Zwangerschapsuitkering

Je hebt als zzp-er zestien weken recht op een uitkering. Heb je in het jaar voorafgaande aan de zwangerschap 1225 uur gewerkt, dan krijg je het wettelijke minimumloon.

Heb je als zelfstandige recht op een zwangerschapsuitkering?

Ja. Je hebt zestien weken recht op een uitkering. Zelfs nog iets langer wanneer de bevalling later is dan wanneer je uitgerekend bent. Voor vrouwelijke zelfstandigen die in het jaar voorafgaande aan de zwangerschap 1225 uur hebben gewerkt bedraagt de uitkering het wettelijke minimumloon. Bekijk hoeveel het minimumloon momenteel bedraagt. Voor vrouwen die minder uren hebben gewerkt hangt de hoogte van de uitkering af van de winst in het voorafgaande jaar. De regeling geldt ook voor de meewerkende partner van zelfstandigen. De uitkering moet je aanvragen bij het UWV.

Achtergrond

De vorige regeling die zelfstandigen een betaald zwangerschapsverlof van 16 weken gaf is per augustus 2004 afgeschaft. In juli 2007 heeft de Haagse rechtbank bepaald dat internationale verdragen niet verplichten tot in stand houden van de regeling, in een zaak die de FNV en het Proefprocessenfonds Clara Wichmann tegen de Staat hadden aangespannen. Voor de FNV was het feit dat er een nieuwe regeling aangekondigd was, die per juni 2008 van kracht werd, reden om niet in hoger beroep te gaan.

Het Proefprocessenfonds liet het er niet bij zitten en tekende hoger beroep aan, net als de zeven individuele gedupeerde vrouwen. Het fonds vindt de schending van het Vrouwenverdrag van de Verenigde Naties ernstig genoeg om door te procederen. Bovendien vindt het fonds het wel erg oneerlijk voor die zelfstandig werkende vrouwen in de kleine vier jaar tussen de afschaffing van de oude regeling en de introductie van de nieuwe regeling een kind (of zelfs meer!) hebben gekregen. Regering en politieke partijen voelden niets voor een terugwerkende kracht, of 'een douceurtje aan een willekeurige groep vrouwen' zoals toenmalig minister Donner (SZW) het noemde.

Ook het Gerechtshof Den Haag zag medio 2009 geen strijdigheid met de internationale regelgeving, zij het om andere redenen dan de rechtbank. De Hoge Raad oordeelde op 1 april 2011 dat de uitspraak van het Hof juist was. Met zes van de individuele gedupeerde vrouwen heeft het Proefprocessenfonds eind 2011 een klacht ingediend bij het Vrouwenrechtencomité van de Verenigde Naties, wegens schending van het VN-Vrouwenverdrag.

Eind maart 2014 vernamen de zes gedupeerde vrouwen van hun advocaat dat het Vrouwenrechtencomité hen gelijk geeft: hun rechten, op basis van het VN-Vrouwenverdrag, zijn geschonden. Het Comité draagt de Staat der Nederlanden op de zaak voor de zes vrouwen te repareren, inclusief financiële compensatie.

Meer in het algemeen nodigt het Vrouwenrechtencomité de staat uit iets te regelen voor alle 17.000 zelfstandig werkende vrouwen die in de betreffende periode wel een kind kregen, maar geen uitkering. Minister Asscher heeft besloten beide dringende aanbevelingen naast zich neer te leggen. Sindsdien wordt op verschillende fronten verder geprocedeerd, nu (voor degenen die lid zijn) met steun van de FNV. De zes vrouwen hebben opnieuw een uitkering aangevraagd bij het UWV. Één van hen heeft die inderdaad gekregen. FNV Vrouw is een meldpunt voor gedupeerden gestart.

Een uitgebreidere samenvatting is te vinden op de jurisprudentierubriek van de website van de Vereniging voor Vrouw en Recht. Daar wordt ook regelmatig verslag gedaan van de vorderingen. 

loading...