artikel 36 Uitkering bij arbeidsongeschiktheid

1. In geval van arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongeval zal werkgever aan de werknemer,

tenzij deze valt onder artikel 3 lid 4, of de werknemer een uitkering ontvangt krachtens de IVA- regeling, de volgende uitkering doen:

a.- gedurende de eerste 26 weken: 100% van het loon;

-gedurende de volgende 26 weken: 90% van het loon;

-gedurende de daarop volgende 52 weken: 80% van het loon.

Loon is het bruto periodesalaris, vermeerderd met eventuele vaste toeslagen op basis van 3 voorafgaande perioden van 4 weken aan de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid.

b.Tijdens het tweede ziektejaar zal tenminste het voor de werknemer geldende minimumloon worden doorbetaald.

2.Indien de medewerker in het tweede ziektejaar tenminste 25% van zijn contracturen werkt (incl. arbeidstherapie) zal voor deze uren het loon 100% worden doorbetaald. Voor de resterende ziekte uren zal de doorbetaling van het loon worden aangevuld tot 90%.

3.Na 104 weken uitkering of indien op een eerder moment een uitkering krachtens de IVA- regeling is toegekend, is de CAO betreffende aanvulling op uitkeringen krachtens de WIA bij arbeidsongeschiktheid van toepassing, indien en voor zover aan de daarin gestelde voorwaarden is voldaan.

4.a. Indien werkgever en werknemer in onderling overleg gezamenlijk het Uitvoerings¬

instituut Werknemersverzekeringen verzoeken de wachttijd van 104 weken voor de toekenning van een WIA-uitkering te verlengen, zal werkgever gedurende deze verlenging aan werknemer per periode 80% van het loon doorbetalen zoals genoemd in lid 1 van dit artikel.

b.Indien het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen het tijdvak gedurende welke de werkgever bij arbeidsongeschiktheid maximaal verplicht is het loon door te betalen (2 jaar) verlengt omdat werkgever de gestelde verplichtingen op grond van de wet Poortwachter niet nakomt, zal werkgever gedurende deze verlenging aan werknemer per periode 80% van het loon doorbetalen als genoemd in lid 1 van dit artikel.

c.De duur van de verlenging zoals hiervoor genoemd in sub b wordt in mindering gebracht op de totale duur van een aanvulling op een eventuele WIA- of WW-uitkering op grond van de CAO zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

5.De in lid 1 en lid 4 van dit artikel bedoelde aanvullingen, respectievelijk uitkeringen uitgaande boven die, welke krachtens de sociale verzekeringswetgeving worden genoten zijn niet verschuldigd, indien en voor zover de werknemer in geval van ziekte dan wel uit hoofde van een hem overkomen ongeval, ten opzichte van derden een vordering tot schadevergoeding wegens loonderving kan doen gelden. Hieronder tevens te begrijpen de uitkering vakantietoeslag en winstdeling.

In dit geval zal de werkgever de in dit artikel vermelde betalingen aan werknemer doen, doch alleen bij wijze van voorschot op schadevergoeding.

De werknemer wordt geacht zijn recht op schadevergoeding ten belope van het bedrag van het voorschot aan de werkgever te hebben gecedeerd en is desverlangd verplicht een hierop betrekking hebbende akte van cessie te tekenen.

De werkgever zal het voorschot met de uit te keren schadevergoeding verrekenen.

Artikel 37 Reïntegratie

1.Het streven is erop gericht de arbeidsongeschikte werknemer te reïntegreren binnen of buiten de werkgever.

2.Bij arbeidsongeschiktheid zal werkgever altijd eerst onderzoeken of reïntegratie binnen de werkgever , dan wel een andere werkmaatschappij van Ahold binnen Nederland mogelijk is.

3.De reïntegratie bij een andere werkgever is voltooid indien daar sprake is van een gelijke contractsvorm tussen werkgever en werknemer aan die welke met werkgever bestond.

Zolang er geen gelijke contractsvorm is zal werkgever de arbeidsongeschikte werknemer detacheren of zal een terugkeergarantie gelden.

4.Indien de medewerker wordt gereïntegreerd bij de eigen of een andere werkgever zullen over de gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden op individueel niveau afspraken gemaakt worden, waarbij de volgende regeling als basis dient.

a. Nadat het eerste ziektejaar is verstreken wordt het loon als volgt aangevuld:

-gedurende het eerste jaar 25% van het loon tot maximaal 95%;

-gedurende het tweede jaar 20% van het loon tot maximaal 90%;

-gedurende het derde 10% van het loon tot maximaal 80%;

-gedurende het vierde jaar 5% van het loon tot maximaal 75% van het loon van de oorspronkelijke functie.

Voor de werknemer die op of na 1 januari 2004 arbeidsongeschikt wordt, luidt sub a. als volgt: a. Indien de werknemer gedurende de eerste twee ziektejaren intern of extern wordt

gereïntegreerd in een functie met lagere arbeidsvoorwaarden, zal het loon als volgt worden aangevuld:

-gedurende het eerste jaar 25% van het loon tot maximaal 95%;

-gedurende het tweede jaar 20% van het loon tot maximaal 90%;

-gedurende het derde 10% van het loon tot maximaal 80%;

-gedurende het vierde jaar 5% van het loon tot maximaal 75%; van het loon van de oorspronkelijke functie.

b. Het loon zoals genoemd in sub a. is het verdiende bruto salaris per periode van vier weken, vermeerderd met eventuele vaste toeslagen die meetellen voor de vaststelling van de pensioengrondslag.

c.De aanvulling vindt plaats op basis van het aantal contracturen in de nieuwe functie.

Indien dat aantal contracturen lager is dan het aantal contracturen in de oorspronkelijke functie, wordt dat lagere aantal aangevuld.

Indien het aantal contracturen hoger is dan het aantal contracturen in de oorspronkelijke functie, vindt aanvulling plaats op basis van het aantal contracturen in de oorspronkelijke functie.

d.In een logboek, waarin is opgenomen wat er volgens de wet Poortwachter en de daarmee samenhangende procedures binnen Albert Heijn van de werkgever en de werknemer wordt verwacht bij arbeidsongeschiktheid, kan de status van de arbeidson¬geschikte medewerker worden bijgehouden.

9.Straf-, correctie- en rehabilitatiemaatregelen

Artikel 38 Inleidende schorsing

Onder inleidende schorsing wordt verstaan een verbod om gedurende een niet van tevoren te

bepalen (gering) aantal dagen de functie uit te oefenen.

De inleidende schorsing dient altijd te worden opgelegd door de directe chef of diens plaatsver-vanger, als onmiddellijke reactie op:

a.de aanwezigheid van een dringende reden tot ontslag op staande voet.

Dit laatste dient schriftelijk bevestigd te worden;

b.een verdenking van een vergrijp dat een dringende reden tot ontslag zou kunnen zijn.

Artikel 39 Straf- en correctiemaatregelen

1. Teneinde de naleving te verzekeren van de binnen de onderneming geldende regels zijn de volgende, door werkgever op te leggen straf- en correctiemaatregelen mogelijk:

a.berisping, mondeling of schriftelijk;

b.schadevergoeding in gevallen van grove schuld of nalatigheid;

c.schorsen voor ten hoogste 3 dagen;

d.ontslag wegens dringende reden met ingang van datum waarop dit ontslag aan werknemer wordt meegedeeld (schriftelijk), na een voorafgaande inleidende schorsing.

2.Tegen de opgelegde maatregelen genoemd in lid 1b en 1c is beroep mogelijk bij de chef van degene die de maatregel heeft opgelegd.

Werknemer heeft het recht zich te voorzien van bijstand.

3.De ondernemingsraad zal, voor zover het een onder lid 1 b. t/m d. bedoelde maatregel betreft, bij voorkeur via het lid dat geacht wordt werknemer te vertegenwoordigen, zo enigszins mogelijk in de beslissing worden gekend, respectievelijk over de beslissing worden ingelicht.

Artikel 40 Rehabilitatie

Mocht blijken dat de inleidende schorsing niet gerechtvaardigd was, dan dient betrokkene volledig te worden gerehabiliteerd in de kring van personen die van de genomen maatregel op de hoogte konden zijn.

10.Concernregelingen

Artikel 41 Concernregelingen

Alle met de vakbonden overeengekomen concernregelingen zijn ook van toepassing voor de werknemers die onder de CAO vallen indien dat blijkt uit de bepalingen over de werkingssfeer van die regelingen. Deze regelingen zijn op het moment van afsluiten van deze CAO:

-de Ahold CAO inzake Vervroegd Uittreden;

-de CAO betreffende aanvullingen op uitkeringen krachtens de WAO bij Arbeidsongeschikt¬

heid (WAO CAO) en de Collectieve arbeidsovereenkomst inzake de WIA (WIA-CAO).

11.Pensioen

Artikel 42 Pensioen

De werknemer wordt opgenomen in de pensioenregeling van de Stichting Pensioenfonds Ahold, recht gevende op een ouderdoms-, weduwe- en wezenpensioen, overeenkomstig de bepalingen van het desbetreffende pensioenreglement.

12.Seksuele intimidatie

Artikel 43 Seksuele intimidatie

1.Seksuele intimidatie, agressie en geweld moet worden bestreden.

2.Indien een werknemer geconfronteerd wordt met seksuele intimidatie, agressie en geweld en daarover een klacht wil indienen, kan betrokkene handelen volgens de bij de werkgever geldende procedure.

13.Afstapelen pallets en het lossen van (zee-)containers

Artikel 44 Afstapelen pallets en het lossen van (zee-)containers

1.Goederen waarvan de stapeling hoger is dan 1.85 meter vanaf de ladingdrager behoeven niet meer afgestapeld te worden, tenzij gebruik gemaakt wordt van (mechanische) hulpmiddelen.

2.Goederen die zich op een ongepallettiseerd aangeleverde (zee-)container bevinden boven een hoogte van 1.85 meter behoeven niet meer met de hand te worden gelost.

Duur, wijziging en opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst

Artikel 45 Duur, wijziging en opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst

Deze overeenkomst wordt aangegaan met ingang van 15 oktober 2014 en eindigt per 14 oktober 2015.

Tussentijdse wijzigingen kunnen alleen tot stand komen met instemming van beide partijen.

Verlenging vindt stilzwijgend plaats telkens voor de tijd van 1 jaar, tenzij één der partijen tenminste 3 maanden vóór de afloop van de overeenkomst schriftelijk kennis geeft aan de andere partij op verlenging geen prijs meer te stellen, of wijzigingen te wensen.

Aldus overeengekomen te Utrecht op 26 november 2014, en ondertekend op 01 februari 2015, Partij ter ene zijdePartijen ter andere zijde

Bijlage I

Functiegroepindeling Logistics van Albert Heijn.

Indeling op basis van ORBA.

