Minimumlonen in Brazilie en Indonesie treffen vooral jonge vrouwen (06-05-2012)

In zowel Brazilie als Indonesie lopen vrouwen en jongeren een grotere kans om het minimumloon, of minder, te verdienen dan mannen. Dit betekent dat een wettelijk minimumloon of verhoging van het minimumloon, zeker in combinatie, de grootste directe bijdrage is aan het verminderen van de armoede en het verkleinen van de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Dit is de belangrijkste uitkomst van een analyse van loonwijzerdata uit 2009-2011, verzameld in 14 landen, een onderzoek dat gericht was op jonge werkende vrouwen. Deze uitkomst, dat vooral jonge werkende vrouwen er bekaaid van af komen, komt overeen met het beeld dat voor veel landen geldt.

Als je een paar kenmerken van de arbeidssituaties van de werkende bevolking onder de loep neemt, blijkt allereerst dat korte(re) werktijden en hoger loon goed samen gaan. Dat geldt ook voor sociale premies betalen en hoger loon. Dit duidt er op dat er een werkende elite bestaat, naast een groep werkende armen, die dergelijke voorrechten ontbeert. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze werkende armen meer onregelmatige uren maken of geen vast dienstverband hebben, dus in de informele sector werken. En inderdaad wordt het verband met onregelmatig werken en (minder dan) het minimumloon verdienen in beide landen aangetroffen. Het verband tussen informeel werken en laag loon geldt voor Brazilie. In Indonesie lijkt het er eerder op dat werkende armen zonder vast dienstverband hun inkomen proberen op te krikken door meerdere kleine baantjes te nemen, waarvoor ze dan cash betaald worden.

loading...