Functienaam

Total pt. ORBA

Functiegroep/salarisgroep

 

 

A

Magazijnmedewerker 1

50

B

Magazijnmedewerker 2

61

 

Employee Acculaadstation

69

D

Magazijnmedewerker 3

70

D

 

 

E

 

 

F

Procescoördinator

106

G

Servicemonteur

108

 

Medewerker Besturing Support

109

 

Cockpitmedewerker

114

 

Management Assistan DC

127

H

Allround servicemonteur

130

 

Administratief secretarieel medewerker Facility

132

 

 

132

 

Capaciteitsplanner

144

I

Medewerker Transport Planning

151

 

Teamleader

151

 

Teamleader Transport Uitvoering Shiftleader

168

J

Analist Transport

178

K

Coördinator Facility

178

 

Teamleider Transport Planning

187

 

 

190

 

Teamleider Techniek

191

 

Supervisor Flex

206

L

 

Magazijn medewerker 1

Magazijn medewerker 2

Magazijn medewerker 3

Productie

Verzamelen van orders aan de hand van voice gestuurde informatie, inclusief het correct labelen van de ladingdragers

Het horizontaal verplaatsen van dragers naar de toegewezen

locatie volgens scanner/ voicegestuurde informatie

Het, eventueel met behulp van een elektrische truck, verplaatsen van ladingdragers van de laadstrekken naar de chauffeur in de vrachtauto, waarbij de drager wordt gescand en kwalitatief wordt gecheckt

Het aanvullen en afvoeren van de voorraden middelen (containers, rollies, kratten, etc)

Werkzaamheden afhankelijk van aanwezigheid specialistische processen/mechanische installaties:

Uitpakken producten voor carrousel

Het correct stapelen van producten in ladingdragers in Triple O

Het correct labelen van containers afkomstig van de Triple O/Carrousel of krattenpickinstallatie

Het wegrijden van de kratten vanuit de krattenpickinstallatie naar de juiste strek

Het wegrijden van complete containers vanuit Triple O/ Carrousel naar de juiste strek

Productie

Op basis van scanopdracht met heftruck verplaatsen van ladingdragers van ontvangststrekken naar stelling of picklocatie

 

Op basis van scanopdracht verplaatsen van ladingdragers vanuit buffer naar picklocatie en waar nodig handmatig afstapelen

 

 

Het correct tellen van de voorraden in picklocaties bij telopdrachten tijdens het aanvullen

 

Werkzaamheden afhankelijk van aanwezigheid specialistische processen/mechanische installaties:

Verzamelen van orders voor winkels op het werkstation van de carrousel.

Procescontrole

 

Het controleren op juistheid van inhoud ladingdragers (uitpunten). Het foutloos vastleggen van de resultaten conform centrale richtlijnen.

 

Het controleren van goederen bij ontvangst op: code, compleetheid, staat van de goederen, staat van de drager, juiste besteleenheid, pakketcontrole, juiste temperatuur, etc.

 

Het daar waar nodig aanpassen van palletpatronen en fustsoorten etc.

Processupport

 

Verwijderen van afval / breuk en schoonhouden van de werkomgeving

 

Controleren werking materiaal, melden gebreken en tijdig laten wisselen van accu

 

Verwerken van retouren LVC Tellen van de voorraad

Processupport

Verwijderen van afval / breuk en schoonhouden van de werkomgeving

 

Controleren werking materiaal, melden gebreken en tijdig laten wisselen van accu

 

Verwerken van retouren LVC Tellen van de voorraad

Processupport

Verwijderen van afval / breuk en schoonhouden van de werkomgeving

 

Controleren werking materiaal, melden gebreken en tijdig laten wisselen van accu

 

Verwerken van retouren LVC Tellen van de voorraad

 

 

Processupport

 

Verwijderen van afval/breuk en schoonhouden van de werkomgeving

Verwijderen van afval/breuk en schoonhouden van de installatie

 

Verzorgen van het gebruikersonderhoud aan de installatie en signaleren van storingen

 

Het waar nodig inwerken van een onervaren collega op bij de functie behorende taken

 

• Inzetbaar op taken uit functie van Magazijnmedewerker 1

• Inzetbaar op taken uit functie van Magazijnmedewerker 1 en 2

 

Bijlage II

Salaristabel Logistics van Albert Heijn bv

1.Salaristabel I, geldende voor:

-de werknemers die op of na 19 juni 2000 in dienst zijn gekomen,

-de werknemers die voor 19 juni 2000 in dienst zijn getreden en voor wie met ingang van 27 maart 2000 of later met inachtneming van de inhoud van bijlage VI deze salaristabel van toepassing is verklaard.

2.Instroomschaal A met ingang van 1 juli 2004.

a.Met ingang van 1 juli 2004 is instroomschaal A van toepassing voor de functie van basismagazijnmedewerker en vergelijkbare productiegerelateerde functies.

Deze schaal geldt voor zowel uitzendkrachten ongeacht nationaliteit als werknemers met een dienstverband met Albert Heijn.

De A-schaal is maximaal 52 weken van toepassing.

b.Het recht op arbeidsduurverkorting (zie artikel 24) zal worden uitbetaald aan de medewerkers die volgens de A-schaal beloond worden. Voor een medewerker in ploegendienst bedraagt het recht op ADV op full-time basis 230 uur per jaar, voor een medewerker in dagdienst op full-time basis 184 uur per jaar.

c.Voor de werknemers die volgens salarisschaal A beloond worden zal de hoogte van de loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid en de overwerkvergoeding worden geba¬seerd op het basisuurloon, vermeerderd met het recht op ADV, omgerekend in een bedrag per uur.

d.Albert Heijn en de vakorganisaties zullen jaarlijks de toepassing van deze schaal met elkaar evalueren. Albert Heijn zal daarbij een rapportage verzorgen omtrent de aantallen eigen werknemers die door Albert Heijn op de A-schaal in dienst zijn genomen, alsmede over het moment waarop deze eigen werknemers (zullen) worden bevorderd naar de B-schaal.

Salaristabel I Logistics van Albert Heijn bv met ingang van30 december 2013IN EUR

Bestemd voor medewerkers die op of na 19 juni 2000 in dienst zijn

getreden.

Bestemd voor medewerkers die voor 19 juni 2000 in dienst zijn getreden en voor wie met ingang van 27 maart 2000 of later met inachtneming van de inhoud van bijlage VI deze salaristabel van toepassing is verklaard.

Schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A

 

B

 

C

 

D

 

E

 

F

 

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per

uur

periode

Leeftijd

19

 

 

8,30

1328,19

8,46

1353,79

8,60

1376,22

8,78

1404,70

 

 

19

 

 

8,52

1363,92

8,69

1390,57

8,85

1415,75

9,04

1446,84

 

 

20

 

 

9,02

1443,81

9,18

1469,41

9,33

1493,41

9,52

1523,85

 

 

21

 

 

9,74

1557,83

9,92

1586,63

10,08

1612,23

10,28

1644,23

 

 

22

 

 

10,48

1676,65

10,67

1707,05

10,85

1735,85

11,06

1769,45

 

 

23

 

 

11,41

1825,87

11,67

1867,47

11,79

1886,67

11,83

1893,07

12,24

1958,68

maximum

basisuursalaris

tredepercentage

trede per 30-dec-13

per uur

 

 

12,41 1 1986,27 1 12,70 1 2031,39 1 13,06 1 2089,91 1 13,70 1 2191,86 1 15,04 1 2407,08

2,1_ 1 1_________ 2,1__ | |_________ 2,3__ | |_________ 3,1__ | 1_________ 2,7_ |

0,26 1 1 0,26 1 1 0,30 1 1 0,42 1 1 0,40 1

 

Schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

G

 

H

 

 

 

J

 

K

 

L

 

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per

uur

periode

Leeftijd 1 23

12,53

2005,21

13,10

2095,58

13,91

2225,84

14,73

2356,11

15,95

2552,45

17,58

2812,98

maximum

 

basisuursalaris

16,54

2646,84

18,21

2913,04

20,01

3201,89

21,99

3519,06

24,18

3868,32

26,56

4249,68

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tredepercentage

3,0

 

3,4

 

3,7

 

4,1

 

4,2

 

4,1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trede per 30-dec-13

0,49

 

0,63

 

0,75

 

0,91

 

1,02

 

1,10

 

per uur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Salaristabel I Distributie-organisatie met ingang van 3 november 2014 IN EUR Bestemd voor medewerkers die op of na 19 juni 2000 in dienst zijn getreden.

Bestemd voor medewerkers die voor 19 juni 2000 in dienst zijn getreden en voor wie met ingang van 27 maart 2000 of later met inachtneming van de inhoud van bijlage VI deze salaristabel van toepassing is verklaard.

 

Schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A

 

B

 

C

 

D

 

E

 

F

 

 

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

Leeftijd

<19/0

 

 

8,37

1339,20

8,53

1364,80

8,67

1387,20

8,85

1416,00

 

 

 

19/1

 

 

8,59

1374,40

8,76

1401,60

8,92

1427,20

9,12

1459,20

 

 

 

20

 

 

9,10

1456,00

9,26

1481,60

9,41

1505,60

9,60

1536,00

 

 

 

21

 

 

9,82

1571,20

10,00

1600,00

10,16

1625,60

10,36

1657,60

 

 

 

22

 

 

10,57

1691,20

10,76

1721,60

10,94

1750,40

11,15

1784,00

 

 

 

23

 

 

11,51

1841,60

11,77

1883,20

11,89

1902,40

11,93

1908,80

12,34

1974,40

 

is

 

 

 

 

Maximum basisuursalaris

12,51 2001,60 12,80 1 2048,00

13,16

2105,60 1 13,81 1 2209,60 1 15,16 2425,60

tredepercentage

 

 

2,1                     2,1

2,3

3,1                     2,7

Trede per 3-nov-14

 

 

0,26                    0,27

0,30

0,43       0,00       0,14

Per uur

 

 

 

 

 

 

Schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

G

 

H

 

 

 

J

 

K

 

L

 

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

Leeftijd 123

12,63

2020,80

13,20

2112,00

14,02

2243,20

14,84

2374,40

16,08

2572,80

17,72

2835,20

maximum

 

basisuursalaris

16,67

2667,20

18,35

2936,00

20,17

3227,20

22,16

3545,60

24,36

3897,60

26,76

4281,60

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tredepercentage

3,0

 

3,4

 

3,7

 

4,1

 

4,2

 

4,1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trede per 3-nov-14

0,50

 

0,64

 

0,76

 

0,92

 

1,04

 

1,11

 

per uur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Salaristabel I Distributie-organisatie met ingang van 18 mei 2015IN EUR

Bestemd voor medewerkers die op of na 19 juni 2000 in dienst zijn getreden.

Bestemd voor medewerkers die voor 19 juni 2000 in dienst zijn getreden en voor wie met ingang van 27 maart 2000 of later met inachtneming van de inhoud van bijlage VI deze salaristabel van toepassing is verklaard.

 

Schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A

 

B

 

C

 

D

 

E

 

F

 

Leeftijd

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

 

<19/0

 

 

8,46

1353,60

8,62

1379,20

8,76

1401,60

8,94

1430,40

 

 

 

19/1

 

 

8,68

1388,80

8,85

1416,00

9,01

1441,60

9,21

1473,60

 

 

 

20

 

 

9,20

1472,00

9,36

1497,60

9,51

1521,60

9,70

1552,00

 

 

 

21

 

 

9,92

1587,20

10,10

1616,00

10,26

1641,60

10,46

1673,60

 

 

 

22

 

 

10,68

1708,80

10,87

1739,20

11,05

1768,00

11,26

1801,60

 

 

 

23

 

 

11,63

1860,80

11,89

1902,40

12,01

1921,60

12,05

1928,00

12,46

1993,60

 

ris

 

 

 

 

 

12,64 2022,40 12,92 2067,20

13,30

2128,00 13,94 2230,40 1 15,31 1 2449,60

Maximum basisuursalaris

 

 

2,1                    2,1

2,3

             3,1                   2,7

tredepercentage

 

 

 

 

 

Trede per 18 mei 2015

 

 

0,27                0,27

0,31

             0,43       0,00     0,41

Per uur

 

 

 

 

 

 

Schaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

G

 

H

 

 

 

J

 

K

 

L

 

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

per uur

periode

Leeftijd 123

12,76

2041,60

13,33

2132,80

14,16

2265,60

14,99

2398,40

16,24

2598,40

17,90

2864,00

maximum

 

basisuursalaris

16,84

2694,40

18,53

2964,80

20,37

3259,20

22,39

3582,40

24,61

3937,60

27,03

4324,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tredepercentage

3,0

 

3,4

 

3,7

 

4,1

 

4,2

 

4,1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trede per 18 mei 2015

0,50

 

0,64

 

0,77

 

0,93

 

1,05

 

1,12

 

per uur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Salaristabel Instroomschaal A Logistics van Albert Heijn bv m.i.v. 30 december 2013

 

Vaste medewerker

Uitzendkracht

 

lft

uurloon

Periode afger.

adv pl

uurloon pl

Periode pl

adv d

uurloon d

Periode d

<19

5,93

948,80

0,65

6,58

1052,80

0,52

6,45

1032,00

20

6,77

1083,20

0,75

7,52

1203,20

0,60

7,37

1179,20

21

7,79

1246,40

0,86

8,65

1384,00

0,69

8,48

1356,80

22

8,91

1425,60

0,99

9,90

1584,00

0,79

9,70

1552,00

23

10,23

1636,80

1,13

11,36

1817,60

0,91

11,14

1782,40

 Pl = Ploegendienst D = Dagdienst

 

Vaste medewerker

Uitzendkracht

Leeftijd

uurloon

Periode afger.

adv pl

uurloon pl

Periode pl

adv d

uurloon d

Periode d

<19

5,99

958,40

0,66

6,65

1064,00

0,53

6,52

1043,20

20

6,84

1094,40

0,76

7,60

1216,00

0,60

7,44

1190,40

21

7,87

1259,20

0,87

8,74

1398,40

0,70

8,57

1371,20

22

9,00

1440,00

0,99

9,99

1598,40

0,79

9,79

1566,40

23

10,33

1652,80

1,14

11,47

1835,20

0,91

11,24

1798,40

 Pl = Ploegendienst D = Dagdienst

 

Vaste medewerker

Uitzendkracht

Leeftijd

uurloon

Periode afger.

adv pl

uurloon pl

Periode pl

adv d

uurloon d

Periode d

<19

6,08

972,80

0,67

6,75

1080,00

0,53

6,61

1057,60

20

6,94

1110,40

0,76

7,70

1232,00

0,61

7,55

1208,00

21

7,97

1275,20

0,89

8,86

1417,60

0,71

8,68

1388,80

22

9,11

1457,60

1,01

10,12

1619,20

0,81

9,92

1587,20

23

10,45

1672,00

1,15

11,60

1856,00

0,92

11,37

1819,20

 Pl = Ploegendienst D = Dagdienst

Bijlage III

Protocol Gehandicapte werknemers

De werkgever neemt op zich gelijke kansen van gehandicapte- en niet-gehandicapte werknemers voor wat betreft de deelname aan het arbeidsproces te bevorderen en de nodige voorzieningen te treffen gericht op het behoud, herstel of de bevordering van de arbeidsgeschiktheid van werknemers. De werkgever zal daarbij gebruik maken van instrumenten en ondersteuning die bij of krachtens de wet in het leven zijn geroepen.

De werkgever zal in overleg met deskundigen (zoals arts van een Arbo-dienst of van een uitvoeringsinstelling) een beleid voeren ter voorkoming van langdurig ziekteverzuim en van uitstroom naar de WAO/WIA van werknemers

Bijlage IV

Protocol Uitzendkrachten en gedetacheerde werknemers bij Logistics van Albert Heijn bv

1.Partijen bij deze CAO willen de zekerheid voor uitzendkrachten vergroten.

Albert Heijn en de vakorganisaties hebben in de achterliggende jaren meerdere afspraken gemaakt en vernieuwd en/of vervangen over de wijze waarop Albert Heijn zal omgaan met het percentage uitzend¬krachten in relatie tot de vaste bezetting.

1.1. Uitzendkrachten die nadat ze opgeteld drie jaar voor Albert Heijn gewerkt hebben en opnieuw voor Albert Heijn werken, krijgen een BT-contract aangeboden voor de duur van één jaar. Bij indiensttreding worden zij beloond volgens de B-schaal.

Deze drie jaar zal worden vastgesteld door de uitzendperiodes bij Albert Heijn op te tellen. Indien tussen uitzendperiodes meer dan één jaar is verstreken tellen de uitzend¬periodes vóór deze onderbreking niet mee.

Voorwaarden om voor een BT-contract in aanmerking te komen zijn:

-De medewerker moet goed functioneren;

-De medewerker moet de Nederlandse taal op basisniveau voldoende beheersen;

-De medewerker moet een Verklaring omtrent gedrag verstrekken.

Aan uitzendkrachten die de Nederlandse taal nog niet voldoende beheersen zal Nederlandse taalles

aangeboden worden. De kosten hiervan komen ten laste van het budget zoals genoemd in het Protocol

Persoonlijk Ontwikkel Budget (zie Bijlage V).

1.2Uitzendkrachten die na 1 april 2013 voor de eerste keer bij Albert Heijn Logistics gaan werken, zullen zodra zij opgeteld twee jaar voor Albert Heijn gewerkt hebben, door¬stromen naar de B-schaal. Indien tussen uitzendperiodes bij Albert Heijn meer dan één jaar verstreken is, telt de uitzendperiode vóór deze onderbreking niet mee voor de vast- vaststelling van de hiervoor genoemde twee jaar.

NB: Uitgaande van een uitzendduur van één jaar en een onderbreking van minimaal 3 maanden tot de

aanvang van een volgende uitzendperiode, zal de twee jaar omstreeks 1 juli 2015 bereikt zijn.

1.3Uitzendkrachten die na 1 april 2015 voor de eerste keer bij Albert Heijn Logistics gaan werken, zullen zodra zij twee inleenperiodes (iedere inleenperiode met een duur van tenminste 9 maanden) voor Albert Heijn gewerkt hebben, doorstromen naar de B-schaal. Indien tussen uitzendperiodes bij Albert Heijn meer dan één jaar verstreken is, telt de uitzendperiode vóór deze onderbreking niet mee.

1.4Van de uitzendkrachten die vóór 1 april 2013 bij Albert Heijn zijn gaan werken, en ook op 1 juli 2013 bij Albert Heijn werken, zal worden nagegaan of zij op 1 juli 2015 opgeteld twee jaar voor Albert Heijn gewerkt hebben. Als dat zo is stromen zij door naar de B-schaal. Indien tussen uitzendperiodes bij Albert Heijn meer dan één jaar verstreken is, telt de uitzendperiode vóór deze onderbreking niet mee voor de vaststelling van de hiervoor genoemde twee jaar.

2.Uitzendkrachten zullen voor tenminste drie uur worden opgeroepen en betaald. Tijdig zal worden aangegeven voor welke tijdsduur de oproep geldt.

3.a. Uitzendkrachten die een jaar als Magazijnmedewerker hebben gewerkt krijgen een dienstverband

voor bepaalde of onbepaalde tijd aangeboden.

b.Het dienstverband kan ook eerder door Albert Heijn worden aangeboden.

c.Het dienstverband voor bepaalde tijd, aansluitend aan de periode waarin als uitzendkracht is gewerkt, duurt maximaal twee jaar.

d.Indien uitzendkrachten binnen de periode van één jaar op eigen initiatief kenbaar maken een dienstverband met Albert Heijn te willen afsluiten, zal Albert Heijn dit verzoek in behandeling nemen en beoordelen of zij voldoen aan de eisen voor de aanstelling als magazijnmede¬werker voor bepaalde of onbepaalde tijd.

4.a. Uitzendkrachten zullen op het taakniveau waarin zij worden ingezet gelijkwaardig aan vaste

Albert Heijn-medewerkers opgeleid worden. Indien en voor zover noodzakelijk zal de opleiding van uitzendkrachten worden verbeterd.

b. De veiligheid rond uitzendkrachten zal op hetzelfde niveau zijn als die rond vaste krachten.

Indien en voor zover noodzakelijk zullen zal hierin verbetering worden gebracht.

5.Werkgever draagt er zorg voor dat uitzendkrachten ongeacht nationaliteit werkzaam bij Logistics van Albert Heijn bv voor elk gewerkt uur minimaal het in de CAO en dit protocol vermelde uursa- laris ontvangen.

6.Uitzendkrachten mogen indirecte taken verrichten indien noodzakelijk.

7.Albert Heijn en de vakbonden zullen gedurende de looptijd van de CAO overleg voeren op basis van het verzoek van de Stichting van de Arbeid van 2 februari 2012 inzake Heroverweging van CAO-bepalingen met betrekking tot beperkingen van en verbodsbepalingen op de inzet van uit¬zendkrachten.

8.De tekst van lid 4, 5 en 6 zoals vermeld in de CAO van 25 maart 2002 t/m 24 maart 2003 wordt opgeschort.

De inhoud van Bijlage IV wordt jaarlijks tussen Albert Heijn en de vakbonden besproken in het licht van de ontwikkelingen binnen het project Triple-O. Daarbij komt aan de orde of de tekst van artikel 4, 5 en 6 zoals vermeld in de CAO van 25 maart 2002 t/m 23 maart 2003 dient te herleven. Herleving zal plaatsvinden indien Triple-O is afgerond, of in de situatie dat de uitrol van Triple-O geen vervolg krijgt.

Protocol Bonusafspraken uitzendkrachten

De met uitzendbureaus en uitzendkrachten gemaakte bonusafspraken zijn geüniformeerd.

Protocol Behandeling uitzendkrachten en vaste medewerkers

Verschillen in behandeling tussen uitzendkrachten en vaste medewerkers zal beperkt worden tot verschillen die voortvloeien uit de aard van de werkzaamheden, de inzet(baarheid) van de uitzendkracht en/of het dienstverband.

Er zal een werkgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van Albert Heijn en de vakbonden, worden ingesteld die dit volgt en, indien en voor zover noodzakelijk, voorstellen ter verbetering zal doen.

Bijlage V

Protocol Overleg DC van de toekomst

Albert Heijn heeft besloten haar distributiecentra te mechaniseren. Dat zal invloed hebben op de organisatie en manier van werken. Over hoe de toekomst in een gemechaniseerd distributiecentrum er uit kan zien, zullen de vakbonden en Albert Heijn gedurende de looptijd van de CAO het gesprek aangaan.

Protocol Kwartaal Overleg

Albert Heijn en de vakbonden zullen vier maal per jaar voor overleg bijeenkomen.

Daarbij zal in ieder geval ter sprake komen:

-Instroom in de A-schaal en B-schaal;

-Het verloop van het uitzendkrachtenpercentage (tweemaal per jaar);

-De ontwikkeling van de verhouding tussen full- en part-timers;

-Naleving van ARBO regels;

-Opleiding en begeleiding van de uitzendkrachten;

-Naleving van de CAO;

-De door de Vakbondsconsulent behandelde vragen met bijbehorende oplossing;

-Facilitering en uitvoering vakbondsfaciliteiten (Bijlage IX);

-Tijdens het eerste Kwartaaloverleg in het jaar: het aantal individuele ontslagen in het voorgaande jaar;

-Rapportage volgens de overeengekomen format in het Protocol Kwartaaloverleg in de CAO 2012-2014.

Protocol Ontwikkelingen binnen Logistics van Albert Heijn bv

Albert Heijn zal de vakbonden regelmatig en tijdig informeren over de ontwikkelingen binnen Logistics van Albert Heijn bv .

Indien en voor zover deze ontwikkelingen gevolgen hebben voor het functiegebouw zal Albert Heijn overleg voeren met de vakbonden.

Protocol Persoonlijk Ontwikkel Budget

Albert Heijn stelt jaarlijks met ingang van 2013 een budget van maximaal €1 mln. op jaarbasis beschikbaar

Dit budget is er op gericht medewerkers in de gelegenheid te stellen hun kennis en vaardigheden te verbreden door het volgen van een opleiding gericht op de eigen ontwikkeling of op het versterken van de positie van medewerkers op de arbeidsmarkt.

Dit betreft dus opleidingen naast de (noodzakelijke) functieopleidingen die gericht zijn op een goede taakvervulling en taakveranderingen als gevolg van mechanisatie. Deze noodzakelijke functieopleidingen worden bekostigd door de werkgever.

Een medewerker die gaat deelnemen stort jaarlijks minimaal € 250,00 en maximaal een bedrag ter grootte van zijn periodesalaris per de eerste periode van het betreffende jaar (excl. ploegentoeslag en andere eventuele toeslagen) op zijn individuele opleidingsrekening. (Indien gewenst uit toegestane verkoop van vrije tijd conform de daarvoor geldende regeling). Eenzelfde bedrag wordt door Albert Heijn ten name van de betreffende medewerker op diens opleidingsrekening gestort.

Daarnaast zal Albert Heijn een eenmalig startbedrag van € 500,00 op de opleidingsrekening storten ten name van de medewerker die zich heeft aangemeld en een storting heeft gedaan.

Indien van de door Albert Heijn en de medewerker gestorte bedragen na vier jaar geen gebruik wordt gemaakt, vallen deze bedragen terug aan Albert Heijn respectievelijk de medewerker.

In het kader van administratieve uitvoerbaarheid voert Albert Heijn dit vooralsnog als volgt uit:

Bij daadwerkelijke start van een (of meerdere) opleiding(en) worden de eerste kosten van deze opleiding(en) tot maximaal €500,00 betaald door Albert Heijn. Deze eerste € 500 is een éénmalig bedrag (niet jaarlijks of per opleiding).

Zodra het bedrag van €500,00 besteed is worden alle opleidingskosten daarboven (waaronder de kosten van later gestarte opleidingen) voor 50% vergoed door Albert Heijn. De overige 50% wordt ingehouden op het salaris van de medewerker.

In de loop van 2014 zal Albert Heijn evalueren of deze uitwerking leidt tot de gewenste situatie. Uitgangspunten daarbij zijn:

-de aan te bieden opleidingen zien op vergroten van kennis en vaardigheden die de medewerker om zijn loopbaanmogelijkheden te verbreden;

-het betreft extern aangeboden opleidingen bij erkende opleidingsinstituten; BBL-opleidingen zijn vooralsnog uitgesloten;

-Albert Heijn zal om aansluiting tussen de te volgen opleiding en het opleidingsniveau van de medewerker te bevorderen, inventariseren onder de medewerkers wat het huidige opleidingsniveau is.

Albert Heijn zal het volgen van opleiding in tijd faciliteren door verschuiving van roosters indien dit noodzakelijk is om de opleiding te volgen.

Om medewerkers te stimuleren te gaan leren zullen ten laste van het budget per site medewerkers als ‘ambassadeur opleiding' worden opgeleid. Zij zullen hun ervaring m.b.t. het volgen van een opleiding delen met andere medewerkers. Hieraan kunnen zij gezamenlijk maximaal 4 uur per week per site besteden. Het aantal ambassadeurs en de duur dat zij werkzaam zijn zal worden vastgesteld door de hieronder genoemde Stuurgroep. Deze Stuurgroep benoemt ook de ambassadeurs

Er zal een Stuurgroep Persoonlijk Ontwikkel Budget worden ingesteld. Deze Stuurgroep ziet toe op de juiste uitvoering van de afspraken en intenties zoals vastgelegd in deze afspraak.

De Stuurgroep zal worden gevormd door twee vertegenwoordigers van de vakbonden en twee verte-genwoordigers namens de werkgever.

De afdeling Management Development&Learning van HR Services Europe zal in overleg met CAO partijen nader vorm geven aan deze regeling en de opleidingenkant daarvan.

Protocol Loopbaanonderbreking

De werkgever zal zich positief opstellen met betrekking tot de mogelijkheid van loopbaanonderbreking.

Protocol Verhouding ééndaagse part-timers ten opzichte van meerdaagse medewerkers

De verhouding tussen ééndaagse part-timers en meerdaagse medewerkers zal, bij gelijkblijvende omstandigheden, niet wezenlijk veranderen. De verhouding wordt bepaald door het werkaanbod en de begrenzingen van de beschikbaarheid voor weekeinden, avonden en nachten van de vaste mede-werkers. Albert Heijn zal de vakbonden over de ontwikkeling in deze verhouding 2 maal per jaar inzicht geven.

Protocol Arbeidsongeschiktheid en behoud van functie

De magazijnmedewerker die wegens arbeidsongeschiktheid slechts 1 taak niet meer kan uitvoeren, behoudt zijn functie. Indien de medewerker echter blijvend arbeidsongeschikt is voor de taak van het verzamelen van orders zal reïntegratie in een andere functie noodzakelijk zijn.

Protocol Minutennorm

De minutennorm is een planningsnorm voor Logistics van Albert Heijn bv. De minutennorm kan een element -naast andere- zijn bij de beoordeling of een medewerker in staat is zijn functie naar behoren uit te oefenen, doch zullen nimmer als het enige beoordelingscriterium ten opzichte van een individuele medewerker worden gehanteerd.

Indien gewijzigde wet- en/of regelgeving dient te worden geïmplementeerd voor het einde van de looptijd van de CAO, zullen partijen daarover nader overleg hebben.

Protocol Fiscale facilitering vakbondscontributie

Albert Heijn zal binnen de werkkostenregeling zoals die wordt ingevoerd per 1-1-2015, de fiscale facilitering van de vakbondscontributie voor het jaar 2015 inbrengen.

Protocol Veiligheid en collegialiteit

Om de onderlinge samenwerking, de collegialiteit en de veiligheid te bevorderen zal Albert Heijn zorgdragen voor opleiding in de Nederlandse taal. Deze training zal betrekking hebben op veel voorkomende woorden en begrippen, relevant voor het werken in een distributiecentrum. De training zal worden aangeboden aan vaste en tijdelijke medewerkers (inclusief uitzendkrachten) met een niet-Nederlandstalige achtergrond.

Protocol Garantieregeling voor de werknemers op wie tot 27 maart 2000 de CAO voor Support en Services van toepassing is geweest

De garantieregeling is opgenomen in het Handboek Personeel Logistics.

Protocol Overleg over duurzame inzetbaarheid

Gedurende de looptijd van de CAO zal Albert Heijn met de vakbonden overleg voeren over op welke wijze de duurzame inzetbaarheid van medewerkers kan worden vergroot.

Protocol Werkdruk

Albert Heijn zal een aantal bijeenkomsten houden over de Minutennorm en Voice Picking, waarin:

-een toelichting door Albert Heijn wordt gegeven op de werking hiervan;

-partijen de dialoog aangaan over deze onderwerpen.

Voor deze bijeenkomsten zal naast de vakbonden een nog nader te bepalen groep medewerkers uit de voor dit onderwerp relevante geledingen van Albert Heijn worden uitgenodigd.

Partijen zullen over de definitieve inrichting van deze bijeenkomsten nog nader overleg voeren.

De vakbonden, daarin bijgestaan door een deskundige, worden in de gelegenheid gesteld de door Ydo opgezette systematiek van de Minutennorm te toetsen. Ook de uitvoering van de Minutennorm in de praktijk wordt hierin meegenomen.

Albert Heijn is bereid 20 door deze deskundige bestede uren te vergoeden. Indien de toetsing meer dan 20 uur vereist, zullen partijen over deze meeruren overleg voeren.

Protocol Leesbaarheid CAO

Gedurende de looptijd van de CAO zullen Albert Heijn en de vakbonden overleg voeren over her¬groepering van tekst(en) in de CAO en de leesbaarheid van de CAO verbeteren.

Protocol Arbocommissie

Albert Heijn zal aan de Arbocie op elke site op basis van roulerend lidmaatschap twee medewerkers toevoegen. Het roulerend lidmaatschap is voor de duur van een vergadering en de periode daarna tot de volgende vergadering.

Protocol Administratieve ziekmelding

Albert Heijn zorgt er voor dat elke medewerker kan vaststellen hoe ziekte en/of werken op arbeidstherapeutische basis tijdens ziekte gedurende de eerste twee jaar (conform definitie in SK) vermeld staan op het weekbriefje en de salarisstrook.

Protocol CAO boekje

Op verzoek zal aan de medewerker een CAO-boekje van de CAO 2014/2015 worden verstrekt.

Protocol Pilot Invloed op je rooster

Gedurende de looptijd van de CAO zal een pilot Invloed op je rooster worden opgezet.

Protocol Wajong

Albert Heijn zal zich inspannen om tien Wajongers aan te nemen.

Protocol Reparatie WW

Partijen spreken af dat de duur en de opbouw van de WW worden gerepareerd conform de afspraken die hierover in het sociaal akkoord van april 2013 zijn gemaakt. Nadat het SER-advies “rol sociale partner bij toekomstige arbeidsmarktinfrastructuur bij WW en inrichting WW” en het STAR advies aan sociale partners met betrekking tot de reparatie van de WW in de cao zijn afgerond, met inachtneming van deze adviezen en de brief van de STAR van 24 december 2013, zullen partijen overleg voeren.

Bijlage VI

Protocol Overleg over werkgelegenheidsontwikkeling

De werkgever zal een terughoudend beleid voeren met betrekking tot het uitbesteden van werkzaam-heden die nu binnen Logistics van Albert Heijn bv plaats vinden. Indien de werkgever bepaalde werk-zaamheden wil uitbesteden, zal zij daarbij de volgende uitgangspunten hanteren.

1.De primaire reden voor een uitbestedingsplan zal liggen in de hogere kwaliteit van het proces of de dienst(-en) en niet op het gebied van arbeidsvoorwaarden.

2.Vakbonden en Ondernemingsraad worden in een vroegtijdig stadium geïnformeerd.

3.Vakbonden en Ondernemingsraad worden in de gelegenheid gesteld een beoordeling en afwe-ging te maken van de bedrijfseconomische en andere overwegingen enerzijds en de gevolgen daarvan voor werknemers, werkgelegenheid, arbeidsvoorwaarden en overige aspecten, anderzijds.

4.Werkgever zal er nadrukkelijk naar streven dat de arbeidsvoorwaarden van de werknemers die het uit te besteden werk gaan verrichten van een vergelijkbaar niveau zijn als die van de werk-nemers van de werkgever die dat werk bij Logistics van Albert Heijn bv verricht(t)en, zoals die zijn vastgelegd in de CAO Logistics van Albert Heijn bv.

5.Uitbesteding zal in principe slechts plaats vinden bij bedrijven waar een CAO geldt die is afge-sloten met vakbonden die zijn aangesloten bij de vakcentrales FNV en CNV.

6.Werkgever zal met de vakbonden overleg plegen over de consequenties van uitbesteding voor werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden - en indien nodig een aanvullende Sociaal Plan - voor de betrokken werknemers in dienst van werkgever.

In dat overleg zal werkgever nadrukkelijk streven naar het bereiken van overeenstemming.

Protocol Ontslagbeleid

In het Regeerakkoord PvdA/VVD 2012 zijn plannen kenbaar gemaakt het ontslagrecht te hervormen. Het kabinet streeft naar overeenstemming met sociale partners over deze plannen. Beoogde ingangsdatum van de uit de plannen voortvloeiende wetswijzigingen is 1 juli 2014. Wetsvoorstellen zullen niet eerder dan in de loop van 2013 bij de Tweede Kamer worden ingediend.

Ook na de hervorming van het ontslagrecht streeft Albert Heijn als goed werkgever ernaar haar (arbeidsongeschikte) medewerkers via herplaatsing- of reïntegratie-activiteiten aan het werk te houden voor zover redelijkerwijs van haar gevergd kan worden.

Zoals gebruikelijk zal Albert Heijn, zoals van een goed werkgever verwacht mag worden, bij organisatorische veranderingen met belangrijke gevolgen voor de medewerkers in overleg treden met vakbonden. Doel van dit overleg is steeds om tot een Sociaal Kader te komen met afspraken over de opvang van de gevolgen van deze organisatorische veranderingen voor de medewerkers. Bij dit overleg zullen voornoemde wetswijzigingen worden betrokken, mits voldoende duidelijk is hoe de wetswijzig-ingen zullen luiden, en voor zover zij voor het Sociaal Kader relevant zijn.

Daarnaast zal Albert Heijn ook in individuele gevallen binnen de kaders van de nieuwe wetgeving een zorgvuldig en terughoudend ontslagbeleid blijven voeren. Concreet bekent dit, dat Albert Heijn wijziging van het ontslagstelsel niet zal gebruiken om het huidige terughoudende ontslagbeleid te wijzigen.

Na het bereiken van het akkoord over deze CAO hebben partijen bij deze CAO kennis genomen van het Sociaal Akkoord d.d. 11-04-2013 met onder meer afspraken over hervorming van het ontslagrecht. Onderdeel van dit Sociaal Akkoord is het voorstel om de zogenaamde preventieve toets op een door de werkgever voornemen van ontslag, te handhaven. Deze toets wordt uitgevoerd door het UWV en krijgt het karakter van een advies dat in beginsel niet bindend lijkt te zijn. Het advies van het UWV kan negatief van inhoud zijn voor de werkgever; door het UWV wordt dan geadviseerd het voorgenomen ontslag niet te effectueren.

Albert Heijn zal vanaf het moment dat deze nieuwe wet van kracht wordt, in de situatie dat zij ondanks een negatief advies een voorgenomen ontslag wil doorzetten aan de ontslagen medewerker een ontslagvergoeding ) aanbieden ter grootte van 1,5 keer de huidige kantonrechterformule. Deze afspraak omtrent de factor 1,5 geldt voor de duur van 4 jaar. Daarna biedt de werkgever de factor 1 aan, tenzij partijen tussentijds anders overeenkomen.

Deze afspraak laat onverlet de contractsvrijheid van werkgever en werknemer om andere afspraken te maken.

Albert Heijn en de vakbonden houden er rekening mee dat de beoogde ingangsdatum van de wetswijzigingen als gevolg van de hervorming van het ontslagrecht 1 januari 2016 zou kunnen zijn. Vanaf die datum gaat de in dit protocol genoemde termijn m.b.t. de ontslagvergoeding van 4 jaar in, die dan geldt tot 1 januari 2020.

Indien deze wetswijzigingen vóór 1 januari 2016 van kracht worden, zal de vergoeding gelden vanaf de ingangsdatum van de nieuwe wetgeving, in de situatie dat Albert Heijn ondanks een negatief advies van het UWV, een voorgenomen ontslag effectueert.

Indien de preventieve toets geen onderdeel uitmaakt van het nieuwe ontslagrecht zullen partijen overleg voeren over de dan ontstane situatie.

toekennen. Deze vergoeding is gebaseerd op de kantonrechtersformule, deze luidt thans;

Bruto vergoeding = Aantal gewogen dienstjaren* Bruto maandsalaris Aantal gewogen dienstjaren:

Dienstjaren tot leeftijd 35 jaar worden vermenigvuldigd met 0,5; Dienstjaren tussen leeftijd 35 tot 45 jaar worden vermenigvuldigd met 1; Dienstjaren tussen leeftijd 45 tot 55 jaar worden vermenigvuldigd met 1,5; Dienstjaren vanaf 55 jaar worden vermenigvuldigd met 2.

Bijlage VII

Invoering resultaten van toepassing functiewaarderingsmethode ORBA, takenmatrix magazijn-medewerker en bijbehorende salaristabel

Benoeming werknemers tot Allround Magazijnmedewerker

1.Persoonlijke omstandigheden

Voor de medewerkers die in dienst waren per de 4e periode van 2001 geldt het volgende. Uitgangspunt is dat alle werknemers volgens de takenmatrix gaan functioneren.

Bij de vaststelling of benoeming tot Allround Magazijnmedewerker kan volgen, zal rekening worden gehouden met persoonlijke omstandigheden die het verrichten van de aan de werknemer toegewezen basistaak (basistaken) eventueel onmogelijk maken.

2.Vaststelling aantal verrichte taken door werknemer met een medische indicatie

Voor de medewerkers die in dienst waren per de 4e periode van 2001 geldt i.v.m. de benoeming tot Allround Magazijnmedewerker in 2001 het volgende.

Indien een werknemer in een aangepaste functie werkzaam is, wordt de eventuele medische nood¬zaak daarvan (zonodig opnieuw) vastgesteld door de bedrijfsarts.

Indien een werknemer volgens de bedrijfsarts vanwege een medische indicatie de aan de werknemer toegewezen taken niet meer kan vervullen, zullen deze taken voor de vaststelling of benoeming tot Allround Magazijnmedewerker kan volgen beschouwd worden als zijnde verricht.

Jaarlijks wordt opnieuw vastgesteld of de werknemer alsnog kan voldoen aan alle eisen volgens het takenpakket van de Allround Magazijnmedewerker.

3.Opleiding van werknemers die na de vierde periode van 2001 in dienst komen

Voor werknemers die na de vierde periode 2001 in dienst komen duurt de opleiding tot Allround Magazijnmedewerker twee jaar, onder voorwaarde dat de opleiding met goed gevolg wordt afgerond. Voor werknemers met een onvolledig dienstverband is de opleidingsduur tot Allround Magazijnmedewerker langer, en wel omgekeerd evenredig aan het aantal contracturen.

4.Opleiding en benoeming tot Allround Magazijnmedewerker plus

Voor de functie van Allround Magazijnmedewerker plus geldt het beginsel van formatieplaatsen.

Een werknemer wordt tot Allround Magazijnmedewerker plus benoemd zodra hij volledig voldoet aan de gestelde taakeisen Allround Magazijnmedewerker, de gestelde eisen met betrekking tot meerdere plustaken (beide conform de takenmatrix magazijnmedewerker), en indien de taken daadwerkelijk worden vervuld.

Bijlage VIII

Inconveniëntenmatrix Logistics van Albert Heijn bv per 25 maart 2002

Uren

Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Zaterdag

Zondag

00.00

55.00

39.00

39.00

39.00

39.00

60.00

100.00

01.00

55.00

39.00

39.00

39.00

39.00

60.00

100.00

02.00

55.00

39.00

39.00

39.00

39.00

60.00

100.00

03.00

55.00

39.00

39.00

39.00

39.00

60.00

100.00

04.00

55.00

39.00

39.00

39.00

39.00

60.00

100.00

05.00

55.00

39.00

39.00

39.00

39.00

60.00

100.00

06.00

55.00

39.00

39.00

39.00

39.00

60.00

100.00

07.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

08.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

09.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

10.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

11.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

12.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

13.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

14.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

15.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

16.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

17.00

 

 

 

 

 

35.00

100.00

18.00

37.00

37.00

37.00

37.00

55.00

70.00

100.00

19.00

37.00

37.00

37.00

37.00

55.00

70.00

100.00

20.00

37.00

37.00

37.00

37.00

55.00

70.00

55.00

21.00

37.00

37.00

37.00

37.00

55.00

70.00

55.00

22.00

37.00

37.00

37.00

37.00

55.00

70.00

55.00

23.00

39.00

39.00

39.00

39.00

60.00

75.00

55.00

 

NB Voor de uren van maandag t/m vrijdag tussen 07.00 uur en 18.00 uur geldt een inconveniëntiepercentage van 0.

Garantieregeling invoering inconveniëntenmatrix per 4 januari 1993 en Garantieregeling invoering nieuwe inconveniëntenmatrix per 19 juli 1999

De tekst van deze garantieregelingen is opgenomen in het Handboek Personeel Logistics.

Protocol Garantieregeling i.v.m. wijziging berekening ploegentoeslag m.i.v. 16 juli 2001

De garantieregeling is opgenomen in het Handboek Personeel Logistics.

Bijlage IX

Faciliteiten vakbonds(kader)leden Logistics van Albert Heijn bv

1.Buitengewoon verlof voor vakbondsleden

Indien de werknemer lid is van een vakbond en aan een door deze organisatie georganiseerde cursus deelneemt, of als officieel afgevaardigde een bondsvergadering of bondscongres bijwoont wordt verzuim voor zover binnen het werkrooster noodzakelijk, gedurende maximaal 5 dagen per jaar doorbetaald indien:

-door de vakbond het verzoek daartoe tijdig aan werkgever kenbaar is gemaakt;

-het werk dit toelaat .

Dit doorbetaalde buitengewoon verlof wordt toegekend naast eventueel verlof o.g.v. de hierna vol-gende regelingen.

De vakbonden zullen Albert Heijn 2 weken voor de datum van de bedoelde activiteit een verzoek voor toekenning van buitengewoon verlof indienen.

Indien dit door de aard van de activiteit niet mogelijk is wordt zo vroeg mogelijk voorafgaand aan de activiteit de aanvraag ingediend.

2.Ledenvergadering

1.Overleg tussen de bezoldigde functionarissen in dienst van de vakbonden en de bij werkgever werkende leden (ledenvergadering) kan drie maal per jaar plaatsvinden.

2.De vakbonden of vakbondskaderleden stellen Albert Heijn 2 weken vooraf in kennis van komende ledenvergaderingen. Hierbij wordt overleg gevoerd over de datum en het tijdstip.

3.De vakbonden plannen de ledenvergaderingen in beginsel buiten werktijd. Indien dit niet moge¬lijk is en op de grens van twee diensten wordt vergaderd, mogen beide ploegen een half uur in werktijd vergaderen.

4.Indien de ledenvergadering meer werktijd zal gaan kosten dan een half uur moet de Site Manager toestemming geven. Alle meer-uren (boven het halve uur dat binnen werktijd mag vallen) zijn voor eigen rekening van de werknemer.

5.Bij ad-hoc situaties overleggen de vakbonden met Albert Heijn.

3.Faciliteiten t.b.v. bedrijvenwerkers (kaderleden)

3.1. Aantal bedrijvenwerkersplaatsen

Als uitgangspunt geldt dat voor elke 15 leden faciliteiten worden verleend voor één Bedrijvenwerkers- plaats.

3.2 Faciliteiten ten behoeve van het bedrijvenwerk

1.a. Uitsluitend voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van bedrijvenwerk stelt

werkgever per kalenderjaar 150 verlofdagen ter beschikking.

b. Indien betaald verlof wordt opgenomen in de zin van lid a zal, indien dat verlof gedurende twee aansluitende nachtdiensten wordt genoten, dat verlof als één opgenomen verlofdag worden beschouwd.

Toelichting:

Indien de activiteit valt in een dag tussen 2 nachtdiensten zal AH deze 2 nachtdiensten als verlof geven maar als één verlofdag t.b.v. bedrijvenwerk rekenen.

De andere nacht wordt als BCD geboekt en komt niet ten laste van het saldo bedrijven- werkersdagen.

2.Het totaal aantal verlofdagen kan worden gebruikt door alle bedrijvenwerkers tezamen, met dien verstande dat geen van de bedrijvenwerkers daarvan meer dan 10 verlofdagen per kalenderjaar kan gebruiken.

Het totaal aantal verlofdagen voor bedrijvenwerkersplaatsen (150 dagen) mag hierdoor niet overschreden worden.

3.Elk verlof dat in enig kalenderjaar niet is benut, vervalt en kan dus niet in een volgend kalenderjaar worden opgenomen.

4.Voor uitnodigingen aan vakbondsleden voor vergaderingen en algemeen zakelijke mede- mededelingen kunnen de vakbonden de publicatieborden van werkgever gebruiken.

5.Werkgever zal, indien mogelijk, vergaderruimte ter beschikking stellen voor vergaderingen in het kader van bedrijvenwerk.

6.De voorzitter en de secretaris van een kadergroep mogen kosteloos gebruik maken van telefoon, kopieerapparatuur en telefax om in- en externe kontakten mogelijk te maken.

7.Werkzaamheden die niet binnen de beschikbaar gestelde tijd kunnen worden verricht, zullen buiten werktijd plaatsvinden. Indien de beschikbare tijd niet voldoende wordt geacht, bijvoorbeeld door lange reistijd voor een vergadering, kan in voorkomend geval door werk¬gever tot extra buitengewoon verlof worden besloten.

De HR Business Partner van Logistics van Albert Heijn bv dient hiervoor toestemming te geven.

3.3. Verplichtingen van de vakbonden

1.De vakbonden dragen gezamenlijk zorg voor een actueel overzicht van de bedrijvenwerkers. In dit overzicht is zichtbaar:

-Het aantal en de namen van de bedrijvenwerkers per distributiecentrum;

-Voor welke bond de bedrijvenwerker zijn/haar activiteiten verricht.

N.B: De vakbonden bepalen onderling het aantal bedrijvenwerkers per bond en de verdeling over de distributiecentra.

2.De vakbonden dienen bij Albert Heijn 2 weken vooraf een verzoek in tot het opnemen van verlof¬uren zoals bedoeld in deze regeling.

Indien dit door de aard van de activiteit niet mogelijk is wordt zo vroeg mogelijk voorafgaand aan de activiteit de aanvraag ingediend. Verzoeken tot verlof worden binnen 3 werkdagen na binnenkomst beantwoord

3.De vakbonden geven AH jaarlijks middels een accountantsverklaring, vóór 1 april, een opgave van het aantal vakbondsleden, ter bepaling van het aantal bedrijvenwerkers.

3.4. Verplichtingen van werkgever

De positie van bedrijvenwerkers in de onderneming zal uitsluitend worden beïnvloed door de na¬leving van de rechten en verplichtingen uit hun arbeidsovereenkomst en de wet en derhalve niet door hun optreden als bedrijvenwerker.

4.Regeling m.b.t. CAO-commissieleden

1.Albert Heijn zal de leden van de CAO-commissie Logistics van Albert Heijn bv de daarvoor

benodigde tijd ter beschikking stellen.

2.Vooraf wordt door Albert Heijn en de vakbonden zoveel als mogelijk is een afspraak over het aantal benodigde uren gemaakt.

3.De vakbonden zullen aan Albert Heijn opgave doen van de leden van de CAO-commissie.

4.De vakbonden dienen bij Albert Heijn 2 weken vooraf een verzoek in tot het opnemen van verlof¬uren. Indien dit door de aard van de activiteit niet mogelijk is wordt zo vroeg mogelijk voorafgaand aan de activiteit de aanvraag ingediend. Verzoeken tot verlof worden binnen 3 werkdagen na binnenkomst beantwoord.

5.Werk- c.q. studiegroepleden

1.Albert Heijn zal leden van de vakbonden die deelnemen aan, in de CAO afgesproken, werk- of studiegroepen de daarvoor benodigde tijd ter beschikking stellen.

2.Vooraf wordt door Albert Heijn en de vakbonden zoveel als mogelijk is een afspraak over het aantal benodigde uren gemaakt.

3.De vakbonden zullen aan Albert Heijn opgave doen van de leden van de werk- cq. studiegroepen.

4.De vakbonden dienen bij Albert Heijn 2 weken vooraf een verzoek in tot het opnemen van verlofuren. Indien dit door de aard van de activiteit niet mogelijk is wordt zo vroeg mogelijk voorafgaand aan de activiteit de aanvraag ingediend. Verzoeken tot verlof worden binnen 3 werkdagen na binnenkomst beantwoord.

6.Vakbondsconsulent

1.De werkzaamheden van de Vakbondsconsulent hebben tot doel om leden met vragen en/of problemen op het gebied van arbeid en inkomen binnen Albert Heijn te helpen en bij te staan.

2.Op elk DC is een Vakbondsconsulent; hierbij gelden het LDC en LVC als twee DC's. CNV en FNV laten Albert Heijn (HRBP AH Logistics) weten wie er (gecertificeerd) Vakbondsconsulent zijn op elk DC en geven wijzigingen op dit bestand vooraf door.

3.De opleiding tot Vakbondsconsulent vindt plaats in overleg tussen de medewerker die hiervoor opgeleid wil worden en de vakbond.

4.Voor de werkzaamheden van Vakbondsconsulent staan (voor CNV en FNV gezamenlijk) max. 4 uur per week binnen werktijd. Er zal vooralsnog één Vakbondsconsulent van de CNV werkzaam zijn vanaf 1 september 2013.

5.De Vakbondsconsulent verricht zijn werkzaamheden wekelijks op hetzelfde moment (spreekuur op afspraak; geen open spreekuur). De Vakbondsconsulent overlegt elk kwartaal met de Operationeel Site Manager op welke dag en welk tijdstip deze tijd - of aaneengesloten of opgeknipt in maximaal twee delen - besteed wordt.

6.Medewerkers die de Vakbondsconsulent bezoeken, doen dat in eigen tijd.

7.Voor de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden, krijgt de Vakbondsconsulent op het daarvoor afgesproken moment ter beschikking:

a.een flexwerkruimte met de mogelijkheid medewerkers te woord te staan;

b.een flexcomputer en een eigen account en internetfaciliteiten.

7.In Interflex is er een taakcode voor Vakbondsconsulent. De Vakbondsconsulent boekt de door

hem/haar onder werktijd aan vakbondsconsultatie bestede tijd op deze code, bij gebreke waarvan de tijd als vrij wordt geboekt door Albert Heijn.

7.Opschorting en nakoming

7.1Opschorting faciliteiten

Werkgever kan de verleende faciliteiten opschorten, indien de vakbonden zich niet aan deze over-eenkomst houden en/of bestaande communicatiepatronen en overlegstructuren belemmeren of doorkruisen.

7.2Nakoming

Vakbonden en werkgever verbinden zich de inhoud van deze regeling naar letter en geest te goeder trouw na te komen.

Bijlage X

Uitvoeringsregeling toekenning toeslagpercentage artikel 13 lid 2 d

1.Afspraken over aantal zaterdagen en toeslagpercentage

Uitgangspunten voor het vaststellen van het aantal te werken zaterdagen en hierover te betalen toeslagpercentage in een kalenderjaar zijn:

a.De CAO-verplichting (1 keer per 3, 4 of 6 weken).

b.De individuele afspraak die met de medewerker is gemaakt en vastgelegd over een eventueel hoger aantal te werken zaterdagen dan de voor de medewerker geldende CAO-verplichting.

c.De individuele afspraak die met de medewerker is gemaakt over het binnen de grenzen van A) en B) daadwerkelijk te werken aantal zaterdagen per jaar. Hierbij kan vooraf ingecalcu¬leerd worden dat de medewerker één of meer zaterdagen als vakantie of ADV zal opnemen. Voorwaarde is dat de medewerker daarbij niet onder de minimumgrens (zie staffel 1 hier¬onder) zakt, dat is immers de overeengekomen CAO- of individuele verplichting.

Het is dus aan te bevelen dat met de medewerker een zo realistisch mogelijke afspraak over het aantal te werken zaterdagen wordt gemaakt. Het veiligst is om hierbij uit te gaan van het minimum te werken aantal zaterdagen per jaar, zie staffel hieronder. Hiermee wordt voor¬komen dat aan het eind van het jaar een negatieve afrekening voor de medewerker plaats vindt omdat er op basis van een te hoog aantal te werken zaterdagen teveel toeslag is uitbetaald.

Indien de medewerker dit wenst kan hij echter ook kiezen voor het berekenen van de ploegen- toeslag op basis van het, bij zijn of haar CAO- of individuele afspraak horend, maximum te werken aantal zaterdagen per jaar óf een tussen het minimum en maximum liggend aantal. Het, bij de distributiecentra in gebruik zijnde, roostermodel van waaruit de ploegentoeslag wordt berekend kan voor beide opties gebruikt worden.

Staffel 1

CAO- of

individuele

afspraak:

Bijbehorende

toeslagpercentage:

Minimum te werken aantal zaterdagen per jaar:

Aantal zaterdagen per volledig kalenderjaar van 52 weken.

(= 52 weken gedeeld door de frequentie)

Elke week

75%

42

52 *)

1 x per 2 weken

75%

23

26

1 x per 3 weken

65%

15

17

1 x per 4 weken

55%

11

13

1 x per 5 weken

45%

9

10

1 x per 6 weken

35%

**)

**)

 * ) Voor meerdaagse parttimers geldt: Op grond van het absolute aantal zaterdagen dat er in een kalenderjaar zit is 52 het maximum, we gaan er hierbij echter van uit dat de medewerker 10 zaterdagen niet zal werken. Dan resteren maximaal 42 zaterdagen dat er gewerkt zal (kunnen) worden.

Indien de verwachting is dat er méér zaterdagen vakantie/ADV opgenomen zal worden is het verstandig dit al in de ploegentoeslagberekening mee te nemen.

** )Op basis van de CAO-afspraak dat medewerkers die vóór 19 juli 1999 in dienst zijn gekomen niet kunnen worden verplicht een rooster te accepteren waarin meer dan 1 keer in de zes weken werktijd op zaterdag is ingeroosterd geldt voor deze groep dat van het aantal ingeroosterde zaterdagen per jaar er één dag als ADV of vakantie mag worden opgenomen.

N.B. 1: Voor medewerkers die geen volledig kalenderjaar in dienst geweest zijn wordt het aantal zaterdagen naar rato berekend.

N.B. 2: Per gewerkte zaterdag wordt tenminste 35% toeslag betaald.

N.B. 3: Een medewerker kan, met inachtneming van een opzegtermijn van 4 periodes, de afspraak over het aantal te werken zaterdagen die uitgaat boven de geldende CAO-verplichting opzeggen. Zie artikel 6.4, lid 4.

Tussentijds gewijzigde afspraken geven een ander aantal zaterdagen dan het oorspronkelijk afgesproken aantal. Hierover moet een gemiddelde berekend en met de medewerker afgesproken worden.

N.B. 4: Indien op zaterdag in een frequentie wordt gewerkt waaraan een toeslag van 75% is verbonden, wordt met ingang van periode 2-2009 deze toeslag ook toegekend indien in die frequentie op zaterdag na 18.00 uur wordt gewerkt.

2. Uitgangspunten voor afrekening

1.Als gewerkte zaterdagen worden beschouwd:

a.Daadwerkelijk gewerkte zaterdagen, die niet al als overwerk (= a 75%) zijn uitbetaald.

N.B.: Indien geen volledige dienst (= het aantal afgesproken uren) is gewerkt wordt deze beschouwd als een volledige dienst, tenzij er een andere afspraak tussen de medewerker en AH is vastgelegd.

b.Ingeroosterde zaterdagen waarop de medewerker arbeidsongeschikt (ziek) was.

c.Zaterdagen waarover de leidinggevende, op uitdrukkelijk verzoek van de werkgever, met de medewerker heeft afgesproken dat op die zaterdagen niet gewerkt hoeft te worden en in plaats daarvan een andere dienst ter vervanging in het werkrooster is opgenomen.

d.Nieuwjaarsdag, Koninginnedag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag, indien deze zaterdagen in het individuele werkrooster zijn opgenomen en hiervoor BCD geldt.

N.B.: Ten aanzien van de medewerkers met een CAO-verplichting van 1 keer per 6 weken geldt aanvullend op de onder a., b., c. en d. genoemde zaterdagen:

-dat er één doorbetaalde zaterdag per jaar als vakantie of ADV mag worden opgenomen.

-te weinig gewerkte zaterdagen mogen alléén ingehaald worden en er mag géén verrekening in geld plaatsvinden.

2.Evaluatiemoment en inhaalafspraken aantal te weinig gewerkte zaterdagen:

De medewerker zal tenminste 1 x per kwartaal op de hoogte gebracht worden van het aantal gewerkte zaterdagen tot op dat moment, zodat bijsturing mogelijk is.

Het aantal te weinig gewerkte zaterdagen moet worden ingehaald. De leidinggevende en de medewerker zullen de te weinig gewerkte zaterdagen inroosteren.

3.Salaris-uitgangspunten:

Uurloon: Het uurloon in periode 13 is uitgangspunt voor het vaststellen van het te verrekenen bedrag.

Moment afrekening: De jaarafrekening vindt plaats met de salarisbetaling over periode 1 van het opvolgende kalenderjaar.

4.a Indien minder dan het aantal afgesproken zaterdagen is gewerkt zal in eerste instantie worden getracht met de medewerker af te spreken dat het aantal te weinig gewerkte zaterdagen in het daaropvolgende kalenderjaar wordt ingehaald.

Indien de medewerker het aantal minder gewerkte zaterdagen niet kan of wil inhalen wordt de toeslag herberekend op basis van het gerealiseerde aantal gewerkte zaterdagen (zoals onder 1 genoemd) én volgens het bijbehorende percentage uit de toeslagstaffel.

Ook kan gekozen worden voor een combinatie van inhalen en herberekenen.

N.B.: Het kan voorkomen dat er minder dan het afgesproken aantal zaterdagen is gewerkt maar dat het percentage gelijk blijft omdat er niet zoveel minder zaterdagen gewerkt zijn waardoor een lager percentage van toepassing wordt.

Dan wordt dus, met behoud van het toegekende percentage, alléén herberekend op grond van het lagere aantal zaterdagen en vindt géén herberekening m.b.t. het percentage plaats.

4.b Indien méér dan het aantal afgesproken zaterdagen is gewerkt wordt de toeslag her-berekend met het percentage dat hoort bij dat hogere aantal. Om recht te hebben op een hogere toeslag als gevolg van een hoger aantal zaterdagen dan met de medewerker vooraf

was overeengekomen, zal met ingang van de jaarafrekening over 2011 alléén de in artikel 2 sub 1 a t/m d genoemde zaterdagen als daadwerkelijk gewerkte zaterdagen meegerekend mogen worden.

N.B.: Méér gewerkte zaterdagen mogen niet gebruikt worden om in het daarop volgende kalender¬jaar minder zaterdagen te werken maar moeten afgerekend worden.

Met ingang van de eerste dag van periode 01-2015 luidt Bijlage X als volgt:

Uitvoeringsregeling toekenning toeslagpercentage artikel 13 lid 2 Artikel 1. Afspraken over aantal zaterdagen en toeslagpercentage

Uitgangspunten voor het vaststellen van het aantal te werken zaterdagen en hierover te betalen toeslagpercentage in een kalenderjaar zijn:

a.De CAO-verplichting (1 keer per 3, 4 of 6 weken).

b.De individuele afspraak die met de werknemer is gemaakt en vastgelegd over een eventueel hoger aantal te werken zaterdagen dan de voor de werknemer geldende CAO-verplichting.

c.Een overzicht van de CAO verplichting of individuele afspraak en het daarbij behorende toeslagpercentage,

ingeroosterde zaterdagen en maximum aantal vrij te nemen zaterdagen, is aan het einde van deze bijlage

opgenomen in Tabel 1.

d.1. Voor werknemers die geen volledig kalenderjaar in dienst geweest zijn wordt het aantal te werken

zaterdagen (dit is het aantal ingeroosterde zaterdagen minus aantal toegestaan vrij te nemen zaterdagen) naar rato berekend.

2.Als het aantal te werken zaterdagen niet gehaald wordt vindt herberekening van de toegekende toeslag plaats op basis van de toeslag behorende bij de eerstvolgende lagere frequentie.

3.Als op zaterdag in een frequentie wordt gewerkt waaraan een toeslag van 75% is verbonden, wordt met ingang van periode 2-2009 deze toeslag ook toegekend als in die frequentie op zaterdag na 18.00 uur wordt gewerkt.

4.Vóór de eerste dag van periode 13 van elk jaar is bekend en bevestigd in welke zaterdagfrequentie de werknemer werkzaam zal zijn in het opvolgende kalenderjaar. Hierbij kan de werknemer die in een zaterdagfrequentie wil werken die hoger is dan de voor hem geldende CAO-verplichting, alleen een voorkeur uitspreken voor een hogere zaterdagfrequentie die voorkomt in Tabel 1.

5.Een werknemer kan, met inachtneming van een opzegtermijn van vier perioden, de afspraak over het aantal te werken zaterdagen die uitgaat boven de geldende CAO- verplichting opzeggen. Zie artikel 6.4 lid 4. Tussentijds gewijzigde afspraken geven een ander aantal zaterdagen dan het oorspronkelijk afgesproken aantal. Zowel voor de oude als de nieuw afspraak zal pro rata van de duur van elke afspraak welke gevolgen dit heeft voor het toeslagpercentage, ingeroosterde zaterdagen, vrij te nemen zaterdagen en te werken zaterdagen.

6.Een werknemer die elke week op zaterdag wordt ingeroosterd kan naast het aantal vrij te nemen zater¬dagen zoals genoemd in Tabel 1, vier extra vrije dagen per jaar op zaterdag nemen, mits zijn saldo vrije tijd voor opname van die extra vrije dagen groot genoeg is. Over deze vier vrije dagen wordt de bijbeho¬rende zaterdagtoeslag niet doorbetaald.

e.Als gewerkte zaterdagen met behoud van toeslag worden beschouwd:

1.De opname van het aantal toegestane vrije dagen zoals opgenomen in Tabel 1.

2.Daadwerkelijk gewerkte zaterdagen, die niet al als overwerk (= a 75%) zijn uitbetaald.

N.B.: Als geen volledige dienst (= het aantal afgesproken uren) is gewerkt, wordt deze beschouwd als

een volledige dienst, tenzij er een andere afspraak tussen de werknemer en Albert Heijn is vastgelegd.

3.Ingeroosterde zaterdagen waarop de werknemer ziek was.

4.Zaterdagen waarover de leidinggevende, op uitdrukkelijk verzoek van de werkgever, met de werknemer heeft afgesproken dat op die zaterdagen niet gewerkt hoeft te worden en in plaats daarvan een andere dienst ter vervanging in het werkrooster is opgenomen.

5.Nieuwjaarsdag, Koningsdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag, als deze zaterdagen in het individuele werkrooster zijn opgenomen en hiervoor BCD geldt.

6.De zaterdag waarop vanwege overlijden buitengewoon verlof wordt toegekend op grond van artikel 30

lid 1 c van de CAO, evenals de zaterdag waarop buitengewoon verlof wordt toegekend op grond van artikel 30 lid 1b van de CAO omdat de partner van de werknemer op die dag bevalt.

Artikel 2. Uitgangspunten voor inhalen en afrekenen

1.Het volgende geldt ten aanzien van evaluatie en inhaalafspraken over te weinig gewerkte zaterdagen:

De werknemer zal tenminste 1x per kwartaal op de hoogte gebracht worden van afwijkingen van het geplande aantal te werken zaterdagen tot op dat moment.

Het aantal te weinig gewerkte zaterdagen moet worden ingehaald. De leidinggevende en de werknemer zullen de te weinig gewerkte zaterdagen inroosteren.

2.a. Als minder dan het aantal afgesproken zaterdagen is gewerkt met in achtneming van artikel 1 sub d en e

zal in eerste instantie worden getracht met de werknemer af te spreken dat het aantal te weinig gewerkte zaterdagen in het daaropvolgende kalenderjaar wordt ingehaald.

Als de werknemer het aantal minder gewerkte zaterdagen niet kan of wil inhalen, wordt de toeslag herberekend op basis van het aantal gewerkte zaterdagen én het daarbij behorende toeslagpercentage zoals opgenomen in Tabel 1.

Het basis uursalaris in periode 13 is uitgangspunt voor de herberekening. De herberekening vindt gelijk¬tijdig plaats met de salarisbetaling over periode 1 van het opvolgende kalenderjaar.

b.Ten aanzien van de werknemers met een CAO-verplichting van 1 keer per 6 weken geldt dat te weinig gewerkte zaterdagen alléén mogen ingehaald worden en er géén verrekening in geld mag plaatsvinden. In overleg zal vastgesteld worden hoe en wanneer niet gewerkte zaterdagen ingehaald worden.

c.Als het minimaal te werken aantal zaterdagen uit een hogere zaterdagfrequentie wordt gewerkt, vindt herberekening van de toeslag plaats op basis van de toeslag behorende bij die hogere zaterdagfrequentie. Om echter recht te hebben op een hogere toeslag als gevolg van een hogere zaterdagfrequentie dan met de werknemer vooraf was overeengekomen, zullen alléén de in artikel 1 sub d 3 t/m 6 genoemde zaterdagen als daadwerkelijk gewerkte zaterdagen meegerekend mogen worden.

N.B.: Méér gewerkte zaterdagen mogen niet gebruikt worden om in het daarop volgende kalenderjaar minder zaterdagen te werken maar moeten afgerekend worden.

Tabel 1

Overzicht van CAO verplichting of individuele afspraak, het daarbij behorende toeslagpercentage, inge-roosterde zaterdagen en maximum aantal vrij te nemen zaterdagen.

A. Zaterdagfrequentie Op grond van CAO- verplichting of in­dividuele afspraak

B. Bij de zater­dagfrequentie behorend toe- slagpercen- tage

C. Aantal ingeroosterde zaterdagen

D. Maximum aantal vrij vrij te nemen zater­dagen met behoud van toeslag

E. Aantal te werken zaterdagen waarbij het toeslagpercentage uit kolom B van toepas­sing is

Elke week

75%

52

6

46

1x per 2 weken

75%

26

3

23

1x per 3 weken

65%

17 of 18**)

2

15 of 16

1x per 4 weken

55%

13

2

11

1x per 6 weken

35%

8 of 9

1 of 2*)

7

 *) In de frequentie 1x6 weken wordt 7 dagen gewerkt, en afhankelijk van de inroostering in het kalenderjaar zijn 1 (bij 8 dagen) of 2 dagen (bij 9 dagen) vrij met behoud van toeslag.

**) Afhankelijk van de inroostering in het kalenderjaar is het aantal ingeroosterde zaterdagen 17 of 18

Bijlage XI

Overgangsbepalingen aanpassing artikel 13 lid 1 b

In verband met de aanpassing van artikel 14 met ingang van periode 01- 2015 gelden de volgende overgangs-bepalingen:

Albert Heijn zal met inachtneming van de aanpassing van artikel 13 lid 1b bij de salarisbetaling over periode 02- 2015 met terugwerkende kracht vanaf periode 01-2015 de ploegentoeslag conform artikel 13 van werknemers werkzaam in het LDC Geldermalsen en LVC Nieuwegein opnieuw berekenen, waarbij als deler overeenkomstig artikel 13 lid 1 sub e het aantal contracturen van de werknemer per periode van vier weken wordt gehanteerd.

Als een werknemer door deze nieuwe berekening minder ploegentoeslag per periode gaat ontvangen, ontvangt deze werknemer een éénmalige bruto afkoopsom ter waarde van het verschil tussen de oude en de nieuwe berekening, berekend over twee jaar.

Deze afkoopsom wordt gelijktijdig uitbetaald met het salaris over de periode waarvan de nieuw berekende ploegentoeslag voor de eerste keer onderdeel is.

Overgangsbepalingen aanpassing artikel 14

In verband met de aanpassing van artikel 14 met ingang van periode 01- 2015 gelden de volgende overgangs-bepalingen:

1.De Garantie ploegentoeslag*) die tot en met periode 13- 2014 aan werknemers is toegekend vervalt in 2015. De werknemer ontvangt op dat moment met terugwerkende kracht vanaf periode 01 2015 de ploegentoeslag conform artikel 13 behorende bij het werkrooster waarin hij werkzaam is en een PTN of PTA conform artikel 14.

*) Definitie Garantie ploegentoeslag:

Wordt toegekend aan werknemers die met ingang van uiterlijk periode 13-2014 op de leeftijd 50 jaar of ouder de nachtdienst hebben verlaten.

Berekening: percentage ploegentoeslag laatste werkrooster* 80% ( maximaal).

Het percentage ploegentoeslag van het nieuwe werkrooster zonder nachtdienst wordt door een persoonlijke toeslag aangevuld tot de hoogte van de berekende Garantie ploegentoeslag, tenzij de ploegentoeslag behorende bij het nieuwe werkrooster hoger is dan de Garantie ploegentoeslag, dan geldt het percentage ploegentoeslag.

2.Als gegevens ontbreken om de PTN te berekenen, zal de PTN als volgt worden berekend. Op basis van de vervallen Garantieploegentoeslag wordt het percentage ploegentoeslag berekend van het werkrooster met nachtdiensten waarin de werknemer werkzaam was op het moment vóór dat hij overging naar een werkrooster zonder nachtdiensten. Vervolgens wordt bepaald welk deel van de ploegentoeslag hoort bij de nachtdienst in dat werkrooster. Dit deel wordt vermenigvuldigd met maximaal de factor 80% zoals opgenomen in de staffel in de definitie van de PTN van de CAO. De uitkomst hiervan is de PTN.

3.Als de som van de ploegentoeslag van het werkrooster waarin de werknemer werkzaam is en de PTN meer bedraagt dan de vervallen Garantie ploegentoeslag, vindt geen nabetaling van dit verschil over het verleden plaats.

4.Als op het moment van de invoering van de PTN de som van de ploegentoeslag van het werkrooster waarin de werknemer werkzaam is en de PTN minder bedraagt dan de vervallen Garantieploegentoeslag, ontvangt de werknemer een éénmalige bruto afkoopsom ter waarde van dit verschil, berekend over twee jaar. Deze afkoopsom wordt gelijktijdig uitbetaald met het salaris over de periode waarvan de PTN voor de eerste keer onderdeel is.

Overgangsbepalingen aanpassing Bijlage X

De tekst van Bijlage X wordt van kracht met ingang van periode 01-2015, onder toepassing van de volgende

overgangsbepalingen:

1.Met ingang van het kalenderjaar 2015 kan niet meer gekozen worden voor zaterdagfrequentie 1x 5 weken.

2.Artikel 1 lid d sub 4 wordt van kracht voor de jaren 2015 en verder en dient voor 2015 als volgt gelezen te worden:

Vóór de eerste dag van periode 03-2015 is bekend en bevestigd in welke zaterdagfrequentie de werknemer werkzaam zal zijn in 2015. Hierbij kan de werknemer die in een zaterdagfrequentie wil werken die hoger is dan de voor hem geldende CAO-verplichting, alleen een voorkeur uitspreken voor een zaterdagfrequentie die voorkomt in Tabel 1.

3.De medewerker voor wie Bijlage X van toepassing is ontvangt als compensatie voor uitstel van de door¬voering van de aanpassing van Bijlage X gelijktijdig met de salarisbetaling over periode 02-2015 een éénmalige bruto uitkering. Deze bruto uitkering is gelijk aan de som van door te betalen toeslag over het aantal zaterdagen dat de medewerker volgens de voor hem geldende zaterdagfrequentie zoals opgenomen in Tabel 1 in 2014 vrij had kunnen nemen met behoud van toeslag, als de aanpassing van Bijlage X met ingang van periode 01- 2014 was doorgevoerd.

Deze compensatie geldt niet voor de medewerkers die in 2014 op grond van de CAO-verplichting (artikel 6.4 lid 1 en Bijlage X CAO voor het personeel van Logistics van Albert Heijn 15 oktober 2012 t/m 14 oktober 2014) in de frequentie van 1 keer per 6 weken op zaterdag hebben gewerkt, doordat hun situatie niet verandert door de doorvoering van de aanpassing van Bijlage X met ingang van periode 01- 2015 in plaats van met ingang van periode 01- 2014.

Bijlage XII

Artikel 14 lid 3: Voorbeeld berekening Persoonlijke Toeslag Nachtdienst (PTN)

Medewerker, 160 contracturen, uurloon € 13,07

I.Salaris per periode: contracturen x uurloon= 160x € 13,07= € 2091,20 2.Rooster: DNA 1X6 zaterdag (LDC) 6-wekelijks rooster

Week

Zondag

Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Zaterdag

 

Uren

Begin Einde

ADV

Begin Einde

ADV

Begin

Einde

ADV

Begin Einde

ADV

Begin Einde

ADV

Begin Einde

ADV

Begin Einde

ADV

1

 

 

 

 

7:00

15:00

0:30

7:00 15:00

0:30

7:00 15:00

0:30

7:00 15:00

0:30

7:00 15:00

0:30

40,00

2

 

 

 

 

23:00

7:00

0:30

23:00 7:00

0:30

23:00 7:00

0:30

23:00 7:00

0:30

23:00 7:00

0:30

40,00

3

 

 

15:00 23:00

0:30

15:00

23:00

0:30

15:00 23:00

0:30

15:00 23:00

0:30

15:00 23:00

0:30

 

 

40,00

4

 

 

7:00 15:00

0:30

7:00

15:00

0:30

7:00 15:00

0:30

7:00 15:00

0:30

7:00 15:00

0:30

 

 

40,00

5

 

 

23:00 7:00

0:30

23:00

7:00

0:30

23:00 7:00

0:30

23:00 7:00

0:30

23:00 7:00

0:30

 

 

40,00

6

 

 

15:00 23:00

0:30

15:00

23:00

0:30

15:00 23:00

0:30

15:00 23:00

0:30

15:00 23:00

0:30

 

 

40,00

 

3.De berekening van de ploegentoeslag begint met het vermenigvuldigen van het aantal inconveniente uren met het inconvenientenpercentage wat geldt voor elk uur.

De geldende inconvenientenpercentages per uur staan in de Inconvenientenmatrix in Bijlage VIII vermeld.

Week

# Dagen

# Uren

Inconveniëntiepercentage

Totaal

 

 

 

 

 

1

i

8

35,00

280,00

2

4

0,5

37,00

74,00

 

4

7,5

39,00

1.170,00

 

1

0,5

55,00

27,50

 

1

7,5

60,00

450,00

3

4

4,75

37,00

703,00

 

4

0,5

39,00

78,00

 

1

4,75

55,00

261,25

 

1

0,5

60,00

30,00

4

 

 

 

 

5

1

8

55,00

440,00

 

4

0,5

37,00

74,00

 

4

7,5

39,00

1.170,00

6

4

4,75

37,00

703,00

 

4

0,5

39,00

78,00

 

1

4,75

55,00

261,25

 

1

0,5

60,00

30,00

 

 

 

 

 

Totaal

 

61

 

5830,00

 

4.Het ploegentoeslagpercentage per vier weken wordt berekend door het totaal van de inconveniëntenpercentages over in dit geval 6 weken te delen door het aantal contract uren in deze zes weken, in dit geval 6 keer 40 uur: 5830/240 uur = 24,29 %

5.Het bedrag van de ploegentoeslag is dan : 24,29% x € 2091,200 = € 507,95

6.Het totaal van het aantal inconvenientenpercentages behorend bij nachtdienst in week 2 en 5: 3405,50

7.Het deel ploegentoeslagpercentage behorend bij de nachtdienst is: 3405,50/240 uur = 14,19%

8.Wanneer voldaan is aan de voorwaarden (aantal jaren gewerkt in nachtdienst) is de PTN 80% van 14,19% = 11,35%

9.De PTN wordt uitbetaald en is zichtbaar op de salarisstrook als een bedrag:

11,35% x € 2091,20= € 237,35

EM/hs/april 2015

Albert Heijn - 2015

Begindatum: → 2015-10-15
Einddatum: → 2017-04-14
Sector, branche of industrie: → Detailhandel, Vervoer, logistiek, communicatie
Publieke/private sector: → In het bedrijfsleven
Afgesloten door:
Bedrijfsnaam: → Albert Heijn
Namen van de vakbonden: → FNV Bondgenoten te Utrecht, CNV Vakmensen te Utrecht

TRAINING

Cursusaanbod: → Ja
Stages: → Nee
Werkgeversbijdrage aan opleidingsfondsen: → Ja

ZIEKTE EN ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Maximale uitkering bij ziekte (tot 6 maanden): → 100 %
Regelingen met betrekking tot terugkeer op het werk na langdurige ziekte, bijvoorbeeld bij behandeling tegen kanker: → Ja
Betaald ongesteldheidsverlof: → Nee
Uitkering bij arbeidsongeschiktheid als gevolg van een arbeidsongeval: → Ja

WERK EN GEZINSREGELINGEN

Betaald zwangerschapsverlof: → -9 weken
Betaald zwangerschapsverlof is beperkt tot: 100 % van basisloon
Recht op terugkeer na zwangerschapsverlof: → Nee
Verbod op discrminatie in relatie tot zwangerschap: → Nee
Verbod op de verplichting tot het verrichten van gevaarlijk of ongezond werk voor zwangere of zogende werkneemsters: → 
Veiligheids-en gezondheidsonderzoek op de werkplek van zwangere of zogende werkneemsters: → 
Ander werk voor gevaarlijk of ongezond werk te verrichten door zwangere of zogende werkneemsters: → 
Recht op medische controle tijdens werktijd bij zwangerschap: → 
Verbod om bij aanname van werkneemsters op zwangerschap te laten testen: → 
Verbod om bij propmotie van werkneemsters op zwangerschap te laten testen: → 
Voorzieningen voor zogende moeders: → Nee
Kinderopvang verzorgd door de werkgever: → Nee
Werkgeversbijdrage aan de kinderopvang: → Nee
Bijdrage in de opleiding van de kinderen van werknemers: → Nee
Betaald verlof bij zorg voor naaste familieleden: → It depends on the duration of hospitalization dagen
Betaald ouderschapsverlof: → 3 dagen
Verlofdagen bij de dood van een familielid: → 3 dagen

GELIJKE BEHANDELING

Gelijk loon voor gelijk werk: → Nee
Bepalingen over discriminatie op werk: → Ja
Gelijke kansen voor vrouwen bij promotie: → Ja
Gelijke kans op (bij)scholing voor vrouiwen: → Nee
Vrouwelijke vakbondsbestuurders op de werkvloer: → Nee
Bepalingen over seksuele intimidatie op de werkplek: → Ja
Bepalingen over geweld op het werk: → Ja
Bijzonder verlof voor werknemers die slachtoffer zijn van huiselijk geweld/geweld door partners → Nee
Steun voor vrouwelijke werknemers met een handicap: → Ja
Toezicht op gelijke behandeling: → Nee

ARBEIDSCONTRACTEN

Afvloeiingsregeling na 5 dienstjaren (aantal dagen in loon): → 20 dagen
Afvloeiingsregeling na 1 dienstjaar (aantal dagen in loon): → 20 dagen
Deeltijdwerkers komen niet in aanmerking voor een regeling: → Nee
Regelingen voor deeltijdwerkers: → Ja
Stagiaires komen niet in aanmerking voor een regeling: → Nee
Minibaantjes en werkstudenten komen niet in aanmerking voor een regeling: → Nee

ARBEIDSTIJDEN,ROOSTERS EN VRIJE DAGEN

arbeidstijden per dag: → 9.0
arbeidsuren per week: → 40.0
maximale overuren: → -9.0
betaalde vakantie: → 26.0 dagen
betaalde vakantie: → 5.2 weken
Tenminste een vrije dag per week overeengekomen: → Ja
Betaald verlof voor vakbondsactiviteiten: → 5.0 dagen
Flexibele werktijden toegestaan: → Ja

LONEN

Loon volgens loonschalen: → Ja
Verplichting tot het betalen van het wettelijk minimumloon: → Nee
Overeengekomen laagste loon per: → Months
Laagste loon: → EUR 972.8
Compensatie voor de stijging van de kosten van levensonderhoud: → 

Loonstijging:

Loonstijging: → 2.5 %
Loonstijging gaat in: → 2015-11

Toeslag voor avond of nachtdienst:

Toeslag voor avond of nachtdienst: → 130 % van basisloon
Toeslag alleen voor nachtdienst: → Ja

Beschikbaarheidstoeslag:

Beschikbaarheidstoeslag: → EUR 1.07
Beschikbaarheidstoeslag alleen voor zondagen: → Nee
Beschikbaarheidstoeslag voor alle werkdagen per week: → Nee

Vakantiegeld:

Vakantiegeld: → 8.0 % van basisloon

Toeslag voor overwerk:

Toeslag voor overwerk: → 140 % van basisloon

Toeslag voor onaangenaam werk:

Toeslag voor onaangenaam werk: → EUR 2.08 per maand

Toeslag voor zondagswerk:

Toeslag voor zondagswerk: → 100 %

Seniorieitstoeslag:

Maaltijdbonnen:

Maaltijdvergoeding voorzien: → Nee
Pro deo rechtsbijstand: → Nee